
De Raad van State heeft op 18 maart 2026 in drie samenhangende uitspraken de werkwijze van de RDW bij het vaststellen van de CO₂-uitstoot van geïmporteerde voertuigen fundamenteel gecorrigeerd. De uitspraken hebben directe gevolgen voor de BPM-heffing op importvoertuigen.
Kern van de uitspraken
De RDW hanteert bij de herregistratie van importvoertuigen een interne werkwijze waarbij, als geen exacte CO₂-waarde beschikbaar is via een certificaat van overeenstemming (CVO) of buitenlands kentekenbewijs, automatisch de hoogste waarde uit de Europese typegoedkeuring wordt geregistreerd.
Die werkwijze is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak in strijd met het doel en de strekking van het geharmoniseerde Europese typegoedkeuringsstelsel.
Belangrijker nog: de Afdeling oordeelt dat een belanghebbende niet langer verplicht is een CVO te overleggen om aan te tonen dat de geregistreerde CO₂-uitstoot onjuist is. Andere beschikbare documentatie moet eveneens worden meegewogen bij een verzoek tot wijziging op grond van artikel 43e Wegenverkeerswet 1994.
Kentekenregister als volwaardig bewijs
De Afdeling accepteert een lijst met referentievoertuigen uit het Nederlandse kentekenregister als volwaardig bewijs. Wanneer een voldoende aantal voertuigen met dezelfde Europese typegoedkeuring op essentiële kenmerken overeenkomt met het geïmporteerde voertuig, en al deze referentievoertuigen dezelfde (lagere) CO₂-uitstoot hebben, is daarmee aannemelijk gemaakt dat de geregistreerde waarde onjuist is.
De Afdeling overweegt daarbij uitdrukkelijk dat wanneer alle referentievoertuigen dezelfde CO₂-uitstoot hebben, aannemelijk is dat die uitstoot is vastgesteld aan de hand van de door de fabrikant vastgestelde waarde op het CVO. De RDW heeft op zitting bevestigd dat de CO₂-waarde uit de Europese database, van het kentekenbewijs en van het CVO in beginsel gelijk zou moeten zijn.
Met andere woorden: de gegevens van referentievoertuigen in het kentekenregister worden geacht te conformeren aan de fabriekswaarde.
Wanneer slaagt het bewijs?
Uit de drie zaken tekent zich een helder kader af:
- Hoofdzaak (ECLI:NL:RVS:2026:1320): een lijst van 70 referentievoertuigen die op 15 kenmerken overeenkwamen. De RDW moest de CO₂-uitstoot aanpassen.
- Zaak Tsjechië (ECLI:NL:RVS:2026:1322): 188 referentievoertuigen met identieke NEDC2-waarden. Ook hier moest de RDW aanpassen.
- Zaak Polen (ECLI:NL:RVS:2026:1321): slechts twee referentievoertuigen die bovendien op relevante punten verschilden (andere milieuklasse, andere typegoedkeuringsextensie, ander bouwjaar). Dat was onvoldoende.
Het principiële punt, dat de werkwijze van de RDW onjuist is, werd echter ook in die laatste zaak bevestigd.
De kenmerken waarop referentievoertuigen moeten overeenkomen zijn de essentiële punten uit Bijlage II, deel B, van Richtlijn 2007/46/EG: onder meer typegoedkeuringsnummer (inclusief extensie), uitvoering, variant, maximumvermogen, brandstof, massa rijklaar, cilinderinhoud, wielbasis en milieuklasse.
Gevolgen voor de BPM-praktijk
De aanleiding voor alle drie de zaken was een naheffingsaanslag BPM. De Belastingdienst neemt bij het vaststellen van de BPM de CO₂-uitstoot uit het kentekenregister als uitgangspunt. Wanneer de RDW een te hoge waarde registreert, betaalt de importeur te veel BPM.
Met deze uitspraken staat vast dat importeurs die geconfronteerd worden met een te hoge CO₂-registratie niet afhankelijk zijn van een CVO om dat aan te vechten. Een gedegen vergelijking met het kentekenregister volstaat.
Dat opent de weg voor herziening van de BPM in potentieel duizenden gevallen waarbij de RDW de hoogste waarde uit een range heeft gehanteerd.
Lees de volledige uitspraken
📄
Hoofdzaak | ECLI:NL:RVS:2026:1320
70 referentievoertuigen, 15 kenmerken: RDW moet CO₂ aanpassen
📄
Zaak Tsjechië | ECLI:NL:RVS:2026:1322
188 referentievoertuigen met identieke NEDC2-waarden
Te veel BPM betaald door een te hoge CO₂-registratie?
Na deze uitspraken van de Raad van State is duidelijk: u hoeft géén CVO te overleggen om een onjuiste CO₂-registratie aan te vechten. Een vergelijking met het kentekenregister kan volstaan.
ROTA Automotive Jurist
Heeft u vragen over uw BPM-aangifte of vermoedt u dat u te veel BPM heeft betaald door een onjuiste CO₂-registratie? ROTA Automotive Jurist beschikt over de juridische kennis en data-expertise om uw zaak te beoordelen en uw recht op teruggave te realiseren.
Alle uitspraken zijn gepubliceerd op 18 maart 2026 via rechtspraak.nl.
