BPM

Wie beslist er eigenlijk dat uw bpm-aangifte “onjuist” is?

11 min lezen
Gerd SchippersBPM-taxateur sinds 2009 · ROTA nr. 16002 · VTC-gecertificeerd
ROTA stapt naar de rechter: wie beslist dat uw bpm-aangifte onjuist is?

Arnhem, 7 oktober 2026

Wie een auto importeert en de bpm laat berekenen op basis van een taxatierapport, kan een bericht krijgen dat de aangifte “onjuist” is. Er volgt geen aanslag en er staat geen bezwaar open. De auto komt pas op kenteken als de aangever opnieuw aangeeft volgens de tabel of de koerslijst. Wie die beslissing neemt, en met welke bevoegdheid, zegt de Belastingdienst niet, ook niet op een Woo-verzoek. Stichting ROTA stapt daarom deze week naar de rechter.

In één minuut

  • Geen aanslag, geen bezwaar, geen kenteken. Het bericht “onjuiste aangifte” houdt het fiscaal akkoord tegen. De enige uitweg is opnieuw aangeven volgens de tabel of de koerslijst.
  • Wie beslist, is onbekend. De berichten zijn ondertekend met “Namens de inspecteur”, zonder naam. Een openbaar mandaat van de inspecteur voor dit oordeel vonden wij niet.
  • Eerst selecteert een algoritme. “BPM – Wegenrisico’s” licht de aangifte door; de weegregels houdt de Belastingdienst geheim.
  • De schouw ligt bij DRZ en bij de Belastingdienst zelf, de afhandeling deels bij uitzendkrachten. DRZ stelt volgens een convenant vast of de aangegeven waarde “juist is”. Daarnaast laat de Belastingdienst auto’s tonen op eigen kantoren, onder meer in Venlo en Maastricht. In een pilot handelen uitzendkrachten op mbo-niveau aangiftes af.
  • Of er te veel wordt geheven, toetst het bericht niet. Er staat geen toets in aan het EU-plafond: niet meer bpm dan in een vergelijkbare Nederlandse auto zit.
  • ROTA stapt naar de rechter en informeert Brussel. Beroep bij de Rechtbank Gelderland, melding aan de Europese Commissie, die Griekenland al voor het Hof daagde, onder meer over het blokkeren van tegenbewijs.
  • Een uur, een kwartier, of een minuut. DRZ rekent voor de schouw op ongeveer 60 minuten, de Belastingdienst op ongeveer 15, en uit de praktijk komen meldingen van nauwelijks een minuut. Van de taxateur van de aangever noemt de inspecteur een kwartier of twintig minuten te kort.

Gratis · geen account

Brief "onjuiste aangifte" gekregen?
Ga gratis in bezwaar.

Tegen de brief zelf staat geen bezwaar open. BPMBezwaartje, een ROTA-initiatief, maakt in een kwartier uw reactie onder protest en het bezwaar dat wél kan. U leest na en verstuurt zelf.

Maak gratis uw bezwaar ›

Een beslissing zonder besluit

Het bericht heet “Uw aangifte BPM” (code A2A003-05). Het stelt dat de aangifte onjuist is, en daarmee blijft het fiscaal akkoord uit: het seintje aan de RDW dat de bpm in orde is. Zonder dat akkoord geen kenteken.

Een naheffingsaanslag volgt niet, en dat verschil is beslissend. Tegen een aanslag kan de aangever bezwaar maken en daarna naar de rechter, die dan de waarde van de auto toetst. Tegen dit bericht staat geen bezwaar open. De aangever kan wachten met een auto die niet op kenteken komt, of opnieuw aangeven volgens de tabel of de koerslijst. Het taxatierapport dat hij liet maken, komt zo bij geen rechter meer.

ROTA, het register van onafhankelijke taxateurs, vroeg de Belastingdienst met een beroep op de Wet open overheid om de stukken achter deze werkwijze (Woo 2026-582). Er kwam geen besluit, ook niet na een ingebrekestelling. Daarom stelt ROTA deze week beroep in wegens niet tijdig beslissen bij de Rechtbank Gelderland.

Hoe komt het bericht tot stand?

Ook dat is niet openbaar. Wel bekend is dat de Belastingdienst bpm-aangiften eerst laat doorlichten door een algoritme, “BPM – Wegenrisico’s” (Algoritmeregister, nummer 75246482). Volgens het register geldt: “Het algoritme controleert de aangifte op mogelijke onjuistheden.” Aangiften met bijzonderheden worden “doorgestuurd naar een medewerker voor handmatige controle”. Het register noemt zelf de twee mogelijke uitkomsten: “Dit kan leiden tot een naheffingsaanslag voor de importeur of een verzoek om de aangifte opnieuw en correct in te dienen.” Het veld voor impacttoetsen is niet ingevuld.

Wat die medewerker toetst, op grond van welk mandaat, en of iemand de taxatie inhoudelijk beoordeelt, staat nergens. De berichten die ROTA kent, komen van de afdeling Autoheffingen, zijn vrijwel allemaal ondertekend met alleen “Namens de inspecteur”, zonder naam of functie, en volgen een vaste tekst. Inzicht in de weegregels geeft de Belastingdienst niet. Een document over de risicomodule waarmee bpm-aangiften worden gewogen, werd op 3 juni 2026 integraal geweigerd, omdat openbaarmaking het mogelijk zou maken “fiscale controles te ontwijken”. Over het algoritme loopt nu een afzonderlijk Woo-verzoek (2026-758), waarin deze week eveneens beroep wordt ingesteld.

En wie toetst of er niet te veel wordt geheven?

Het bericht wijst de aangever een uitweg: opnieuw aangeven volgens de tabel of de koerslijst. Of de bpm dan hoger uitvalt dan het bedrag dat nog in een vergelijkbare Nederlandse auto zit, wordt in de berichten nergens nagegaan. Juist die toets eist het Europese recht (zie hieronder), en een taxatierapport is het middel om haar te maken. Wie het rapport opzijzet zonder het te weerleggen, laat de vraag of er te veel wordt geheven onbeantwoord.

Wie schouwt de auto?

Lang was dat de taak van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), een andere dienst van Financiën (zie hieronder). Inmiddels laat de Belastingdienst auto’s ook op eigen kantoren tonen. Oproepen die ROTA kent, komen van het team Procesregie BPM van de directie Centrale Administratieve Processen en noemen als locatie “Belastingdienst, Hogeweg 85, 5914 BC VENLO” en “Belastingdienst, Terra Nigrastraat 10, 6216 BL MAASTRICHT”.

Volgens die oproepen vraagt “Een medewerker van de Belastingdienst” de auto naar de opnameplaats te rijden; “Elk motorrijtuig wordt vervolgens gefotografeerd en beoordeeld.” De controle “duurt ongeveer 15 minuten”, en de aangever “mag geen beeldopnames (foto/video) maken op ons terrein, ook niet tijdens de controle”. Daarna volgt volgens de oproep “een besluit over het al dan niet toekennen van een voor het verkrijgen van een kenteken vereiste fiscaal akkoord”. Het bericht “onjuiste aangifte” sluit bezwaar tegen dat besluit juist uit.

Opvallend is de tijd. DRZ schrijft in zijn eigen bijlage bij de oproep: “Het uitvoeren van de controle duurt ongeveer 60 minuten.” De Belastingdienst noemt voor dezelfde controle “ongeveer 15 minuten”. Uit de praktijk krijgt ROTA meldingen van opnames van nauwelijks een minuut, met een paar foto’s of helemaal geen.

Van de taxateur van de aangever vindt de inspecteur een kwartier of twintig minuten juist te kort. In een zaak bij de rechtbank Noord-Holland stelde hij: “De opname heeft twintig minuten geduurd en volgens verweerder is het in deze tijd niet mogelijk om alle aspecten van de auto (goed) op te nemen en 171 foto’s te maken.” (ECLI:NL:RBNHO:2026:5908, punt 15). Het hof Den Haag onderschreef dit jaar het oordeel van de rechtbank: “De rechtbank acht niet aannemelijk dat de taxateur in slechts 15 minuten tijd de wielophanging, de velgen en banden, de stuurinrichting, de remmen, de motor, de versnellingsbak en aandrijving, de elektrische installatie, de gehele carrosserie en het interieur van de auto’s kan beoordelen.” (ECLI:NL:GHDHA:2026:878, r.o. 5.2.3, over overweging 15 van de rechtbank). Niet elke rechter gaat daarin mee. Het hof Arnhem-Leeuwarden: “Ook de hoeveelheid werkzaamheden die de taxateur in een half uur heeft verricht, is voor het Hof geen reden het taxatierapport in zijn geheel ter zijde te schuiven.” (ECLI:NL:GHARL:2025:8430, r.o. 4.2).

De maatstaf die de inspecteur aan de taxateur oplegt, legt de Belastingdienst niet aan zijn eigen schouw. Een kwartier dat bij de taxateur te kort heet, is bij de eigen controle het uitgangspunt.

Daarnaast werft de Belastingdienst eigen medewerkers “Fysiek Toezicht Auto” in Eindhoven en Rotterdam, met minimaal mbo 3-werk- en denkniveau: “Jij bent de ogen en oren van de Belastingdienst op het gebied van autobelastingen.” Wie op welke locatie de bpm-schouw doet, met welke opleiding en op welk mandaat, maakt de Belastingdienst niet openbaar.

Een pilot met uitzendkrachten

Intussen draait de Belastingdienst een “Pilot Taxatie”. Ook daarover vroeg ROTA de stukken op (Woo 2026-783). De Belastingdienst stelde dat besluit uit tot 13 oktober 2026.

Wat wel openbaar is, zijn vacatures. Via uitzendbureau YoungCapital zocht de Belastingdienst deze zomer mensen in Doetinchem en Emmen: mbo-niveau, tijdelijk, € 19,86 tot € 25,55 bruto per uur. Ze handelen bpm-aangiftes af en verwerken de resultaten van fysieke voertuiginspecties. Eén advertentie zegt het zonder omwegen: “Omdat het een pilot betreft, staan je taken niet volledig vast.” De advertenties zelf vindt u onderaan dit bericht.

Uit die advertenties blijkt niet dat uitzendkrachten zelf het oordeel “onjuist” vellen. Ze roepen wel de vraag op die de Belastingdienst laat liggen: wie beslist dan wel, en wie heeft die persoon daartoe aangewezen?

Wie mag hierover beslissen?

De wet is duidelijk. Over een bpm-aangifte beslist de inspecteur: de functionaris die de minister daarvoor aanwijst (art. 2 lid 3 onder b AWR). Voor de bpm is dat de algemeen directeur van de directie Centrale Administratieve Processen (B/CAP) van de Belastingdienst (art. 5 lid 1 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003).

Die directeur kan het werk overdragen, maar niet zomaar. Een algemeen mandaat moet schriftelijk zijn (art. 10:5 lid 2 Awb). Wie niet onder de verantwoordelijkheid van de directeur werkt, moet er bovendien mee instemmen (art. 10:4 lid 1 Awb).

Het gepubliceerde Mandaatbesluit van de Belastingdienst regelt wie besluit namens de staatssecretaris, niet wie besluit namens de inspecteur. Een openbaar mandaat van de inspecteur voor het oordeel “onjuiste aangifte” hebben wij niet gevonden. Niet voor medewerkers van de Belastingdienst, niet voor Domeinen Roerende Zaken (DRZ), de dienst van Financiën die een deel van de auto’s schouwt, en niet voor uitzendkrachten. Die werken “onder toezicht en leiding” van de inlener (art. 7:690 BW), maar zijn niet bij de Staat in dienst.

ROTA vraagt daarom om dat mandaat. Bestaat het, dan hoort het openbaar te zijn. Bestaat het niet, dan is onduidelijk op welke bevoegdheid elk bericht “onjuiste aangifte” berust.

Wat de Belastingdienst en DRZ onderling afspraken

Hoe het werk is verdeeld, blijkt uit stukken die de Belastingdienst in 2022 zelf openbaar maakte (Woo-besluit van 20 mei 2022, kenmerk JAK 22/39).

In een convenant uit 2014 draagt de Belastingdienst DRZ op: “Vaststellen of de aangegeven waarde in de BPM-aangifte van het motorvoertuig juist is”. Partijen zijn DRZ en “Belastingdienst/Belastingen”; de inspecteur komt er niet in voor. DRZ krijgt jaarlijks € 1.164.700, een bedrag dat is vastgesteld “op basis van het uitvoeren van 2.000 hertaxaties per jaar”.

De werkafspraken laten zien hoe de koers verschoof. In 2016 werd afgesproken dat de handelsinkoopwaarde wordt bepaald op basis van het gemiddelde van referentievoertuigen, met de aantekening “Dus NIET op basis van de koerslijst”. In de versie van 30 augustus 2018 is die regel leeg, in 2019 staat hij doorgehaald, daarna is hij weg. Vandaag is de koerslijst juist de uitweg die de aangever wordt geboden.

De afspraken leggen ook vast wie de uitleg bepaalt: “De BD zal nav jurisprudentie de medewerkers DRZ op de hoogte brengen hoe te handelen en te interpreteren.” En in een evaluatie uit 2017 schreef de Belastingdienst over de rechter: “Uit de jurisprudentie blijkt dat de rechtelijke [sic] macht gemakkelijk over het aspect wel of niet verschenen bij DRZ heen stapt en al snel een oordeel velt over de hoogte van de naheffingsaanslag.” Een werkwijze zonder aanslag houdt die rechter buiten de deur.

Wat de rechter en het EU-recht eisen

De Hoge Raad oordeelde in 2002 dat de heroverweging in bezwaar “moet geschieden door een ander dan degene die in feite het primaire besluit heeft genomen”, en noemde dat “een essentieel voorschrift” (ECLI:NL:HR:2002:AD9084, r.o. 3.6). Bij de onjuiste aangifte is er geen bezwaar, en dus geen tweede blik.

Dit jaar schreef de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bpm-zaak: “Wie wel het besluit heeft genomen valt uit de gedingstukken niet op te maken”. De toenmalige werkwijze van de inspecteur noemde zij “ten principale onjuist” (ECLI:NL:RBZWB:2026:4257, r.o. 5.7).

Daarbovenop komt het Europese recht. Artikel 110 VWEU verbiedt dat een ingevoerde auto zwaarder wordt belast dan een vergelijkbare auto die al in Nederland rijdt. Het Hof van Justitie van de EU oordeelde in een Nederlandse bpm-zaak dat de belasting daarom niet hoger mag zijn dan het bedrag aan bpm dat nog in de waarde van zo’n vergelijkbare auto zit (zaak C-437/12). Wie met een taxatie aantoont dat het minder is, moet dat bewijs ook echt kunnen inbrengen; artikel 47 van het EU-Handvest garandeert daarvoor een effectief rechtsmiddel. Een taxatierapport dat zonder besluit, zonder bezwaar en zonder rechter opzij wordt gezet, is geen effectief tegenbewijs.

Precies dat punt ligt nu bij het Hof van Justitie. Op 9 juli 2025 stelde de Europese Commissie beroep in tegen Griekenland (zaak C-451/25, PbEU C/2025/4588; persbericht IP/25/1094). De tweede grief verwijt Griekenland “importeurs van gebruikte voertuigen te beletten een controlesysteem te gebruiken dat de eigenaar in staat zou kunnen stellen te profiteren van een lagere historische belasting”. Met andere woorden: de eigenaar krijgt geen kans aan te tonen dat er minder belasting verschuldigd is dan het forfait. Dat is in de kern ook het bezwaar tegen de onjuiste aangifte in Nederland.

Wat ROTA nu doet

  • Beroep in Woo 2026-582. Deze week stelt ROTA beroep in bij de Rechtbank Gelderland, omdat de Belastingdienst niet beslist op het verzoek om de stukken over de onjuiste aangifte.
  • Pilot Taxatie (Woo 2026-783). Het uitgestelde besluit moet er uiterlijk 13 oktober 2026 liggen. Komt het niet, dan volgen een ingebrekestelling en beroep.
  • Europese Commissie. ROTA informeert de Europese Commissie over het beroep en de stukken uit dit bericht, in het kader van de lopende klacht over de Nederlandse bpm-handhaving (CPLT(2025)00483) en met het oog op de zaak tegen Griekenland.

Kreeg u zelf zo’n bericht?
Bewaar het bericht en uw taxatierapport, en vraag de Belastingdienst schriftelijk wie de beslissing heeft genomen en op grond van welk mandaat. ROTA hoort graag van taxateurs en aangevers die hiermee te maken hebben.

Meld uw ervaring bij ROTA

Zelf nalezen: de advertenties

De advertenties van YoungCapital staan inmiddels op inactief, maar zijn nog in te zien:

Behandelfunctionaris, Doetinchem›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Juridisch medewerker, Emmen›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Administratief juridisch medewerker, Emmen›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Juridisch medewerker, Doetinchem›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Administratief medewerker, Doetinchem›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Administratief medewerker, Doetinchem (tweede advertentie)›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Medewerker backoffice Rijksoverheid, Doetinchem›Bekijk de advertentie›Archiefkopie
Eerder verschenen
Pilot PTX: Woo-verzoek over de Pilot Taxatie BPM

Eerder verschenen
ROTA stapt naar Brussel met een klacht

S-TAX Auto-Taxaties
Deurnestraat 15, 6843 PM Arnhem
[email protected] · 06 5435 0254 · www.s-tax.nl

Een S-TAX-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. S-TAX blijft als onafhankelijk taxatiebureau buiten bezwaar- en beroepsprocedures; de Woo-verzoeken en het beroep zijn een zelfstandig initiatief van Stichting ROTA.

AITransparantie over AI. Dit bericht is opgesteld met ondersteuning van kunstmatige intelligentie. De inhoud is voor publicatie gecontroleerd en vastgesteld door de redactie van S-TAX, die er verantwoordelijk voor blijft. De illustratie bij dit bericht is met AI gegenereerd en is geen foto van een bestaande situatie.
BPM-tools

Zelf uw BPM berekenen of een taxatie aanvragen?

Bereken gratis uw rest-BPM met onze calculator, of vraag direct een BPM-taxatie aan bij een taxateur met ROTA en VTC 16002. Rapport binnen 24 uur, juridisch verdedigbaar.

Opname plannen

Plan de opname van uw volgende partij.

Gerd Schippers is uw vaste contactpersoon. Bel, chat of app, en wij plannen de opname in.