# S-TAX Auto-Taxaties - Volledige kennisbank (llms-full) > S-TAX (Arnhem, KvK 09195262) is gespecialiseerd in BPM-taxaties van geimporteerde auto's en in contra-expertise. Wij stellen juridisch verdedigbare BPM-taxatierapporten op onder artikel 110 VWEU, onderbouwd met RDW-kentekens van vergelijkbare in Nederland geregistreerde voertuigen. Kerngedachte: de BPM op een importauto mag nooit hoger zijn dan de rest-BPM in een vergelijkbaar Nederlands voertuig. Dit bestand bevat de volledige tekst van alle kennisbank-artikelen van S-TAX, zodat AI-systemen de inhoud rechtstreeks kunnen raadplegen en citeren. De beknopte index met diensten en kernpagina's staat in https://s-tax.nl/llms.txt Laatste update: 2026-07-15 Contact: telefoon 06 54 35 02 54 | https://s-tax.nl/contact/ =========================================================== ## S-TAX zet de standaard: 1000+ rapporten op Code Groen bij Autotelex URL: https://s-tax.nl/code-groen-1000-rapporten-autotelex/ Gepubliceerd: 2026-06-27 Arnhem, 27 juni 2026 – S-TAX Auto-Taxaties Bij S-TAX Auto-Taxaties geldt één uitgangspunt: een eerlijke, goed onderbouwde taxatie hoort niet onterecht als zware schade-auto te worden weggezet. Daarom hebben wij deze week meer dan 1000 BPM-taxatierapporten geüpload naar Autotelex, de norm in waarden. Het resultaat: deze voertuigen staan nu op Code Groen. Waarom dit nieuws is Een correct getaxeerd voertuig met een goed onderbouwde waarde kan onterecht een Code Rood krijgen, alsof het om een zware schade-auto gaat. Dat klopt niet. De waarde is netjes onderbouwd en volledig in lijn met artikel 110 VWEU. Door onze rapporten centraal vast te leggen bij Autotelex zorgen wij dat die voertuigen staan waar ze horen: op Code Groen. Wat S-TAX levert ✓Actuele marktdata. Taxaties onderbouwd met actuele marktdata, niet met aannames. ✓Controleerbaar vastgelegd. Structurele marktwaardes: elk rapport is controleerbaar vastgelegd bij Autotelex. ✓Conform artikel 110 VWEU. Onderbouwing zwart op wit, in lijn met het Europese discriminatieverbod voor importauto's. ✓Geen onterechte rode vlag. Geen BPM-rapporten waarbij voertuigen als zware-schade auto's worden geoormerkt. Voortaan automatisch Vanaf nu gaan alle nieuwe S-TAX BPM-rapporten automatisch naar Autotelex. Zo staat elke taxatie vanaf het eerste moment goed geregistreerd en voorkomen we dat een correct getaxeerd voertuig onterecht in het rood belandt. Code Groen, zoals het hoort S-TAX accepteert geen onterechte Code Rood. Wij taxeren volgens de wet, onderbouwd met marktdata en deskundigenonderzoek, en altijd controleerbaar. Eerlijk, objectief en juridisch verantwoord. Uw recht, onze missie. Een taxatie aanvragen of overleggen? Wilt u een voertuig laten taxeren conform artikel 110 VWEU, of eerst overleggen over uw BPM-positie? Neem contact op met S-TAX. Taxatie & contra-expertiseS-TAX Auto-TaxatiesEen onafhankelijke taxatie onder artikel 110 VWEU, controleerbaar vastgelegd bij Autotelex. Code Groen.Neem contact op met S-TAX →Gratis indicatieCheck uw BPM-riskBereken zelf of uw importauto richting Code Rood neigt, en wat een taxatie onder artikel 110 VWEU oplevert.Naar de BPM-risk calculator → Achtergrond op deze site S-TAX introduceert Code GroenWaarom een taxatie onder artikel 110 VWEU nooit Code Rood kan zijn.Code RoodHoe een onzichtbaar systeem de automarkt stuurt, en waarom een eerlijke taxatie daar niet in thuishoort. S-TAX Auto-Taxaties Deurnestraat 15, 6843 PM Arnhem info@s-tax.nl · 06 5435 0254 · www.s-tax.nl Een S-TAX-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. ----------------------------------------------------------- ## S-TAX introduceert Code Groen: een taxatie onder artikel 110 VWEU kan nooit Code Rood zijn URL: https://s-tax.nl/code-groen-taxatie-artikel-110-vweu-kan-nooit-code-rood/ Gepubliceerd: 2026-06-23 Arnhem, 23 juni 2026 – S-TAX Auto-Taxaties Bij S-TAX Auto-Taxaties geldt een helder uitgangspunt voor importeurs, handelaren en consumenten: een voertuig dat door S-TAX wordt getaxeerd conform artikel 110 VWEU, krijgt Code Groen. Een S-TAX-taxatie onder artikel 110 VWEU kan nooit Code Rood zijn. Eerlijk, objectief en juridisch verantwoord, zichtbaar in de markt. Waarom dit nieuws is Wie een auto importeert en laat taxeren, wil zekerheid. Geen rode vlag, geen verdachtmaking, geen gedoe achteraf. Tot nu toe konden taxaties met een lagere, goed onderbouwde BPM-waarde een signaal "laag BPM-risk" oproepen, terwijl die lagere waarde juist volledig in lijn is met het Europese recht. S-TAX draait dat om. Wij taxeren uitsluitend conform artikel 110 VWEU. Het uitgangspunt is simpel: bij import mag nooit méér BPM worden geheven dan nog besloten ligt in de waarde van vergelijkbare, al in Nederland geregistreerde voertuigen. Een taxatie die dat beginsel netjes volgt, is geen risico. Die is correct. En correct is groen. Wat Code Groen betekent ✓Onafhankelijk. Getaxeerd door deskundige, gecertificeerde ROTA-taxateurs, zonder belang bij de uitkomst. ✓Volgens de wet. Taxatie onder artikel 110 VWEU, het Europese discriminatieverbod voor importauto's. ✓Objectief. Onderbouwd met RDW-data en deskundigenonderzoek, niet met aannames. ✓Transparant. Heldere berekening en controleerbare referentievoertuigen. ✓Code Groen. Een eerlijke, juridisch verantwoorde taxatie, herkenbaar in de markt. "Een eerlijke taxatie hoort geen rode vlag te krijgen" De boodschap is even eenvoudig als principieel: een auto die volgens de regels van artikel 110 VWEU is getaxeerd, hoort gewoon door te kunnen. Geen onnodige verdachtmaking, geen extra drempels voor wie zich aan het recht houdt. Daarom biedt S-TAX de mogelijkheid om uitsluitend Code Groen te werken: taxaties die staan als een huis, voorzien van de onderbouwing die nodig is om de waarde aan te tonen. Voor wie Importeurs & handelarenVoorraad zonder rode vlaggenZekerheid over uw BPM-positie en een voorraad die u zonder rode vlaggen kunt verkopen. ConsumentenEen taxatie die kloptKoopt u een geïmporteerde auto, dan weet u dat de taxatie klopt en standhoudt. Lease & fleetBetrouwbaar op schaalEen betrouwbare, juridisch verantwoorde taxatiepartner voor wie op volume werkt. Onze missie Eerlijk. Objectief. Juridisch verantwoord. Dat is geen slogan, dat is de manier waarop wij elke taxatie opbouwen. Uw recht, onze missie. Een taxatie aanvragen of overleggen? Wilt u een voertuig laten taxeren conform artikel 110 VWEU, of eerst overleggen over uw BPM-positie? Neem contact op met S-TAX. Taxatie & contra-expertiseS-TAX Auto-TaxatiesEen onafhankelijke taxatie onder artikel 110 VWEU, met de onderbouwing waarop uw bezwaar of beroep kan steunen. Code Groen.Neem contact op met S-TAX →Gratis indicatieCheck uw BPM-riskBereken zelf of uw importauto richting Code Rood neigt, en wat een taxatie onder artikel 110 VWEU oplevert.Naar de BPM-risk calculator → Achtergrond op deze site Code RoodHoe een onzichtbaar systeem de automarkt stuurt, en waarom een eerlijke taxatie daar niet in thuishoort.Artikel 110 VWEU en auto-importWaarom artikel 110 VWEU steeds belangrijker wordt voor Nederlandse BPM-zaken, met de belangrijkste arresten op een rij. S-TAX Auto-Taxaties Deurnestraat 15, 6843 PM Arnhem info@s-tax.nl · 06 5435 0254 · www.s-tax.nl Een S-TAX-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. ----------------------------------------------------------- ## Te veel BPM op een import? Brussel zegt: dat mag niet, en grijpt nu in URL: https://s-tax.nl/te-veel-bpm-op-import-brussel-grijpt-in/ Gepubliceerd: 2026-06-15 Arnhem, 15 juni 2026 – S-TAX Auto-Taxaties Een ingevoerde gebruikte auto mag nooit zwaarder met registratiebelasting worden belast dan het bedrag dat nog in een vergelijkbare auto zit die hier al op kenteken staat. Dat is geen mening maar de harde regel van artikel 110 VWEU, en de Europese Commissie dwingt hem nu opnieuw af voor het Hof van Justitie. In een minuut Wat is het nieuws? De Europese Commissie heeft een lidstaat voor het Hof van Justitie van de EU gedaagd (zaak C-451/25, aanhangig sinds 9 juli 2025, PbEU C/2025/4588) wegens een te hoge registratiebelasting op importauto's, in strijd met artikel 110 VWEU. Waarom is dit belangrijk? Het verwijt is tweeledig: de forfaitaire heffing valt hoger uit dan de restbelasting in vergelijkbare binnenlandse auto's, én importeurs krijgen geen reële mogelijkheid om met tegenbewijs aan te tonen dat de werkelijke restbelasting lager ligt. Dat raakt precies het type heffing waartoe de Nederlandse BPM behoort. Wat betekent dit voor u? Wie auto's importeert, moet erop letten dat de BPM nooit hoger uitkomt dan de rest-BPM in een vergelijkbaar voertuig dat hier al op kenteken staat, en dat tegenbewijs mogelijk blijft. Een forfait zonder tegenbewijs dat boven de restwaarde uitkomt, staat onder Europese druk. Wat verwijt de Commissie in zaak C-451/25? In zaak C-451/25 (aanhangig sinds 9 juli 2025, PbEU C/2025/4588) verwijt de Commissie een lidstaat twee dingen. Ten eerste dat de forfaitaire heffing op importauto's hoger uitvalt dan de restbelasting in gelijksoortige binnenlandse voertuigen. Ten tweede, en dat is de angel, dat importeurs geen enkele reële manier krijgen om dat te weerleggen: geen individuele tegenbewijs- of controletoets waarmee je kunt aantonen dat de werkelijke restbelasting lager ligt dan het tabelbedrag. Wie te veel betaalt, betaalt te veel en klaar. Waarom dit de kern is voor de autohandel Voor de autohandel is dit de kern waar alles om draait. De registratiebelasting die nog in een binnenlandse occasion zit, daalt mee met de waarde van die auto. Een importheffing die dat niet volgt, schiet er bovenuit en dat is precies wat verboden is. Een forfaitaire tabel mag, maar alleen als die de werkelijke waardevermindering benadert en als de heffing nooit hoger uitkomt dan de restbelasting op een vergelijkbaar voertuig dat hier al rijdt. Het Hof legde dit beginsel allang vast Dat is geen nieuw idee dat Brussel verzint. Het Hof heeft het beginsel keer op keer vastgelegd. In Gomes Valente (C-393/98) mocht een forfaitair stelsel alleen als iedere discriminerende werking is uitgesloten (punt 26) en de eigenaar de tabel in rechte kan aanvechten (punten 32 tot en met 35). In Tulliasiamies en Siilin (C-101/00, punt 88) werd dat tegenbewijsrecht met zoveel woorden erkend. En in de Nederlandse zaak X (C-437/12) zette het Hof de norm waar de hele BPM-praktijk op draait: de heffing mag niet hoger zijn dan het laagste restbedrag in een gelijksoortige, reeds geregistreerde auto (punten 42 en 44), gemeten aan het referentievoertuig waarvan de kenmerken het dichtst aanleunen, kilometerstand en staat inbegrepen (punt 23). Aanhangig · sinds 9 juli 2025C-451/25 (PbEU C/2025/4588)De Commissie daagt een lidstaat: de forfaitaire importheffing valt hoger uit dan de restbelasting, én er is geen reëel tegenbewijs mogelijk.Volg de zaak bij het Hof →HvJ-EU · forfait + tegenbewijsGomes Valente (C-393/98)Een forfaitair stelsel mag alleen als iedere discriminerende werking is uitgesloten en de eigenaar de tabel in rechte kan aanvechten.Lees op EUR-Lex →HvJ-EU · recht op tegenbewijsTulliasiamies en Siilin (C-101/00)Het recht op tegenbewijs tegen de forfaitaire waardering werd met zoveel woorden erkend (punt 88).Lees op EUR-Lex →HvJ-EU · Nederlandse BPM-normX (C-437/12)De heffing mag niet hoger zijn dan het laagste restbedrag in een gelijksoortige, reeds geregistreerde auto (punten 42 en 44).Lees op EUR-Lex →Arrest · 22 februari 2024Commissie / Malta (C-694/22)Volledig toegewezen. Dezelfde Commissie-agent voert nu ook C-451/25, langs dezelfde artikel 110-lijn.Lees op EUR-Lex → Hetzelfde team, dezelfde lijn: van Malta naar nu En dan het signaal dat de handel niet mag missen. Het beroep in C-451/25 wordt mede gevoerd door dezelfde Commissie-agent die ook de Malta-zaak deed (C-694/22, arrest 22 februari 2024, volledig toegewezen). Hetzelfde team, dezelfde art. 110-lijn, lidstaat na lidstaat. Brussel behandelt te hoge registratieheffingen op import niet als incident maar als beleid. Eén nuance om het zuiver te houden: Malta ging over de jaarlijkse houderschapsbelasting, niet over de eenmalige registratiebelasting. C-451/25 raakt wel de registratiebelasting, en dus precies het type heffing waartoe de BPM behoort. De gemene deler is het beginsel: een binnenlandse belasting mag een importauto nooit zwaarder treffen dan het restant dat nog op een vergelijkbaar nationaal voertuig drukt. De nuance voor Nederland: tegenbewijs bestaat hier al Eén ding scherp houden: de procedure in C-451/25 loopt tegen een andere lidstaat, niet tegen Nederland. En juist op het zwaarste verwijt, het ontbreken van tegenbewijs, staat Nederland er anders voor. Wie hier een gebruikte auto importeert mag de afschrijving zelf onderbouwen: via de forfaitaire tabel, via een koerslijst, of via een individueel taxatierapport. Die keuzevrijheid is precies de tegenbewijsmogelijkheid die de Commissie elders mist. Dat maakt de Nederlandse BPM niet onaantastbaar. Ook mét tegenbewijs kan de uitkomst in een concreet geval nog te hoog uitvallen, bijvoorbeeld wanneer de tabel of de gekozen methode de werkelijke waardedaling niet goed treft. Daarover wordt in Nederland nog steeds geprocedeerd. De boodschap is dus genuanceerder dan "Brussel grijpt in": het systeem kent de juiste uitgang al, maar of die uitgang in uw geval tot de juiste uitkomst leidt, moet u per voertuig blijven controleren. Wat dit betekent als u importeert Een arrest laat nog even op zich wachten, een niet-nakomingsprocedure duurt al gauw anderhalf tot tweeënhalf jaar. Maar de boodschap voor iedereen die auto's importeert is nu al helder: een forfait zonder tegenbewijs, dat boven de restwaarde uitkomt, staat in Brussel onder het vergrootglas. Hulp nodig bij uw BPM of import? Twijfelt u of de BPM op uw importauto te hoog is vastgesteld? S-TAX en de ROTA-jurist werken samen aan onderbouwing en procedure. Twee routes, één doel: Taxatie & contra-expertiseS-TAX Auto-TaxatiesOnafhankelijke BPM-controle en taxatierapport op basis van feitelijke marktgegevens van vergelijkbare voertuigen. Wij leveren het tegenbewijs waarop uw bezwaar of beroep kan steunen.Neem contact op met S-TAX →Juridische ondersteuningRecht-Zeker Automotive RechtDe ROTA-jurist voor BPM-procedures en EU-recht (artikel 110 VWEU) in bezwaar en beroep.Naar Recht-Zeker Automotive → Achtergrond op deze site Artikel 110 VWEU en auto-importWaarom artikel 110 VWEU steeds belangrijker wordt voor Nederlandse BPM-zaken, met de belangrijkste arresten op een rij.Code RoodHoe een onzichtbaar systeem de automarkt stuurt. ----------------------------------------------------------- ## De vernieuwde S-TAX app is live: BPM-indicatie, Code Rood en taxatieaanvragen in een app URL: https://s-tax.nl/s-tax-app-live-app-store/ Gepubliceerd: 2026-06-08 Arnhem, 8 juni 2026 – S-TAX Auto-Taxaties De vernieuwde S-TAX app staat vanaf nu in de App Store. Bereken in een paar tikken of u te veel BPM betaalt op uw import, check uw Code Rood-risico, vraag een taxatie aan en blijf op de hoogte van het laatste juridische nieuws. Alles binnen een app, gratis te downloaden. In een minuut Wat is er nieuw? De vernieuwde S-TAX app is live in de App Store. Een snelle BPM-indicatie, de Code Rood calculator, taxatieaanvragen en juridisch nieuws zitten nu samen in een app op uw telefoon. Voor wie? Voor iedereen die een auto importeert of net heeft geimporteerd en wil weten of de BPM klopt, en voor bestaande klanten die een taxatie of contra-expertise nodig hebben. Wat kost het? Downloaden en de BPM-indicatie zijn gratis. Een volledig, ROTA-erkend taxatierapport blijft vanaf 150 euro en staat binnen 24 uur in uw inbox. Wat kunt u met de app? Gratis · BPM-indicatieBereken direct uw BPM-voordeelZie meteen of u te veel BPM betaalt op uw import. Reken het uit voordat u tot aankoop overgaat en voorkom een dure verrassing. Code Rood calculatorBereken uw afwijking en risicoVergelijk uw waarde met de forfaitaire afschrijving en zie in een oogopslag of u in het groen, oranje of rood zit. Voorkom verrassingen bij een controle. Taxatie aanvragenSnel en eenvoudig via WhatsAppVraag rechtstreeks vanuit de app een taxatie aan via WhatsApp. Geen gedoe met formulieren, wij nemen contact met u op. Juridisch nieuwsActuele inzichten en uitsprakenBlijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen rond BPM, naheffingen, bezwaar en beroep. Direct in de app. Rapport binnen 24 uurROTA-erkend en betrouwbaarUw taxatierapport binnen 24 uur in uw inbox. ROTA-erkend, met ervaring in BPM en contra-expertise sinds 2009, vanaf 150 euro. BPM-naheffing of bezwaar?Specialistische ondersteuningBij bezwaar werken wij samen met mr. Robin Lammers (Recht-Zeker), specialist automotive recht. Sterke onderbouwing van taxatie tot procedure. Nu downloaden De S-TAX app is gratis te downloaden in de App Store. Open de app, start de gratis BPM-indicatie en weet binnen een minuut waar u staat. Download in deApp Store Meer over de appAlles over de S-TAX appFuncties, veelgestelde vragen en hoe de gratis BPM-indicatie en Code Rood calculator werken. Bekijk de volledige app-pagina.Naar de app-pagina → Liever persoonlijk contact? Taxatie & contra-expertiseNeem contact op met S-TAXOnafhankelijke contra-expertise, BPM-controle en een taxatierapport op basis van feitelijke marktgegevens van vergelijkbare voertuigen.Naar het contactformulier →Direct bellen06 54 35 02 54Liever even overleggen over uw import of naheffing? Bel S-TAX, dan denken wij met u mee.Bel S-TAX → ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst krijgt tik op de vingers: handtekening onder uw BPM-naheffing klopt vaak niet URL: https://s-tax.nl/tik-op-vingers-belastingdienst-mandaatverbod-bpm/ Gepubliceerd: 2026-05-27 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mei 2026: bezwaarbeslissing vernietigd omdat de Belastingdienst niet kon aantonen wie uw aanslag heeft opgelegd en wie uw bezwaar behandelde. Arnhem, 27 mei 2026 – S-TAX Auto-Taxaties Heeft u een naheffing BPM gekregen? Dan is er belangrijk nieuws. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 mei 2026 een streep gezet door een uitspraak van de Belastingdienst, omdat niet bewezen kon worden wie binnen de Belastingdienst eigenlijk over uw zaak heeft besloten. Een tweede, vrijwel identieke zaak op dezelfde dag liep wel anders af. Het verschil zit volledig in de bewijsvoering, en daar zit uw kans. In een minuut Wat is het nieuws? Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 mei 2026 een uitspraak op bezwaar BPM vernietigd omdat de Belastingdienst niet kon aantonen wie de aanslag heeft opgelegd en wie het bezwaar heeft behandeld. Dat raakt het mandaatverbod uit artikel 10:3 lid 3 Awb: dezelfde persoon mag niet zijn eigen besluit in bezwaar opnieuw beoordelen. Waarom is dit belangrijk? Op vrijwel alle BPM-naheffingen staat één en dezelfde naam, een algemeen directeur van de Belastingdienst. Die kan onmogelijk al die duizenden besluiten persoonlijk hebben genomen. Kan de Belastingdienst niet aantonen wie het wél deed, dan kan de rechter het mandaatverbod niet toetsen. En dan volgt vernietiging. Wat nu? Loopt uw bezwaar, beroep of heeft u net een uitspraak op bezwaar gehad? Voeg het mandaatverbod toe als grond. Vraag schriftelijk wie uw aanslag heeft opgelegd en wie uw bezwaar behandelt. Daarna leest u hieronder precies wat u moet doen, in welke fase ook. Wat is er aan de hand? Op vrijwel alle BPM-naheffingen staat één en dezelfde naam: de algemeen directeur van een afdeling van de Belastingdienst. Die ene persoon kan natuurlijk onmogelijk al die duizenden besluiten zelf nemen. In werkelijkheid zet een computer of een andere medewerker zijn naam onder de brief. De wet (artikel 10:3 lid 3 Algemene wet bestuursrecht) verbiedt dat de persoon die uw naheffing heeft opgelegd, óók beslist over uw bezwaar tegen die naheffing. Dit heet het mandaatverbod. De gedachte erachter is simpel: iemand mag niet zijn eigen werk controleren. Een frisse blik is verplicht. En precies dat is het probleem. Als de Belastingdienst niet kan aantonen wie nu echt uw aanslag heeft opgelegd en wie écht uw bezwaar heeft behandeld, kan de rechter niet controleren of het mandaatverbod is nageleefd. In de zaak van 18 mei 2026 reageerde de Belastingdienst helemaal niet op deze grond. De rechter trok daaruit de conclusie: uitspraak vernietigd. Twee uitspraken, één dag, tegengesteld resultaat Op 18 mei 2026 deed Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak in twee BPM-zaken met dezelfde mandaatgrond. De Belastingdienst won er één en verloor er één. Het verschil: in de eerste zaak zweeg de inspecteur, in de tweede kon hij wél laten zien wie de behandelaar was. De bewijsvoering bepaalde de uitkomst. Aangever wint · 18 mei 2026ECLI:NL:RBZWB:2026:4257Belastingdienst reageerde niet op de mandaatgrond. Uitspraak op bezwaar vernietigd, proceskosten en griffierecht vergoed, nieuwe behandeling.Lees de uitspraak →Aangever verliest · 18 mei 2026ECLI:NL:RBZWB:2026:4267Belastingdienst kon de behandelaar wél benoemen. Mandaatgrond gepasseerd. Verschil met de andere zaak: de bewijsvoering, niet het recht.Lees de uitspraak → Bevestiging van een groter probleem: besluiten zonder mens Deze uitspraak raakt aan iets veel groters. Als de Belastingdienst niet kan aantonen wie uw aanslag heeft opgelegd, is dat een sterke aanwijzing dat het besluit (geheel of grotendeels) door een geautomatiseerd systeem is genomen, zónder echte menselijke tussenkomst. Dat is precies wat S-TAX al langere tijd aan de orde stelt in lopende procedures, waaronder Woo-verzoeken bij het Ministerie van Financiën en de RDW, een EU-klacht bij DG TAXUD (kenmerk CPLT(2025)00483) en een bezwaarschrift bij de Autoriteit Persoonsgegevens (kenmerk 2025-014398) tegen het BPM-Wegenrisico-algoritme. Onder artikel 22 AVG mag een burger niet worden onderworpen aan een uitsluitend geautomatiseerd besluit met aanmerkelijke gevolgen, zoals een naheffing. De uitspraak van 18 mei 2026 bevestigt het patroon: namen onder besluiten zijn niet altijd terug te voeren op een echte beslisser. Daar zit de juridische zwakte van de huidige BPM-uitvoering, en daar zit ook uw kans als aangever. Belangrijk om te weten De naheffing zelf wordt door deze uitspraak niet vernietigd. De Belastingdienst moet uw bezwaar opnieuw behandelen, betaalt uw proceskosten en het griffierecht terug. Inhoudelijk gaat de discussie over uw BPM dus gewoon door, maar u krijgt een tweede kans, kostenvergoeding en tijdwinst. Wat moet u doen? Welke route past bij uw fase? Fase 1 · In bezwaarU zit nog in bezwaarVoeg het mandaatverbod toe als grond. Vraag de Belastingdienst schriftelijk wie uw aanslag heeft opgelegd en wie uw bezwaar gaat behandelen. Fase 2 · Uitspraak ontvangenBinnen 6 weken na uitspraakStel beroep in en voer deze grond aan. De termijn van 6 weken is hard. Laat u niet verrassen. Fase 3 · In beroepUw beroep loopt alVul uw beroepsgronden aan met het mandaatverbod. Het kan tot aan de mondelinge behandeling. Fase 4 · AfgeslotenOnherroepelijk afgeslotenHelaas. De termijnen zijn definitief verlopen en deze grond kan niet meer worden ingebracht. Wat levert het op? Bij succes: vernietiging van de uitspraak op bezwaar, een nieuwe behandeling, vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Belastingdienst krijgt nog wél een tweede kans op de inhoud van uw zaak. Geen kwijtschelding dus, maar wel een nieuw moment om uw inhoudelijke argumenten te laten beoordelen, met de kostenrisico's tijdelijk bij de Belastingdienst. Hulp nodig? Voor uw BPM-dossier werkt S-TAX nauw samen met Recht-Zeker Automotive Recht, de ROTA-jurist voor BPM, contra-expertise en automotive-procedures. Twee routes, één doel: Taxatie & contra-expertiseS-TAX Auto-TaxatiesOnafhankelijke contra-expertise, BPM-controle en taxatierapport op basis van feitelijke marktgegevens van vergelijkbare voertuigen. Wij beoordelen uw dossier en leveren de feitelijke onderbouwing waarop uw bezwaar of beroep kan steunen.Neem contact op met S-TAX →Juridische ondersteuningRecht-Zeker Automotive RechtDe ROTA-jurist voor BPM-procedures, contra-expertise en automotive-recht. Voor mandaatverbod, artikel 22 AVG en EU-recht (artikel 110 VWEU) in bezwaar en beroep.Naar Recht-Zeker Automotive → Achtergrond op deze site BPM-algoritme stuurt op hogere heffingAP weigert onderzoek naar het BPM-Wegenrisico-algoritme.Code RoodHoe een onzichtbaar systeem de automarkt stuurt. ----------------------------------------------------------- ## Loket contraexpertiseklachten.nl gelanceerd: van advies naar actie, met klachten die al lopen URL: https://s-tax.nl/loket-contraexpertiseklachten-tuchtklachten-rota/ Gepubliceerd: 2026-05-21 Het patroon waar dit loket op is gebouwd: ongedocumenteerde voorschade-claims om de uitkering te beperken. 21 mei 2026 – Gerd Schippers, Contra-expert Vandaag is contraexpertiseklachten.nl online gegaan. Niet als aankondiging van een ambitieus initiatief, maar als infrastructuur rondom dossiers die bij de tuchtcommissie voorliggen, met een civielrechtelijk spoor in voorbereiding en het toezicht in beeld. Het loket bundelt wat tot dusver verspreid was: een onafhankelijke route voor verzekerden die vastlopen in een voertuig-expertise van hun verzekeraar. In een minuut Wat is het nieuws? contraexpertiseklachten.nl is live. Een onafhankelijk loket voor verzekerden met een conflict over een autoschade, dagwaarde, restwaarde of total loss. Achter het loket lopen tuchtklachten bij het NIVRE en een institutioneel signaal aan de NIVRE-directie. Een civielrechtelijk spoor op grond van art. 6:162 BW wordt voorbereid, en het toezicht (AFM) is in de correspondentie betrokken. Waarom is dit belangrijk? Vier jaar na HR 28-01-2022 (ECLI:NL:HR:2022:81) wordt het arrest in de dagelijkse praktijk nog steeds genegeerd. Aktes van benoeming met precies die door de Hoge Raad afgewezen NIVRE-eisen worden door verzekeraars opgedrongen. Schade-uitsluitingen op basis van vermeende voorschade of "een schadebeeld dat niet bij de toedracht past" worden ingebracht zonder bewijs. Wat nu? Heeft u een conflict met uw verzekeraar? Kijk op contraexpertiseklachten.nl en neem contact op met een ROTA-expert in uw regio via het ROTA Register. Wilt u uw zaak aanmelden voor opname in het ROTA Zwartboek? Dat kan via info@s-tax.nl met als onderwerp "Zwartboek-melding". Aanleiding In maart 2026 schreef ik op deze nieuwspagina al over de vrije keuze van contra-expert en het recht dat verzekeraars niet mogen beperken. Vier jaar eerder al wees de Hoge Raad in zijn arrest van 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:81) NIVRE-eisen aan contra-experts als onrechtmatige beperking van de vrije expertkeuze af. Vier jaar later wordt dat arrest in de dagelijkse praktijk nog steeds genegeerd. Aktes van benoeming met precies die door de Hoge Raad afgewezen NIVRE-eisen worden door verzekeraars opgedrongen. Schade-uitsluitingen op basis van vermeende voorschade of "een schadebeeld dat niet bij de toedracht past" worden ingebracht zonder bewijs. Voorwaardelijke schikkingsbiedingen worden gekoppeld aan de intrekking van tuchtklachten, om tuchtrechtelijke toetsing structureel te voorkomen. Wat er nu al loopt Op het moment van publicatie van deze tekst lopen er, gelinkt aan dossiers waarin S-TAX en Stichting ROTA optreden, meerdere sporen naast elkaar: Bij de Tuchtcommissie NIVRE is een eerste klacht via het Klachtenloket NIVRE formeel doorverwezen na beëindiging van de bemiddelingsfase. Een tweede tuchtklacht in hetzelfde dossier, tegen een tweede betrokken NIVRE-expert, is inmiddels eveneens ingediend. Civielrechtelijk wordt aansprakelijkstelling op grond van art. 6:162 BW op persoonlijke titel voorbereid tegen betrokken NIVRE-experts. De werkgeverspositie ontslaat hen niet, omdat artikel 2.2 van de NIVRE Gedragsregels uitdrukkelijk een eigen verantwoordelijkheid vastlegt. Institutioneel is een signaal aan de directie van het NIVRE afgegeven door Stichting ROTA, met aanzegging van een procedure op grond van art. 6:240 BW (oneerlijke algemene voorwaarden) en art. 3:305a BW (WAMCA). Bij het toezicht is de Autoriteit Financiële Markten in de correspondentie betrokken over het patroon. Wat contraexpertiseklachten.nl biedt Het loket geeft verzekerden drie dingen: Een ingang tot het ROTA Register van onafhankelijke voertuigtaxateurs, geselecteerd op de eigen ROTA Richtlijn Contra-Expertise en de ROTA Procedure Bindend Advies. Geen door verzekeraars opgerichte beroepsorganisatie, geen omzetafhankelijkheid van branchepartijen. Een herleidbaar contra-expertiserapport dat juridisch is onderbouwd, getoetst aan brondata zoals RDW Open Data en gevalideerde calculatiesystemen, en inzetbaar in een Kifid-procedure of civiele zaak. Een aanmeldroute voor het ROTA Zwartboek, dat de geanonimiseerde casussen samenbrengt waarin een voertuig-expertise of dagwaardebepaling aantoonbaar tekortschoot. Onderbouwing volgens de ROTA-richtlijnen, alleen gepubliceerd na uitdrukkelijke toestemming van de melder. Waarom dit ertoe doet Individuele schikkingen lossen individuele zaken op. Ze veranderen niets aan een werkwijze die voor de hele branche kostendekkend is. De volgende verzekerde komt morgen tegenover dezelfde structuur. Het patroon wordt pas zichtbaar als het gedocumenteerd wordt, en het verandert pas als documentatie wordt vertaald in juridische actie. Daar werkt Stichting ROTA aan, en daar dient contraexpertiseklachten.nl voor. Voor verzekerden Heeft u een conflict met uw verzekeraar over een autoschade, dagwaarde, restwaarde of total loss? Drie routes, in deze volgorde: Stap 1 · Het loketcontraexpertiseklachten.nlOnafhankelijk loket. Beschrijf uw zaak en zie waar uw situatie past in het patroon.Open het loket →Stap 2 · De expertROTA RegisterVind een onafhankelijke contra-expert in uw regio, geselecteerd op de ROTA-richtlijn.Vind een expert →Stap 3 · Het zwartboekMeld uw zaak aanGeanonimiseerde opname in het ROTA Zwartboek. Alleen na uw uitdrukkelijke toestemming.Mail Zwartboek-melding → Voor experts Bent u zelf voertuigtaxateur, schade-expert, jurist of rechtsbijstandsverlener? Twee routes om aan te sluiten: Voor taxateurs & expertsAansluiten bij ROTAOnafhankelijk werken volgens de ROTA-richtlijn Contra-Expertise. Geen omzetafhankelijkheid van branchepartijen.Naar het ROTA Register →Voor juristen & RB-verlenersDossier doorgeleidenHeeft u dossiers die in het patroon passen? Het patroon wordt zichtbaar door samen te documenteren.Mail doorgeleiding → Achtergrond op deze site Vergoeding contra-expertiseUw recht op vergoeding per verzekeraar.Richtlijn Contra-ExpertiseDe ROTA-richtlijn waarop het register selecteert. ----------------------------------------------------------- ## Waarschuwen voor herleiding en intussen koerslijst en schade-afschrijving pushen? Dán krijgt u juist de naheffing URL: https://s-tax.nl/tegenbericht-herleiding-koerslijst-art110-vweu/ Gepubliceerd: 2026-05-06 In de markt circuleert opnieuw een waarschuwing aan autobedrijven: pas op met de "herleidingsmethode", want die is door de Hoge Raad afgekeurd. Op zich klopt dat, maar de boodschap eindigt precies op het verkeerde moment. Want wat de afzenders er niet bij vertellen, is dat de alternatieven die zij impliciet aanbevelen, koerslijst-only en schade afschrijven op 100% of 72%, exact de rapporten zijn die de Belastingdienst nu massaal naheft en hertaxeert. De echte bescherming tegen te veel BPM heffen heet artikel 110 VWEU. Niets anders. In een minuut Wat is het nieuws? Een concurrerende taxateur stuurt autobedrijven een waarschuwing rond dat de "herleidingsmethode" door de Hoge Raad is afgekeurd, en biedt zichzelf aan voor een vervolggesprek. De boodschap suggereert dat koerslijst-only of schade afschrijven op 100% of 72% van de koerslijstwaarde een veiliger alternatief is. Dat is feitelijk onjuist en commercieel gemotiveerd. Waarom is dit belangrijk? De afgekeurde herleiding (fictieve historische herrekening) wordt op een hoop gegooid met de art. 110 VWEU-vergelijking met daadwerkelijk geregistreerde Nederlandse voertuigen. Dat zijn twee compleet verschillende methodes. De eerste is verboden, de tweede is door het EU-recht juist verplicht. Wie het advies opvolgt en overstapt op koerslijst-only of standaard schade-aftrek, ruilt een methodologisch zwak rapport in voor een methodologisch nog zwakker rapport en wordt straks zonder verdediging nageheven. Wat nu? Een verdedigbaar rapport bevat een gelijksoortigheidstoets op de essentiele punten van Richtlijn 2007/46/EG, daadwerkelijke referentievoertuigen uit het RDW-kentekenregister, een berekening van het laagste rest-BPM in de referentiegroep en een schadecalculatie per onderdeel (RNCS, Audatex of SilverDAT) in plaats van een platte percentage-aftrek. Twijfelt u? Laat het rapport toetsen voordat het in de aangifte verdwijnt, niet erna. Wie dit verspreidt, en waarom De waarschuwing waar dit bericht op reageert komt niet van een toezichthouder, niet van een brancheorganisatie en niet van een onafhankelijke deskundige. Het komt van een concurrerende taxateur die deze tekst rondstuurt aan autobedrijven met het verzoek "een keer langs te mogen komen om uit te leggen waar de fout in zit". Het patroon is herkenbaar: andere taxateurs zwartmaken onder de valse vlag van een collegiale waarschuwing, in de hoop zelf het volgende klusje binnen te halen. De zin "ik zeg dit niet om jullie als klant binnen te halen", letterlijk uit het bericht, is precies de openingszet van iemand die exact dat wel doet. Bangmaken als acquisitiekanaal, met de fiscus als drukmiddel. Twee dingen zijn er mis mee: De inhoud klopt niet. Het bericht gooit "herleiding" en "vergelijking onder art. 110 VWEU" op een hoop en suggereert dat 220 rechtbankuitspraken alle vormen van vergelijking afkeuren. Dat is feitelijk onjuist. Die uitspraken gaan over fictieve historische herrekening, niet over de art. 110-vergelijking met daadwerkelijk geregistreerde voertuigen die het EU-recht juist verplicht stelt. Het advies stuurt u naar het echte risico. Wie "herleiding" laat vallen en overstapt op koerslijst-only of standaard schade-aftrek op 100% of 72%, ruilt een methodologisch zwak rapport in voor een methodologisch nog zwakker rapport en wordt straks alsnog nageheven, maar dan zonder enige verdediging. Een waarschuwing die u richting de zwakste rapportstructuur duwt en die afkomstig is van iemand die zichzelf vervolgens aanbiedt om "uit te leggen waar de fout zit", is geen waarschuwing. Dat is verkoop verpakt als zorg. Verwarring tussen twee totaal verschillende dingen De hele discussie wordt vertroebeld omdat een term, "herleiding", voor twee compleet verschillende methodes wordt gebruikt: Wat de Hoge Raad heeft afgekeurd Wat het EU-recht juist verplicht Fictieve herrekening uit historische BPM zonder marktbasis Vergelijking met daadwerkelijk geregistreerde Nederlandse voertuigen Rekenmodel zonder gelijksoortigheidstoets Toetsing op essentiele punten (Richtlijn 2007/46/EG) Kunstmatig BPM-bedrag op aangifte Aantoonbaar laagste rest-BPM in de referentiegroep 220 uitspraken op rechtspraak.nl gaan over de eerste kolom. Geen ervan verbiedt de tweede. Wat artikel 110 VWEU werkelijk doet Art. 110 VWEU verbiedt dat een ingevoerd voertuig zwaarder wordt belast dan een vergelijkbaar voertuig dat al in Nederland staat. Het Hof van Justitie heeft dat in C-437/12 (X-arrest) keihard bevestigd: de inspecteur is verplicht het laagste rest-BPM-bedrag in de vergelijkingsgroep toe te passen. De Hoge Raad heeft dit doorgetrokken: HR 24-03-2023 (ECLI:NL:HR:2023:440): de "kan-bepaling" van art. 10b Wet BPM is geen keuze. De inspecteur moet ambtshalve de gunstigste heffingsmaatstaf toepassen. HR 02-02-2024 (ECLI:NL:HR:2024:147): bij discriminatie blijft de Wet BPM buiten toepassing. EU-recht gaat boven nationaal beleid. En in 2025 ging de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:1977) verder: een daadwerkelijk geregistreerd referentievoertuig dat op alle essentiele punten gelijksoortig is, is genoeg om de naheffing onderuit te halen. Sinds ABRvS 18-03-2026 (1320/1321/1322) geldt het RDW-kentekenregister bovendien als volwaardig bewijs voor CO2-verificatie en gelijksoortigheid. Waarom koerslijst en schade-aftrek (100% of 72%) u juist exposureren Wie vertrouwt op de methodes die nu als "veilig alternatief" worden aangeprezen, loopt het grootste risico: Koerslijst-only zonder gelijksoortigheidstoets Een koerslijst is een statistisch gemiddelde, geen onderbouwing. De inspecteur kan probleemloos een andere koerslijst pakken (XRAY waar u AutoTelex gebruikte, of omgekeerd) en herrekenen. Bij beroep zoekt de rechter naar vergelijking met feitelijk geregistreerde voertuigen op essentiele punten (Richtlijn 2007/46/EG). Een koerslijst levert die toets niet. Resultaat: koerslijst sneuvelt, DET-tabel wordt opgelegd, klant betaalt bij. Schade afschrijven op 100% of 72% van de koerslijstwaarde Dit is een rekenkundige methode: handelsinkoopwaarde uit een koerslijst, daar 100% (volledig) of 72% (gedempt) van de schadecalculatie van aftrekken. Het is geen onderbouwing van waardevermindering, het is een formule. Het 72%-percentage stamt uit de verhouding handelsinkoop/taxatiewaarde en wordt gepresenteerd als "veilig", maar mist elke koppeling aan het wettelijke kader: er is geen gelijksoortigheidstoets, geen referentievoertuig, geen art. 110-vergelijking. De Belastingdienst hertaxeert dit standaard. Argumenten die altijd terugkomen: "schade is bedrijfsmatig herstelbaar tegen lagere kosten", "herstel niet aangetoond", "geen waardedrukkend effect aangetoond na herstel", "calculatie niet specifiek genoeg". Een van die vier en de aftrek staat op nul. Bij beroep zoekt de rechter naar vergelijking met feitelijk geregistreerde voertuigen op essentiele punten (Richtlijn 2007/46/EG). Een koerslijst plus percentageaftrek levert die toets niet, hoe netjes het percentage ook is. Resultaat: koerslijst gepasseerd, schade-aftrek op nul of fors verlaagd, DET-tabel opgelegd, naheffing plus heffingsrente plus vaak boete. De combinatie koerslijst plus 100%/72%-schade is geen taxatie, het is een aangifte-instrument Een rapport zonder gelijksoortigheidstoets en zonder onderbouwing van het laagste rest-BPM is in een procedure niets waard. Het levert exact zoveel verdediging op als de aangifte zelf, namelijk: nul. Zodra de inspecteur een ander koerslijstmoment, een andere uitvoeringsvariant of een lagere schadewaardering inbrengt, is er geen tegenargument. De rapportstructuur biedt geen aanknopingspunt om terug te vechten. Wat een verdedigbaar rapport in 2026 minimaal bevat Gelijksoortigheidstoets op de essentiele punten van Richtlijn 2007/46/EG: typegoedkeuring, motoruitvoering, brandstof, CO2 (NEDC en WLTP), uitrusting, leeftijd, kilometerstand. Daadwerkelijke referentievoertuigen uit het RDW-kentekenregister, geen abstracties, geen fictie, geen "vergelijkbare uitvoering volgens koerslijst". Berekening van het laagste rest-BPM in de referentiegroep volgens H.B. = bruto nieuw x (taxatiewaarde / catalogusprijs), met expliciete vergelijking tegen het laagst voorkomende rest-BPM-niveau. Schadecalculatie per onderdeel met arbeidsuren en onderdeelprijzen (RNCS, Audatex of SilverDAT), niet een platte percentage-aftrek van 100% of 72%. Expliciet beroep op art. 110 VWEU en de relevante jurisprudentie: HvJ C-437/12, HR 2023:440, HR 2024:147, GHARL 2022:1963, RBNNE 2025:1977, ABRvS 2026:1320/1321/1322. Wie dit niet levert, levert geen rapport. Die levert een naheffing in de wachtkamer. De kern Iedereen die u waarschuwt voor "herleiding" zonder uit te leggen dat artikel 110 VWEU u juist verplicht recht geeft op vergelijking, vertelt het halve verhaal. En als die "iedereen" tegelijkertijd zelf op de stoep staat met een visitekaartje, vertelt hij niet alleen het halve verhaal, maar ook het verkeerde verhaal, met een commercieel doel. Het halve verhaal kost u geld. Niet aan de Belastingdienst aan de voorkant, maar aan de naheffing achteraf. De echte vraag voor uw autobedrijf is niet of uw taxateur "herleidt", maar of uw rapport de toets van art. 110 VWEU doorstaat. Onderbouwde marktvergelijking met geregistreerde Nederlandse voertuigen is geen risico, het is de enige juridisch houdbare verdediging. Twijfelt u over een rapport dat is opgesteld of afgegeven? Laat het toetsen voordat het in de aangifte verdwijnt, niet erna. En toets vooral wie de toetser is. Lees over artikel 110 VWEU Gerd Schippers, S-TAX Auto-Taxaties, ROTA-gecertificeerd register-taxateur (16002), VTC. BPM-praktijk sinds 2009. s-tax.nl/artikel-110-vweu · autodataport.nl ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst stuurt via BPM-algoritme op hogere heffing. AP weigert onderzoek. URL: https://s-tax.nl/bezwaar-ap-besluit-bpm-algoritme-wegenrisicos-rota/ Gepubliceerd: 2026-04-23 Stichting ROTA heeft vandaag bezwaar ingediend tegen het besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens om een AVG-klacht over het BPM-algoritme "Wegenrisico's" van de Belastingdienst niet inhoudelijk te behandelen. Dat algoritme plaatst sinds 1 januari 2023 BPM-aangiftes geautomatiseerd in de werkvoorraad "naheffen". De Belastingdienst heeft zelf de parameters in handen en kiest volgens eigen interne memo's bewust voor "dynamische en flexibele weegregels" om "onvoorspelbaar naar de markt te kunnen zijn". Voorgeschiedenis bij dit bezwaar Op 14 april 2026 besloot de AP de klacht van ROTA niet individueel te behandelen. In dat eerdere bericht staan de inhoud van het AP-besluit en de aanleiding van de oorspronkelijke klacht uit mei 2025. Lees het AP-besluit en de reactie van ROTA In één minuut Wat is het nieuws? Stichting ROTA heeft vandaag bezwaar ingediend tegen het besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens om een AVG-klacht over het BPM-algoritme "Wegenrisico's" van de Belastingdienst niet inhoudelijk te behandelen. Dat algoritme plaatst sinds 1 januari 2023 BPM-aangiftes geautomatiseerd in de werkvoorraad "naheffen". De Belastingdienst heeft zelf de parameters in handen en kiest volgens eigen interne memo's bewust voor "dynamische en flexibele weegregels" om "onvoorspelbaar naar de markt te kunnen zijn". Waarom is dit belangrijk? Artikel 110 van het EU-Werkingsverdrag verbiedt Nederland om op ingevoerde voertuigen meer BPM te heffen dan op soortgelijke voertuigen die al in Nederland op kenteken staan. De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2023:440, 24 maart 2023) heeft bevestigd dat een naheffing BPM gedeeltelijk in strijd met artikel 110 VWEU kan zijn en dat de inspecteur bij naheffing actief moet toetsen of de grondslag die leidt tot de laagste BPM wordt toegepast. Het algoritme is precies omgekeerd gebouwd: het detecteert afwijkingen die naheffing opleveren, zonder structurele toetsing op overheffing. De AP heeft zelf vastgesteld dat voor meer dan honderd Belastingdienst-selectie-instrumenten de onderbouwing ontbreekt, maar weigert in deze zaak individueel onderzoek en verwijst naar een verbetertraject dat loopt tot eind 2027. Wat nu? De AP moet uiterlijk 7 juli 2026 op het bezwaar beslissen (artikel 7:10 lid 1 Awb), gerekend vanaf de dag na afloop van de bezwaartermijn op 26 mei 2026. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd, tot uiterlijk 18 augustus 2026. Beslist de AP niet of te laat, dan kan cliënt na ingebrekestelling beroep instellen bij de bestuursrechter wegens niet-tijdig-beslissen. Parallel onderzoekt DG TAXUD van de Europese Commissie de Nederlandse BPM-praktijk (CPLT(2025)00483). Stichting ROTA bereidt bovendien een collectieve actie voor op grond van de WAMCA voor ondernemers en particulieren die tussen 2023 en 2027 BPM-naheffingen hebben ontvangen waarin "Wegenrisico's" een rol speelde. 23 april 2026. Stichting ROTA heeft vandaag bezwaar ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens tegen het besluit van 14 april 2026 om een AVG-klacht over het BPM-algoritme "Wegenrisico's" niet inhoudelijk te behandelen. Het bezwaarschrift is aangetekend en digitaal ingediend, met dertig bijlagen. Wat het algoritme doet Sinds 1 januari 2023 worden BPM-aangiftes geautomatiseerd gescreend. Aangiftes die volgens het algoritme afwijken, gaan direct in de werkvoorraad "naheffen". Geen voorafgaande beoordeling door een medewerker. Geen kans voor de aangever om eerst te reageren. De naheffing volgt, en daarna mag je bezwaar maken. Uit interne memo's van de Belastingdienst, publiek geworden via een Woo-besluit, blijkt dat de dienst bewust kiest voor "dynamische en flexibele weegregels" om "onvoorspelbaar naar de markt te kunnen zijn". In gewoon Nederlands: de Belastingdienst zit zelf aan de knoppen van het algoritme. De parameters kunnen worden bijgesteld zonder dat buitenstaanders kunnen zien waarop gestuurd wordt, en zonder dat het vooraf is getoetst op discriminatie of overheffing. Waarom dat fout is Artikel 110 van het EU-Werkingsverdrag verbiedt lidstaten om op een ingevoerd voertuig meer belasting te heffen dan op een soortgelijk voertuig dat al in Nederland op kenteken staat. Vaste Europese jurisprudentie. Vaste Nederlandse rechtspraak. Er mag niet meer geheven worden. Punt. De Hoge Raad heeft op 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440) nog eens bevestigd dat een naheffing BPM gedeeltelijk in strijd met artikel 110 VWEU kan zijn. De inspecteur moet bij naheffing ambtshalve toetsen of de grondslag die leidt tot de laagste BPM wordt toegepast. Dat is dus actieve controleplicht op te hoge heffing, niet andersom. Het algoritme "Wegenrisico's" is precies omgekeerd gebouwd. Het detecteert verschillen tussen aangifte en RDW-registratie en genereert automatisch naheffingsvoorstellen, met als resultaat een hogere BPM-afdracht. Van een structurele toetsing op overheffing is in de beschikbare stukken geen spoor. Daar komt bij dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1320, 1321 en 1322) heeft geoordeeld dat de RDW-werkwijze om bij herregistratie van een ingevoerd voertuig de hoogste CO2-waarde uit de typegoedkeuring-range te kiezen, in strijd is met het doel en de strekking van het geharmoniseerde Europese typegoedkeuringsstelsel. Die RDW-waarde is juist de invoer waarop "Wegenrisico's" werkt. Wat de AP deed De AP besloot in april 2026 de klacht niet individueel te onderzoeken. De klacht wordt slechts "als signaal" meegenomen in een verbetertraject bij de Belastingdienst dat doorloopt tot eind 2027. Tot die tijd blijven de naheffingen staan en blijft het algoritme draaien. Ondertussen heeft dezelfde AP in augustus en november 2025 zelf vastgesteld dat voor meer dan honderd selectie-instrumenten van de Belastingdienst de onderbouwing ontbreekt of niet gedocumenteerd is. Eén van die instrumenten is "Wegenrisico's". Eind 2024 legde de AP een boete op aan DUO voor een vergelijkbaar geautomatiseerd risicosysteem. Bij de Belastingdienst wordt met dezelfde feiten geen handhaving ingezet. Die tegenspraak legt de AP in het besluit niet uit. Wat het bezwaar vraagt Het bezwaarschrift telt elf gronden. De vier dragende gronden: geen toetsing aan artikel 22 AVG, geen behandeling van de EU-rechtelijke gronden waaronder artikel 110 VWEU, geen actuele DPIA terwijl de verwerking in 2023 wezenlijk is gewijzigd, en een oordeel gevormd zonder raadpleging van de publiek beschikbare Weegregels-memo's. Gevraagd wordt om herroeping van het AP-besluit, alsnog individuele en inhoudelijke behandeling van de klacht, en een handhavingsbesluit dat het gebruik van "Wegenrisico's" stilzet totdat de Belastingdienst kan aantonen dat aan de AVG wordt voldaan. Subsidiair: een boete. Parallel loopt sinds oktober 2025 een procedure bij DG TAXUD van de Europese Commissie (CPLT(2025)00483) over ontmoediging van de BPM-taxatiemethode door de Nederlandse Belastingdienst. Het AP-besluit is als extra informatie aan dat dossier toegevoegd. Meedoen Stichting ROTA bereidt een collectieve actie voor op grond van de WAMCA, voor ondernemers en particulieren die tussen 2023 en 2027 BPM-naheffingen hebben ontvangen waarin "Wegenrisico's" een rol speelde. Informatie en aanmelden: info@s-tax.nl. Gerd Schippers, bestuurslid Stichting ROTA en BPM-taxateur. Juridische vertegenwoordiging in het bezwaar: mr. Robin Lammers, Recht Zeker Advies. ----------------------------------------------------------- ## Update BPM-klacht: AP erkent DPIA-verzuim Belastingdienst maar weigert te handhaven, ROTA gaat in bezwaar URL: https://s-tax.nl/update-ap-besluit-bpm-algoritme-rota-bezwaar/ Gepubliceerd: 2026-04-15 De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft op 14 april 2026 besloten op de klacht die ROTA in mei 2025 indiende over het algoritme "BPM-Wegenrisico's" van de Belastingdienst. De AP bevestigt op basis van eigen onderzoek dat de Belastingdienst voor minder dan 10 % van haar meer dan 100 selectie-instrumenten een verplichte DPIA heeft uitgevoerd. Toch besluit de AP de klacht niet individueel te onderzoeken en geen handhavingsmaatregelen te nemen. ROTA gaat binnen de wettelijke termijn van zes weken in bezwaar. Achtergrond bij dit bericht Dit is een vervolg op het oorspronkelijke nieuwsbericht waarmee ROTA in 2025 de klacht aankondigde. Daarin staan de aanleiding, de juridische gronden en de oorspronkelijke onderbouwing. Lees het oorspronkelijke artikel Wat de AP wel vaststelt en wat zij vervolgens niet doet Op 4 mei 2025 diende ROTA een klacht in bij de AP over het gebruik door de Belastingdienst van het algoritme "BPM-Wegenrisico's" in het BPM Parallelimport-proces. Centraal stond dat voor dit algoritme geen Data Protection Impact Assessment (DPIA) is uitgevoerd, en dat geen sprake is van betekenisvolle menselijke tussenkomst zoals artikel 22 AVG vereist. In haar besluit (kenmerk 2025-014398) bevestigt de AP dat: de Belastingdienst voor het overgrote deel van haar meer dan 100 selectie-instrumenten geen DPIA heeft uitgevoerd; bij dit type geautomatiseerde risicoselectie en profilering een DPIA in beginsel verplicht is. Vervolgens besluit de AP niet te handhaven. De klacht wordt slechts "als signaal" meegenomen in een verbetertraject van de Belastingdienst dat tot ver na 2026 doorloopt. Het algoritme BPM-Wegenrisico's blijft intussen ongewijzigd in werking. Gevolgen voor BPM-importeurs en lopende naheffingen Dit roept een fundamentele vraag op over de rechtmatigheid van naheffingsaanslagen die mede tot stand zijn gekomen na uitworp door dit algoritme. Een naheffing die voortvloeit uit een controle waarvan de selectie berust op een instrument dat zonder de wettelijk verplichte DPIA in gebruik is genomen, en waarbij niet aantoonbaar sprake is van betekenisvolle menselijke tussenkomst, staat juridisch op losse schroeven. ROTA acht het zeer wel verdedigbaar dat een aanzienlijk deel van deze naheffingen, op grond van strijd met de AVG en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, niet in stand kan blijven. Ondernemers en particulieren die op basis van een dergelijke uitworp een naheffing hebben ontvangen, doen er goed aan deze opnieuw te (laten) beoordelen. ROTA zal in haar bezwaarschrift en in vervolgprocedures aandacht vragen voor deze categorie aanslagen. Het algoritme kijkt eenzijdig en negeert het EU-recht Even ernstig is dat het algoritme BPM-Wegenrisico's blijkens de openbare beschrijving in het algoritmeregister uitsluitend toetst aan de criteria die de Belastingdienst zelf voor "risicovolle" aangiften hanteert. Het toetst niet of de gekozen waarderingsmethode voor de belastingplichtige het meest gunstig is, en het houdt geen rekening met het Unierechtelijke kader waarin BPM-heffing op importauto's plaatsvindt. Dit is in juridisch opzicht problematisch. De Hoge Raad heeft in HR 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440, r.o. 3.2.2) geoordeeld dat de inspecteur bij het opleggen van een naheffingsaanslag uit eigen beweging het voor de belastingplichtige meest gunstige tarief of de meest gunstige heffingsmaatstaf moet toepassen, voor zover de hem ter beschikking staande gegevens dat toelaten. Dit volgt uit artikel 10b lid 1 Wet BPM, gelezen in samenhang met artikel 110 VWEU en het arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2013 (X-arrest, C-437/12). Een geautomatiseerd selectie-instrument dat structureel alleen toetst vanuit het belang van de heffing, en niet vanuit deze waarborg, miskent zowel deze nationale jurisprudentie als het EU-rechtelijke discriminatieverbod en het beginsel van vrij verkeer van goederen. Waarom ROTA in bezwaar gaat ROTA meent dat het besluit op meerdere onderdelen onhoudbaar is: de AP heeft op grond van de artikelen 57 en 58 AVG een handhavingstaak; bevestigd grootschalig DPIA-verzuim rechtvaardigt handhavend optreden, niet enkel een traject dat zich uitstrekt tot ver na 2026; artikel 77 AVG geeft elke betrokkene recht op individuele klachtbehandeling; verwijzing naar een collectief verbetertraject vormt daarvoor geen substituut; de aanname dat de handmatige controle na algoritmische uitworp kwalificeert als betekenisvolle menselijke tussenkomst is door de AP niet onderzocht of onderbouwd; de gekozen tijdspanne is onevenredig: betrokkenen blijven jaren onbeschermd terwijl het verzuim erkend is; de AP gaat in haar besluit niet in op de Unierechtelijke dimensie van een algoritme dat structureel slechts een kant van de wettelijke werkelijkheid toetst. ROTA dient binnen zes weken na het besluit een gemotiveerd bezwaarschrift in en zal de uitkomst publiekelijk delen. Parallel wordt overwogen om bij de Nationale Ombudsman een klacht in te dienen over de wijze waarop de AP haar klachtbehandeling heeft ingevuld. Ook is de Europese Commissie via een lopende klacht (CPLT(2025)00483) inmiddels op de hoogte gesteld van het AP-besluit als nadere onderbouwing van de structurele aard van het probleem. Voor importeurs en taxateurs Wie als importeur of (mede-)belastingplichtige in het verleden een naheffing heeft ontvangen waarvan aannemelijk is dat de selectie via dit algoritme heeft plaatsgevonden, of wie nu wordt geconfronteerd met een uitworp uit dit proces, kan contact opnemen met ROTA of met een aangesloten taxateur voor een inhoudelijke beoordeling van de positie. ----------------------------------------------------------- ## Code Rood: hoe een onzichtbaar systeem de automarkt stuurt URL: https://s-tax.nl/code-rood-hoe-een-onzichtbaar-systeem-de-automarkt-stuurt/ Gepubliceerd: 2026-04-03 Heeft u weleens een auto willen inruilen bij een dealer, en te horen gekregen: “Er staat een rode melding bij, er is iets mis met deze auto”? Grote kans dat u te maken had met Code Rood, een signaleringssysteem in de koerslijstsoftware dat importauto’s een risico-indicatie geeft op basis van de BPM-afwijking. Maar wie bedient dit systeem? En klopt de informatie die uw dealer te zien krijgt? Wat is Code Rood? Als een auto in Nederland wordt geïmporteerd, moet er BPM worden betaald. De hoogte van de BPM hangt af van de afschrijving. Een importeur mag de afschrijving berekenen op drie manieren: via de forfaitaire tabel, een koerslijst, of een taxatierapport. Wanneer de betaalde BPM lager uitvalt dan wat de forfaitaire tabel zou opleveren, berekent de koerslijstsoftware (onder meer Autotelex) een afwijkingspercentage. Dat percentage vergelijkt de “waarde op BPM-aangifte” (teruggerekend uit de betaalde BPM) met de “waarde volgens afschrijvingstabel.” Is die afwijking “bovengemiddeld groot”? Dan verschijnt de waarde in rode tekst. Dat is Code Rood. Hoe werkt de berekening? De formule is eenvoudig: Afwijking% = (Tabelwaarde − Waarde op BPM-aangifte) / Tabelwaarde × 100 Een concreet voorbeeld: een SEAT Ibiza uit 2024 met een tabelwaarde van € 24.135 en een aangegeven waarde van € 4.999. Het afwijkingspercentage is dan 79%. Extreem rood. Maar wat als de koerslijstwaarde van Autotelex zelf € 19.067 is? Dan is de afwijking ten opzichte van de tabel slechts 21%. Dat zou groen zijn. Het verschil zit hem in de vraag welke waarde je vergelijkt. De drempels: 25% en 31% Uit een internetconsultatie van het Ministerie van Financiën (looptijd tot 25 mei 2025) blijkt dat de overheid een maximale afwijking van 25% wil vastleggen wanneer de koerslijst de inkoopprijs gebruikt als waarde voor de BPM-berekening. Daarnaast geldt sinds 1 januari 2023 een maximaal waardeverminderingspercentage van 31% voor schade in taxatierapporten (was 72%). Dit zijn de twee percentages die de facto de grens tussen “acceptabel” en “verdacht” bepalen. Het BRM-systeem: weegregels achter gesloten deuren Uit documenten die via de Wet open overheid (Woo) openbaar zijn gemaakt, blijkt dat de Belastingdienst een BRM-systeem (Business Rules Management) gebruikt voor de risicoselectie van BPM-aangiften. Dit systeem bevat dynamische weegregels die door een interne Werkgroep Weegregels AHB worden beheerd. De documenten (Woo-besluit 2025-281-1.1) laten zien dat: Er brainstormsessies zijn gehouden over het “flexibel en dynamisch” maken van weegregels Het expliciet de bedoeling is dat “de branche geen zicht krijgt op de parameters” Er gesproken wordt over het “minder voorspelbaar” maken van controles Sinds 2023 naheffingen geautomatiseerd worden opgelegd op basis van query’s, zonder dat een medewerker de aangifte vooraf beoordeelt De inhoud van de weegregels zelf (de parameters, drempelwaarden en uitworpcriteria) is volledig gelakt onder Woo-weigeringsgrond 5.1.2d. Niemand buiten de Belastingdienst weet precies wanneer een aangifte wordt uitgeworpen. Het platform koerslijsten: wie zit er aan tafel? Op 19 maart 2026 kondigde de Belastingdienst aan voortaan ook de handelswaarde op koerslijsten inhoudelijk te gaan controleren. Maar dit kwam niet uit de lucht vallen. Uit het Woo-besluit 2025-0000642513 van 17 februari 2026 blijkt dat er een structureel overleg bestaat, het “platform koerslijsten”, waaraan deelnemen: Het Ministerie van Financiën (DG Fiscale Zaken) De Belastingdienst (CAP Autoheffingen, UHB, Vaktechniek) Koerslijstproviders: Autotelex/Rolls, XRAY, Autovista Group Brancheorganisaties: BOVAG en RAI Vereniging In dit overleg worden besluiten genomen over welke auto’s wel of niet op de koerslijst mogen staan, welke referentievoertuigen acceptabel zijn, en hoe de koerslijstwaarde wordt vastgesteld. Dat betekent dat overheid en commerciële partijen gezamenlijk bepalen wat de “juiste” waarde is, zonder onafhankelijke controle. Nieuw per maart 2026: ook de koerslijst wordt gecontroleerd Op 19 maart 2026 kondigde de Belastingdienst aan dat zij voortaan niet alleen het voertuig controleert, maar ook de handelswaarde op de koerslijst zelf. Twijfelt de inspecteur aan de koerslijstwaarde? Dan kan die worden gecorrigeerd, met een hogere BPM als gevolg. Lees de aankondiging van de Belastingdienst → Hiermee is het plaatje compleet. De boodschap is helder: wie niet de forfaitaire afschrijvingstabel van de Belastingdienst gebruikt, wordt op meerdere fronten en op meerdere manieren aangepakt: Kiest u de koerslijst? Dan wordt de handelswaarde gecontroleerd en mogelijk gecorrigeerd Kiest u een taxatierapport? Dan loopt u tegen Code Rood aan, de 31% schade-aftrekgrens, en het risico op een hertaxatie bij Domeinen Roerende Zaken Wijkt uw BPM meer dan 25% af van de tabel? Dan wordt uw aangifte uitgeworpen door het BRM-algoritme, met mogelijke naheffing als gevolg De tegenbewijsregeling, die juist bedoeld is om art. 110 VWEU te waarborgen (geen hogere belasting op importvoertuigen dan op vergelijkbare binnenlandse voertuigen), wordt hiermee in de praktijk uitgehold. De impact: geweigerd bij de dealer Code Rood raakt niet alleen importeurs. Het raakt iedere consument die een importauto bezit. Wanneer u uw auto wilt inruilen bij een dealer, bekijkt die dealer de auto in Autotelex. Staat er een rode melding? Dan krijgt u niet alleen een lager bod. In de praktijk weigeren dealers regelrecht om de auto in te ruilen of in te kopen. “Wij nemen geen auto’s met een rode melding in,” of: “U heeft een schade-auto, die kunnen wij niet aanbieden.” In veel gevallen klopt dit helemaal niet. De rode melding zegt alleen dat er bij import minder BPM is betaald dan de forfaitaire tabel zou opleveren. Dat kan volkomen legitiem zijn, bijvoorbeeld omdat de auto via de tegenbewijsregeling is ingevoerd met een taxatierapport. Maar de consument weet dit niet. En de dealer wil het risico niet nemen. Het gevolg: de importhandel wordt zwaar gefrustreerd. Consumenten worden afgeschrikt, auto’s worden onverkoopbaar gemaakt, en kleine importeurs worden uit de markt gedrukt. Dit is de facto een handelsbelemmering op ingevoerde voertuigen. Wat wij doen S-TAX onderzoekt dit fenomeen actief via meerdere kanalen: Woo-verzoeken bij het Ministerie van Financiën over het BRM-systeem, de weegregels, en het platform koerslijsten EU-klacht (CPLT(2025)00483) bij de Europese Commissie over strijdigheid met art. 110 VWEU (verbod op discriminerende belastingen op ingevoerde producten). De klacht heeft de aandacht van DG TAXUD, het directoraat dat toeziet op belastingbeleid binnen de EU. De Commissie onderzoekt of deze Nederlandse praktijk een verboden handelsbelemmering vormt: protectionisme vermomd als fraudebestrijding BPM-risk tool: een gratis calculator waarmee u zelf kunt controleren hoe uw voertuig scoort ten opzichte van de Code Rood-drempels De BPM-risk tool is vernieuwd met een visuele risico-indicator die precies laat zien in welke zone uw voertuig valt: groen (0-25% afwijking), oranje (25-40%), rood (40-60%) of extreem (60%+). Doe de Code Rood check Vul de voertuiggegevens in en zie direct of uw auto in de gevarenzone valt. Gratis, zonder registratie. Conclusie Code Rood is geen neutraal informatiesysteem. Het is een mechanisme dat tot stand is gekomen in een gesloten circuit van overheid, koerslijstproviders en brancheorganisaties. De parameters zijn bewust onzichtbaar gehouden. De impact is concreet: consumenten worden geweigerd bij de inruil, importauto’s worden onverkoopbaar gemaakt, en de importhandel wordt systematisch gefrustreerd. Dit zijn verboden handelsbelemmerende praktijken die de aandacht hebben van de Europese Commissie. Wij geloven in transparantie. Daarom publiceren wij onze bevindingen, stellen wij onze tools gratis beschikbaar, en blijven wij de overheid bevragen via de Woo en de Europese Commissie. Heeft u een importauto met een Code Rood-indicatie? Bent u geweigerd bij de inruil of heeft u te horen gekregen dat uw auto een “schade-auto” is terwijl dat niet klopt? Doe de Code Rood check Neem contact met ons op BPM Taxatie aanvragen Gerd Schippers S-TAX Auto Taxaties | ROTA Voertuigexpert reg. 16002 ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst kan koerslijstwaarden controleren: wat betekent dit voor u? URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-kan-koerslijstwaarden-controleren-wat-betekent-dit-voor-u/ Gepubliceerd: 2026-03-23 Op 19 maart 2026 publiceerde de Belastingdienst een opvallend nieuwsbericht: voortaan controleert de Belastingdienst niet alleen of het voertuig in de koerslijst overeenkomt met het aangegeven motorrijtuig, maar ook of de waarde op de koerslijst klopt. Een korte aankondiging met mogelijk grote gevolgen voor iedereen die bij de import van een gebruikt motorrijtuig aangifte BPM doet. Wat is er aangekondigd? De Belastingdienst stelt op haar website dat zij bij twijfel over de handelswaarde op een koerslijst deze bedragen kan controleren. Dit kan ertoe leiden dat een BPM-plichtige een ander bedrag moet betalen dan het bedrag volgens de eigen aangifte. Welke vragen roept dit op? De aankondiging is kort en laat veel onbeantwoord. Als onafhankelijk taxateur en BPM-specialist roept dit bij ons een aantal concrete vragen op: Welke maatstaf hanteert de Belastingdienst? Op basis van welke criteria, databronnen of eigen waardebepalingen wordt besloten dat een koerslijstwaarde “niet klopt”? Wat is de wettelijke grondslag? Artikel 10 van de Wet BPM 1992 spreekt van “een in de handel gebruikelijke koerslijst”. Autotelex Pro en XRAY zijn de in de handel gebruikelijke koerslijsten. Op welke grond kan de Belastingdienst de waarden uit deze koerslijsten inhoudelijk betwisten? Wat betekent dit voor taxatierapporten? Een taxatierapport mag op grond van de wet slechts gegevens uit een koerslijst bevatten. Als de Belastingdienst de onderliggende koerslijstwaarde betwist, raakt dat potentieel ook het taxatierapport. Is er een verband met het BRM-selectie-instrument? Uit eerdere Woo-besluiten is gebleken dat de Belastingdienst een geautomatiseerd systeem met dynamische weegregels gebruikt voor de risicoselectie bij BPM-aangiften. De vraag is of de controle van koerslijstwaarden hierin is opgenomen als nieuwe parameter. Bestaan er softwarematige koppelingen? Worden er gegevens uitgewisseld tussen de Belastingdienst en koerslijstproviders? En zo ja, in welke richting? Dit is relevant omdat signaleringen in koerslijstsoftware in de praktijk door autohandelaren worden gebruikt bij hun inkoopbeslissingen. Woo-verzoek ingediend Om antwoord te krijgen op deze vragen hebben wij vandaag een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het Ministerie van Financiën. In dit verzoek vragen wij onder meer om: De interne beleidsregels en werkinstructies voor het controleren van koerslijstwaarden Inzicht in het BRM-selectie-instrument en de dynamische weegregels De verhouding tussen de drie afschrijvingsmethoden (forfaitaire tabel, koerslijst en taxatierapport) over de afgelopen jaren Informatie over eventuele softwarematige koppelingen tussen de Belastingdienst en koerslijstproviders De betrokkenheid van brancheverenigingen bij het beleid rond koerslijsten en BPM-taxatie Waarom is dit belangrijk? Transparantie over de werkwijze van de Belastingdienst is essentieel voor de rechtszekerheid van iedereen die BPM-aangifte doet. Of u nu importeur, dealer of particulier bent: u heeft het recht om te weten op basis van welke criteria uw aangifte wordt beoordeeld. Alleen met die kennis kunt u uw rechten effectief uitoefenen in bezwaar- en beroepsprocedures. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen zodra wij een besluit ontvangen op ons Woo-verzoek. Meer informatie Heeft u vragen over de gevolgen van deze aankondiging voor uw situatie? Neem gerust contact met ons op of bekijk onze pagina over BPM en importtaxatie. 🔗 Oorspronkelijk nieuwsbericht Belastingdienst Belastingdienst kan koerslijst autohandel controleren 📚 BPM en importtaxatie Alles over de BPM-procedure bij het importeren van een voertuig ⚖ Vragen over uw BPM-aangifte? Maakt u zich zorgen over de gevolgen van deze aankondiging voor uw BPM-aangifte of koerslijstwaarden? S-TAX Auto Taxaties is gespecialiseerd in onafhankelijke voertuigtaxaties en BPM-zaken. Wij adviseren u graag over uw rechten en mogelijkheden. Neem contact op → ☎ Bel ons direct S-TAX Auto Taxaties — Onafhankelijke taxatiepraktijk gespecialiseerd in voertuigtaxaties en BPM-zaken, gevestigd in Arnhem. ROTA-gecertificeerd onder nummer 16002. ----------------------------------------------------------- ## Raad van State: CVO niet langer vereist als bewijs voor CO2-uitstoot, kentekenregister is de maatstaf URL: https://s-tax.nl/raad-van-state-cvo-niet-langer-vereist-als-bewijs-voor-co2-uitstoot-kentekenregister-is-de-maatstaf/ Gepubliceerd: 2026-03-19 De Raad van State heeft op 18 maart 2026 in drie samenhangende uitspraken de werkwijze van de RDW bij het vaststellen van de CO₂-uitstoot van geïmporteerde voertuigen fundamenteel gecorrigeerd. De uitspraken hebben directe gevolgen voor de BPM-heffing op importvoertuigen. Kern van de uitspraken De RDW hanteert bij de herregistratie van importvoertuigen een interne werkwijze waarbij, als geen exacte CO₂-waarde beschikbaar is via een certificaat van overeenstemming (CVO) of buitenlands kentekenbewijs, automatisch de hoogste waarde uit de Europese typegoedkeuring wordt geregistreerd. Die werkwijze is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak in strijd met het doel en de strekking van het geharmoniseerde Europese typegoedkeuringsstelsel. Belangrijker nog: de Afdeling oordeelt dat een belanghebbende niet langer verplicht is een CVO te overleggen om aan te tonen dat de geregistreerde CO₂-uitstoot onjuist is. Andere beschikbare documentatie moet eveneens worden meegewogen bij een verzoek tot wijziging op grond van artikel 43e Wegenverkeerswet 1994. Kentekenregister als volwaardig bewijs De Afdeling accepteert een lijst met referentievoertuigen uit het Nederlandse kentekenregister als volwaardig bewijs. Wanneer een voldoende aantal voertuigen met dezelfde Europese typegoedkeuring op essentiële kenmerken overeenkomt met het geïmporteerde voertuig, en al deze referentievoertuigen dezelfde (lagere) CO₂-uitstoot hebben, is daarmee aannemelijk gemaakt dat de geregistreerde waarde onjuist is. De Afdeling overweegt daarbij uitdrukkelijk dat wanneer alle referentievoertuigen dezelfde CO₂-uitstoot hebben, aannemelijk is dat die uitstoot is vastgesteld aan de hand van de door de fabrikant vastgestelde waarde op het CVO. De RDW heeft op zitting bevestigd dat de CO₂-waarde uit de Europese database, van het kentekenbewijs en van het CVO in beginsel gelijk zou moeten zijn. Met andere woorden: de gegevens van referentievoertuigen in het kentekenregister worden geacht te conformeren aan de fabriekswaarde. Wanneer slaagt het bewijs? Uit de drie zaken tekent zich een helder kader af: Hoofdzaak (ECLI:NL:RVS:2026:1320): een lijst van 70 referentievoertuigen die op 15 kenmerken overeenkwamen. De RDW moest de CO₂-uitstoot aanpassen. Zaak Tsjechië (ECLI:NL:RVS:2026:1322): 188 referentievoertuigen met identieke NEDC2-waarden. Ook hier moest de RDW aanpassen. Zaak Polen (ECLI:NL:RVS:2026:1321): slechts twee referentievoertuigen die bovendien op relevante punten verschilden (andere milieuklasse, andere typegoedkeuringsextensie, ander bouwjaar). Dat was onvoldoende. Het principiële punt, dat de werkwijze van de RDW onjuist is, werd echter ook in die laatste zaak bevestigd. De kenmerken waarop referentievoertuigen moeten overeenkomen zijn de essentiële punten uit Bijlage II, deel B, van Richtlijn 2007/46/EG: onder meer typegoedkeuringsnummer (inclusief extensie), uitvoering, variant, maximumvermogen, brandstof, massa rijklaar, cilinderinhoud, wielbasis en milieuklasse. Gevolgen voor de BPM-praktijk De aanleiding voor alle drie de zaken was een naheffingsaanslag BPM. De Belastingdienst neemt bij het vaststellen van de BPM de CO₂-uitstoot uit het kentekenregister als uitgangspunt. Wanneer de RDW een te hoge waarde registreert, betaalt de importeur te veel BPM. Met deze uitspraken staat vast dat importeurs die geconfronteerd worden met een te hoge CO₂-registratie niet afhankelijk zijn van een CVO om dat aan te vechten. Een gedegen vergelijking met het kentekenregister volstaat. Dat opent de weg voor herziening van de BPM in potentieel duizenden gevallen waarbij de RDW de hoogste waarde uit een range heeft gehanteerd. Lees de volledige uitspraken 📄 Hoofdzaak | ECLI:NL:RVS:2026:1320 70 referentievoertuigen, 15 kenmerken: RDW moet CO₂ aanpassen 📄 Zaak Tsjechië | ECLI:NL:RVS:2026:1322 188 referentievoertuigen met identieke NEDC2-waarden 📄 Zaak Polen | ECLI:NL:RVS:2026:1321 Twee referentievoertuigen: onvoldoende, maar principieel punt bevestigd Te veel BPM betaald door een te hoge CO₂-registratie? Na deze uitspraken van de Raad van State is duidelijk: u hoeft géén CVO te overleggen om een onjuiste CO₂-registratie aan te vechten. Een vergelijking met het kentekenregister kan volstaan. ⚖ ROTA Automotive Jurist Heeft u vragen over uw BPM-aangifte of vermoedt u dat u te veel BPM heeft betaald door een onjuiste CO₂-registratie? ROTA Automotive Jurist beschikt over de juridische kennis en data-expertise om uw zaak te beoordelen en uw recht op teruggave te realiseren. Neem contact op met ROTA Automotive Jurist → Alle uitspraken zijn gepubliceerd op 18 maart 2026 via rechtspraak.nl. ----------------------------------------------------------- ## EU-recht en auto-import: waarom artikel 110 VWEU steeds belangrijker wordt voor Nederlandse BPM-zaken URL: https://s-tax.nl/eu-recht-en-auto-import-waarom-artikel-110-vweu-steeds-belangrijker-wordt-voor-nederlandse-bpm-zaken/ Gepubliceerd: 2026-03-09 De belasting op geïmporteerde auto's staat al jaren onder Europese juridische druk. De kern daarvan ligt in artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit artikel verbiedt lidstaten om producten uit andere EU-landen zwaarder te belasten dan vergelijkbare producten op hun eigen markt. Voor de Nederlandse BPM op importauto's is dat een cruciale bepaling. Wanneer een gebruikte auto uit Duitsland, België of een andere EU-lidstaat wordt ingevoerd, mag de belasting die daarop rust niet hoger zijn dan de rest-BPM die nog in vergelijkbare Nederlandse auto's zit. De afgelopen decennia heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) hierover een reeks belangrijke uitspraken gedaan. Daarnaast lopen er momenteel nieuwe procedures die opnieuw invloed kunnen krijgen op nationale voertuigbelastingen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste arresten en lopende zaken. Belangrijkste EU-arresten over voertuigbelasting (artikel 110 VWEU) 09/03/1995 - Nunes Tadeu Zaak C-345/93 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Het Hof stelde dat een lidstaat een geïmporteerd gebruikt voertuig niet zwaarder mag belasten dan een vergelijkbaar voertuig dat al op de nationale markt aanwezig is. Waarom belangrijk voor Nederland? Dit arrest legde de basis voor het principe dat bij import van gebruikte auto's gekeken moet worden naar de restbelasting die nog in vergelijkbare nationale voertuigen zit. 22/02/2001 - Gomes Valente Zaak C-393/98 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Afschrijvingssystemen voor gebruikte auto's moeten de werkelijke waardedaling voldoende benaderen. Een te grove forfaitaire methode kan leiden tot strijd met artikel 110 VWEU. Waarom belangrijk voor Nederland? Dit arrest is van groot belang voor discussies over waarderingsmethoden en BPM-taxaties bij BPM. Het Hof zegt hiermee dat een theoretisch model niet mag leiden tot een te hoge belasting. 29/04/2004 - Weigel Zaak C-387/01 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Artikel 110 verbiedt niet elke hoge belasting op auto's. Het verbiedt alleen belastingen die discrimineren of de nationale markt beschermen. Waarom belangrijk voor Nederland? De discussie gaat dus niet over het niveau van BPM op zichzelf, maar over de vergelijking tussen importauto's en nationale voertuigen. 05/10/2006 - Nadasdi en Nemeth Zaken C-290/05 en C-333/05 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Registratiebelasting die bij aankoop wordt betaald blijft gedeeltelijk aanwezig in de waarde van een gebruikt voertuig. Bij vergelijking moet dus gekeken worden naar het restbedrag van die belasting in binnenlandse voertuigen. Waarom belangrijk voor Nederland? Dit arrest vormt een belangrijk fundament voor de gedachte dat BPM in een gebruikte auto nog gedeeltelijk in de marktprijs zit. 18/01/2007 - Brzezinski Zaak C-313/05 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Een regeling kan ook strijdig zijn met artikel 110 als zij formeel neutraal lijkt, maar in de praktijk import van gebruikte auto's benadeelt. Waarom belangrijk voor Nederland? Niet alleen tarieven, maar ook de structuur en werking van de belasting worden door het EU-recht getoetst. 07/04/2011 - Tatu Zaak C-402/09 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Een nationale belasting mag niet zodanig werken dat de verkoop van binnenlandse gebruikte voertuigen wordt beschermd ten opzichte van geïmporteerde voertuigen. Waarom belangrijk voor Nederland? Het Hof kijkt nadrukkelijk naar marktwerking en concurrentie-effecten. 19/12/2013 - X (Nederlandse BPM-zaak) Zaak C-437/12 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Om discriminatie te voorkomen moet een belastingplichtige kunnen uitgaan van het laagste restbedrag van registratiebelasting dat nog in vergelijkbare nationale voertuigen zit. Waarom belangrijk voor Nederland? Dit arrest heeft direct betrekking op de Nederlandse BPM en wordt nog steeds aangehaald in procedures over importauto's. 22/02/2024 - Commissie tegen Malta Zaak C-694/22 Lees het volledige arrest op EUR-Lex Wat besliste het Hof? Malta schond artikel 110 omdat de jaarlijkse voertuigbelasting geimporteerde tweedehands voertuigen zwaarder belastte dan vergelijkbare voertuigen op de nationale markt. Waarom belangrijk voor Nederland? Het Hof bevestigt opnieuw dat zelfs een hogere belasting op import in bepaalde gevallen al strijdig kan zijn met artikel 110. Lopende EU-zaak: Griekenland 07/05/2025 - Europese Commissie verwijst Griekenland naar het Hof Lees het persbericht van de Europese Commissie De Europese Commissie vindt dat de Griekse regels voor registratiebelasting en milieubelasting geimporteerde voertuigen benadelen ten opzichte van nationale voertuigen. Deze zaak moet nog door het Hof worden beslist. Waarom deze zaak belangrijk kan worden: De zaak gaat opnieuw over registratiebelasting op auto-import. Het Hof kan opnieuw verduidelijken hoe artikel 110 moet worden toegepast. De uitspraak kan gevolgen hebben voor vergelijkbare systemen in andere lidstaten, waaronder Nederland. Waarom dit belangrijk is voor Nederlandse auto-import Nederland kent met de BPM (Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen) een van de hoogste registratiebelastingen in Europa. Bij import van gebruikte auto's ontstaat daardoor regelmatig discussie over de vraag hoeveel BPM nog op het voertuig rust. Volgens het EU-recht moet de belasting op een geimporteerde auto altijd voldoen aan een fundamentele regel: de belasting mag nooit hoger zijn dan de rest-BPM die nog in vergelijkbare Nederlandse voertuigen zit. De arresten van het Hof maken duidelijk dat: Waarderingsmethoden realistisch moeten zijn. Theoretische modellen niet tot te hoge belasting mogen leiden. Het effect op de markt bepalend is. Het laagste restbedrag in vergelijkbare nationale voertuigen beslissend kan zijn. Voor importeurs, taxateurs en juristen betekent dat de EU-rechtspraak een belangrijke rol speelt bij discussies over BPM-berekeningen en taxaties van geimporteerde voertuigen. Conclusie Artikel 110 VWEU vormt al dertig jaar de juridische basis voor discussies over voertuigbelasting binnen de Europese Unie. De reeks arresten van het Hof laat zien dat nationale systemen steeds opnieuw worden getoetst aan een helder principe: geen hogere belasting voor geimporteerde voertuigen dan voor vergelijkbare nationale voertuigen. Met nieuwe procedures, zoals de zaak tegen Griekenland, blijft dit onderwerp ook in de komende jaren een belangrijke rol spelen voor de Europese en Nederlandse automarkt. ----------------------------------------------------------- ## Vrije keuze van contra-expert: uw recht dat verzekeraars niet mogen beperken URL: https://s-tax.nl/vrije-keuze-contra-expert-recht-verzekeraar/ Gepubliceerd: 2026-03-07 7 maart 2026 – Gerd Schippers, Contra-expert U heeft autoschade. De verzekeraar stuurt "hun" expert. Die stelt een bedrag vast waar u het niet mee eens bent. En dan zegt uw verzekeraar: "U mag een contra-expert inschakelen, mits het een NIVRE-geregistreerde expert is." Klinkt redelijk? Dat is het niet. Het is onrechtmatig. Uw verzekeraar kiest niet uw expert - ú doet dat Het recht op een eigen, onafhankelijke contra-expert is een van de belangrijkste beschermingen die u als verzekerde heeft. Toch proberen verzekeraars dit recht al jaren uit te hollen. Ze doen dat subtiel: niet door het recht zelf te ontkennen, maar door voorwaarden te stellen aan wie u mag kiezen. "Alleen NIVRE-experts." "Alleen experts aangesloten bij een beroepsorganisatie die de Gedragscode Verzekeraars onderschrijft." "Alleen experts met drie jaar primaire ervaring in het vakgebied." Het lijken kwaliteitseisen. In werkelijkheid zijn het keuzebeperkingen - en de hoogste rechter van Nederland heeft daar een streep door gezet. De Hoge Raad is glashelder: Achmea moet eisen laten varen Op 28 januari 2022 deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak Achmea/OSN (ECLI:NL:HR:2022:81). Het arrest is een mijlpaal voor iedereen die ooit te maken krijgt met schade en een verzekeraar. De kern: Achmea hanteerde polisvoorwaarden die bepaalden dat kosten van een contra-expert alleen werden vergoed als die expert was ingeschreven bij het NIVRE of een vergelijkbare beroepsorganisatie. De Stichting Ombudsman Schadeverzekeringen Nederland (OSN) vocht deze voorwaarden aan. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde eerder al dat de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn en in strijd met de wet. Achmea ging in cassatie. De Hoge Raad bevestigde het oordeel: "Een beperking van de mogelijkheid van de verzekerde om voor rekening van de verzekeraar een eigen expert in te schakelen, is in strijd met art. 7:959 lid 1 BW indien die beperking verder gaat dan uit de dubbele redelijkheidstoets volgt." Vertaald: de verzekeraar mag niet bepalen wie uw expert is. Zolang de kosten redelijk zijn en het redelijk was om een expert in te schakelen, betaalt de verzekeraar - ongeacht of die expert bij het NIVRE, ROTA, of geen enkele organisatie is aangesloten. Dwingend recht: de verzekeraar kan er niet omheen Dit is geen kwestie van "het hangt ervan af". De wet is helder: Artikel 7:959 lid 1 BW bepaalt dat redelijke kosten tot vaststelling van de schade ten laste komen van de verzekeraar, zelfs als daarmee de verzekerde som wordt overschreden. Artikel 7:963 lid 6 BW maakt dit dwingend recht voor consumenten: de verzekeraar mag hier niet van afwijken in de polisvoorwaarden. Geen clausule in uw polis, geen "huisregels" van de verzekeraar, en geen telefonische mededeling van een schadebehandelaar kan dit recht wegnemen. Het staat in de wet en de Hoge Raad heeft het bevestigd. De dubbele redelijkheidstoets Wat de verzekeraar wél mag toetsen zijn twee dingen: Was het redelijk om een contra-expert in te schakelen? - Meestal ja, zodra u het niet eens bent met de schadevaststelling van de verzekeraar. Zijn de kosten van die expert redelijk? - Marktconforme uurtarieven, verklaarbare uren, en een redelijke verhouding tot het schadebedrag. Dat is het. Niet meer, niet minder. De verzekeraar mag toetsen of de kosten redelijk zijn - niet of de expert bij de juiste club is aangesloten. Hoe verzekeraars het toch proberen Ondanks de uitspraak van de Hoge Raad zien we in de praktijk dat verzekeraars het blijven proberen. Soms openlijk, soms subtieler: "Wij sturen onze expert langs" - Alsof u geen keuze heeft. U heeft die wél. NIVRE-eis in polisvoorwaarden - Onrechtmatig verklaard door de Hoge Raad, maar sommige verzekeraars hanteren het nog steeds. "De kosten van úw expert vergoeden wij niet" - In strijd met dwingend recht als de kosten redelijk zijn. Sturing naar "preferred suppliers" - De verzekeraar verdient aan de expert die ze aanraden. Uw belang is niet hun prioriteit. Druk via de schadebehandelaar - "Dat gaat u alleen maar geld kosten" of "Dat vertraagt de afhandeling." Intimidatie, geen informatie. Waarom de vrije keuze van expert ertoe doet Een contra-expert die door de verzekeraar wordt "aanbevolen" is geen onafhankelijke expert. Het is iemand die een commerciële relatie heeft met de partij die uw schade moet betalen. Dat is een fundamenteel belangenconflict. Een écht onafhankelijke expert: Werkt uitsluitend in uw belang Wordt niet betaald door de verzekeraar Heeft geen commerciële relatie met de tegenpartij Durft een hoger schadebedrag vast te stellen als dat gerechtvaardigd is Dát is waarom de wetgever de vrije keuze beschermt. En dát is waarom de Hoge Raad verzekeraars terugfluit die dat recht proberen in te perken. Wat u moet doen bij schade Als u schade heeft en het niet eens bent met de beoordeling van de expert van de verzekeraar: Accepteer niet klakkeloos - U bent niet verplicht het eerste bod te accepteren. Kies zelf uw contra-expert - Dat is uw wettelijk recht. Geen NIVRE-eis, geen beroepsorganisatie-eis. Laat u niet intimideren - De verzekeraar is wettelijk verplicht redelijke expertisekosten te vergoeden. Verwijs naar de wet - Artikel 7:959 lid 1 BW juncto artikel 7:963 lid 6 BW. Dwingend recht. Verwijs naar de Hoge Raad - ECLI:NL:HR:2022:81 van 28 januari 2022. S-Tax: onafhankelijke contra-expertise S-Tax is gespecialiseerd in onafhankelijke contra-expertise bij autoschade. Wij werken uitsluitend in het belang van de geschadigde, nooit voor de verzekeraar. Onze rapporten worden opgesteld door ROTA-erkende experts en voldoen aan alle vakinhoudelijke eisen - zonder dat een verzekeraar daar iets over te zeggen heeft. Twijfelt u aan de schadebeoordeling van uw verzekeraar? Neem vrijblijvend contact op. Wij vertellen u eerlijk wat uw mogelijkheden zijn. Bel 06 54 35 02 54 WhatsApp Lees de uitspraak: HR 28-01-2022 (ECLI:NL:HR:2022:81) ----------------------------------------------------------- ## Non-conformiteit auto: wat zijn uw rechten bij verborgen gebreken? URL: https://s-tax.nl/non-conformiteit-auto-wat-zijn-uw-rechten-bij-verborgen-gebreken/ Gepubliceerd: 2026-01-28 U heeft een tweedehands auto gekocht en na enkele weken blijkt er een ernstig gebrek te zijn. Motorschade, een teruggedraaide kilometerteller of een verzwegen schadeverleden - het komt vaker voor dan u denkt. In juridische termen spreken we dan over non-conformiteit. Maar wat betekent dat precies, en wat kunt u doen? Wat is non-conformiteit bij een auto? Non-conformiteit is vastgelegd in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat een afgeleverd product moet beantwoorden aan wat de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Bij een auto betekent dit dat het voertuig de eigenschappen moet bezitten die voor normaal gebruik nodig zijn en waarvan u de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Koopt u bijvoorbeeld een auto die wordt aangeboden als "in goede staat" of "technisch in orde", dan mag u verwachten dat er geen ernstige verborgen gebreken zijn. Is dat wel het geval, dan is de auto non-conform - hij beantwoordt niet aan de koopovereenkomst. Het bewijsvermoeden: de wet beschermt u als consument Een belangrijke bescherming voor consumenten staat in artikel 7:18a BW. Bij een consumentenkoop (u koopt als particulier van een professionele verkoper) geldt een bewijsvermoeden: als een gebrek zich openbaart binnen twaalf maanden na aankoop, wordt vermoed dat dit gebrek al bij de levering aanwezig was. Dit betekent dat niet u, maar de verkoper moet bewijzen dat het gebrek er bij levering nog niet was. Dit bewijsvermoeden versterkt uw positie aanzienlijk, zeker als u beschikt over een professioneel non-conformiteit rapport. Wanneer is een auto non-conform? Veelvoorkomende situaties In de praktijk zien wij bij S-Tax regelmatig de volgende situaties: Verborgen motorschade Ernstige slijtage of defecten aan de motor die bij een reguliere proefrit niet zichtbaar zijn, maar kort na aankoop tot kostbare reparaties leiden. Denk aan een defecte distributieketting, interne motorslijtage of een verborgen olielek. Teruggedraaide kilometerteller De werkelijke kilometerstand blijkt aanzienlijk hoger dan wat bij verkoop is opgegeven. Dit beinvloedt niet alleen de waarde, maar ook de te verwachten levensduur en onderhoudskosten van het voertuig. Verzwegen schadeverleden De auto heeft een aanrijding gehad die niet is gemeld. Structurele schade aan chassis of carrosserie kan de veiligheid en restwaarde ernstig beinvloeden, ook als het uiterlijk netjes is hersteld. Gebreken die bij inspectie niet zichtbaar waren Elektronische storingen, transmissieproblemen of roest op verborgen plaatsen - gebreken die een gemiddelde koper bij een normale bezichtiging niet kan waarnemen, maar die wel degelijk aanwezig waren op het moment van levering. Wat zijn uw rechten bij non-conformiteit? Artikel 7:22 BW geeft u als koper verschillende mogelijkheden wanneer vaststaat dat de auto non-conform is: Herstel - De verkoper krijgt de gelegenheid om het gebrek te verhelpen, zonder kosten voor u. Ontbinding van de koopovereenkomst - U geeft de auto terug en krijgt de koopprijs (deels) geretourneerd. Dit is aan de orde wanneer herstel niet mogelijk of redelijk is. Prijsvermindering - U behoudt de auto, maar ontvangt een financiele compensatie die in verhouding staat tot het gebrek. Welke remedie het meest passend is, hangt af van de aard en ernst van het gebrek, de kosten van herstel en de omstandigheden van de koop. Waarom is een professioneel non-conformiteit rapport essentieel? Bij een geschil over verborgen gebreken draait het om bewijs. Of u nu in onderhandeling treedt met de verkoper of een juridische procedure start - u heeft een onafhankelijk rapport nodig dat de gebreken objectief vaststelt en onderbouwt. Een non-conformiteit rapport van S-Tax biedt precies dat. Als ROTA-gecertificeerd taxateur (certificaatnummer 16002) stel ik een onafhankelijk rapport op dat: De technische gebreken feitelijk vaststelt en documenteert Beoordeelt of de auto beantwoordt aan wat u als koper mocht verwachten Een onderbouwd advies geeft over de passende remedie (herstel, ontbinding of prijsvermindering) Een financieel overzicht bevat van de betrokken bedragen Standhoudt als bewijsstuk in een juridische procedure Hoe werkt het bij S-Tax? Intake - U neemt contact op en beschrijft de situatie. Ik beoordeel of een non-conformiteit rapport in uw geval de juiste stap is. Inspectie - Het voertuig wordt grondig geinspecteerd. Alle gebreken worden vastgelegd met fotos en technische documentatie. Rapport - U ontvangt een volledig non-conformiteit rapport met feitelijke bevindingen, conformiteitsoordeel en remedie-advies. Juridische ondersteuning - Waar nodig werk ik samen met mr. Robin Lammers van Recht Zeker Advies, die gespecialiseerd is in dit type geschillen. De kosten voor een non-conformiteit rapport bedragen 375 euro exclusief btw. Vermoedt u verborgen gebreken? Neem direct contact op Hoe eerder u actie onderneemt, hoe sterker uw positie. Het bewijsvermoeden van twaalf maanden biedt een krachtige bescherming, maar dan moet u wel tijdig de gebreken laten vaststellen. Telefoon / WhatsApp: 06 54 35 02 54 Meer informatie: Non-conformiteit rapport aanvragen Overige taxatiediensten: Contra-expertise overzicht S-Tax Auto Taxaties - Gerd Schippers, Register Taxateur - ROTA gecertificeerd nr. 16002 - Arnhem ----------------------------------------------------------- ## HvJ EU trekt rode lijn: nationale autoriteiten mogen EU-recht (o.a Art110) niet neutraliseren URL: https://s-tax.nl/hvj-eu-trekt-rode-lijn-nationale-autoriteiten-mogen-eu-recht-o-a-art110-niet-neutraliseren/ Gepubliceerd: 2026-01-06 Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 18 december 2025 in de zaak C-448/23 een uitspraak gedaan die ver buiten Polen reikt. In dit arrest maakt het Hof één ding onmiskenbaar duidelijk: nationale autoriteiten – inclusief rechters en uitvoeringsinstanties – mogen het Unierecht niet relativeren, filteren of neutraliseren via nationale doctrines, constitutionele interpretaties of uitvoeringspraktijken Hoewel de zaak formeel ziet op de Poolse rechtsstaat, is de boodschap algemeen en direct toepasbaar binnen alle lidstaten, inclusief Nederland. Wat het Hof vaststelt Het Hof oordeelt dat Polen zijn verplichtingen uit onder meer: artikel 2 VEU (rechtsstaat), artikel 4 lid 3 VEU (loyale samenwerking), artikel 19 lid 1 VEU (effectieve rechterlijke bescherming), structureel heeft geschonden door nationale organen toe te staan EU-recht buiten toepassing te verklaren of als ultra vires te bestempelen. Cruciaal is dat het Hof expliciet bevestigt: het primaat van EU-recht is absoluut; ook nationale grondwetten en constitutionele hoven kunnen dat primaat niet relativeren; nationale autoriteiten zijn verplicht EU-recht volledig en effectief toe te passen, zonder voorafgaande toestemming van wetgever of constitutioneel hof. Geen ruimte voor “nationale uitzonderingen” Een belangrijk onderdeel van het arrest is de afwijzing van het argument “constitutionele identiteit” als rechtvaardiging om EU-recht te beperken. Het Hof maakt duidelijk dat artikel 4 lid 2 VEU geen ontsnappingsclausule is om de werking van het Unierecht te blokkeren. Wie EU-recht toepast, past het volledig toe – of niet. Waarom dit arrest ook Nederland raakt C-448/23 is geen abstract rechtsstatelijk debat. Het arrest raakt direct aan nationale uitvoeringspraktijken waarin EU-recht: formeel wordt erkend, maar materieel wordt ingeperkt door vaste interpretaties, beleidsregels of “zo-doen-wij-dat-hier”-redeneringen. Het Hof benadrukt dat dergelijke praktijken onverenigbaar zijn met: de uniforme toepassing van EU-recht; de effectiviteit ervan; en het recht van burgers op daadwerkelijke bescherming van hun Unierechten. Betekenis voor de fiscale praktijk (waaronder BPM) Voor terreinen waarop het Unierecht directe werking heeft – zoals artikel 110 VWEU – betekent dit arrest dat: nationale uitvoeringspraktijken geen extra drempels mogen opwerpen; rechters en bestuursorganen niet selectief mogen toetsen; EU-recht niet mag worden “ingepast” in nationale systemen als dat de werking ervan aantast. Het Hof bevestigt dat ieder systeem dat EU-recht slechts conditioneel toepast, per definitie onrechtmatig is. Beperkte maar relevante context: nationale jurisprudentie In de Nederlandse context wordt regelmatig verwezen naar nationale arresten om de reikwijdte van EU-recht te begrenzen. Het arrest C-448/23 maakt duidelijk dat dergelijke jurisprudentie nooit kan dienen om de werking van rechtstreeks toepasselijk Unierecht te beperken. Nationale rechtspraak kan richting geven aan de toepassing van nationaal recht,maar niet aan de gelding van EU-recht zelf. Conclusie Met C-448/23 zet het Hof van Justitie een heldere grens: EU-recht is geen optie, geen beleidskeuze en geen interpretatiekader het is bindend recht dat volledig moet worden toegepast. Voor lidstaten die EU-recht slechts “onder voorwaarden” respecteren, is dit arrest een duidelijke waarschuwing. Voor burgers en professionals die zich beroepen op Unierecht, is het een bevestiging dat effectieve bescherming geen gunst is, maar een recht. BRON: Joost Verhoeven Vertaling uitspraak: Joost Verhoeven HvJ EU trekt rode lijn (Uitspraak) ----------------------------------------------------------- ## BOVENMATIG SCHADE SCHRIJVEN VERBODEN: Rechtbank Legt Absolute Grens Vast URL: https://s-tax.nl/bovenmatig-schade-schrijven-verboden-rechtbank-legt-absolute-grens-vast/ Gepubliceerd: 2025-12-19 Rechtbank Den Haag, 3 december 2025 - UITSPRAAK ECLI:NL:RBDHA:2025:23048 In een baanbrekend vonnis heeft de Rechtbank Den Haag op 3 december 2025 ondubbelzinnig vastgesteld dat artikel 110 VWEU bovenmatig schade schrijven verbiedt. Dit is geen suggestie, dit is een absolute grens die door Europees recht wordt gehandhaafd. De rechtbank bevestigt wat professionele BPM-taxateurs al jaren prediken: schade moet werkelijk zijn en redelijk kunnen worden onderbouwd. DE ZAAK: BEROEP TEGEN DE 31%-REGEL Een BPM-taxateur had een dagvaarding ingediend tegen het Ministerie van Financien, stellende dat de nieuwe 31%-regel voor waardevermindering van schadevoertuigen strijdig zou zijn met artikel 110 VWEU. De Rechtbank Den Haag diende zich uit te spreken over de vraag of deze regel voldoet aan de Europese vereisten voor non-discriminatie in belastingheffing. ARTIKEL 110 VWEU: DE GRENS TEGEN OVERMATIGE WAARDEVERMINDERING De rechtbank spreekt helder. Artikel 110 VWEU verbiedt een stelsel waardoor een ingevoerde auto in bepaalde gevallen is onderworpen aan een hogere belasting dan de belasting die nog rust op gelijksoortige, reeds in die Lid-Staat geregistreerde voertuigen. Vertaald naar praktijk: schade moet werkelijk zijn en mag niet willekeurig hoger worden geschat om BPM-voordeel te behalen. WAAROM DIT VONNIS GAME-CHANGING IS Er hebben altijd discussies bestaan over hoe schade moet worden gewaardeerd. De rechtbank zegt nu duidelijk: schade moet objectief kunnen worden onderbouwd. Artikel 110 VWEU dwingt je tot redelijkheid en transparantie. De rechtbank bevestigt dat de 31%-regel, ingesteld op 1 januari 2023, bedoeld is als houvast voor de schadebepaling. Voordien, onder de 72%-regel, was er meer speelruimte. Nu, onder de 31%-regel, is er minder vrijheid, maar tegenbewijs blijft altijd mogelijk. Wel moet het tegenbewijs concreet en goed onderbouwd zijn. Dit betekent: je kunt niet zeggen dit voertuig is jong, dus meer schade. Je moet zeggen dit specifieke voertuig heeft schade X, die vergeleken kan worden met soortgelijke voertuigen in Nederland. Artikel 110 VWEU fungeert nu als toetssteen. De rechtbank maakt duidelijk dat artikel 110 VWEU niet alleen theorie is, het is werkbare rechtsmaatstaf. Nederlandse marktwaarde is de ondergrens voor taxatie. Buitenlandse inkoopprijs markeert de maximale afschrijving. Werkelijke waardeverlies is wat je met concrete gegevens kunt aantonen. Wat moet vermeden worden: schade inschatten zonder onderbouwing, algemene stellingen hanteren zoals jonge auto's hebben standaard meer schade, kunstmatige procenten toepassen zonder marktonderzoek. Wat wel kan: concrete marktgegevens verzamelen, specifieke referentievoertuigen identificeren, werkelijk waardeverlies met data onderbouwen. DIT BETEKENT VOOR U: BENT U IMPORTEUR? Let op: controleer hoe schade in uw huidige taxatierapporten wordt verantwoord. Staat daar artikel 110 VWEU in genoemd? Zijn marktgegevens concreet opgenomen? Zijn referentievoertuigen specifiek gekozen? Kan de schadebepaling worden gerechtvaardigd? Bent u aan het twijfelen over een taxatierapport? Dit vonnis geeft u grond om een artikel 110 VWEU-gerichte herbeoordeling te vragen. U hebt recht op transparante en goed onderbouwde schadebepaling. Werk samen met taxateurs die artikel 110 VWEU serieus nemen, concrete marktgegevens hanteren en hun schaderamingen kunnen rechtvaardigen. BENT U TAXATEUR? Dit vonnis verlangt van u meer aandacht voor documentatie en transparantie. Algemene stellingen over schadevermindering volstaan niet meer. Tegenbewijs moet betrekking hebben op het concrete voertuig, met verwijzingen naar soortgelijke voertuigen op de Nederlandse markt. Dit is niet een verstrenging van onnodig veel regels. Dit is een duidelijk signaal van de rechtbank dat professioneel werk, dat goed is onderbouwd, door artikel 110 VWEU wordt ondersteund. Investeer in gedegen marktonderzoek, en uw werk wordt sterker. Deze uitspraak geeft professionele taxateurs juridische sterkte. Rechtbanken staan achter artikel 110 VWEU-toetsing. Goed onderbouwd werk is nu onomstotelijk. BENT U BELASTINGDIENST-MEDEWERKER? Dit vonnis geeft u juridische steun voor bezwaarschriftevaluatie. Artikel 110 VWEU is uw toetssteen. Eis concrete marktgegevens wanneer schade wordt ingeroepen. Controleer of de schadevermindering redelijk aansluit bij vergelijkbare voertuigen op de Nederlandse markt. DE RECHTBANK SPREEKT HELDER OVER ONDERBOUWING Let op deze passage uit de uitspraak: Een belastingplichtige die bij het vaststellen van de vermindering van BPM uitgaat van de handelsinkoopwaarde uit een koerslijst en stelt dat die handelsinkoopwaarde moet worden verminderd vanwege niet in deze koerslijst verwerkte beschadigingen aan het te registreren voertuig, draagt bij betwisting dan ook de last te bewijzen dat en in hoeverre beschadigingen een waardedaling tot gevolg hebben. Vertaald: je kunt niet zeggen er is schade, dus meer aftrek. Je moet met concrete gegevens aantonen dat die schade werkelijk tot waardeverlies leidt. HET GROTE VERSCHIL: VOOR EN NA DEZE UITSPRAAK Voor 2022: - Schadebepaling: Betrekkelijk flexibel - Tegenbewijs: Algemene argumenten konden volstaan - Marktgegevens: Niet altijd vereist - Rechtbank: Voorzichtig in ingrijpen - Praktijk: Veel variatie in benadering Nu 2025: - Schadebepaling: Artikel 110 VWEU als referentiekader - Tegenbewijs: Moet concreet per voertuig - Marktgegevens: Essentieel bij afwijking van norm - Rechtbank: Duidelijke controle op onderbouwing - Praktijk: Eenheid in juridische basis WAAROM S-TAX DIT VERSCHIL MAAKT Bij S-TAX hebben we altijd artikel 110 VWEU als centrale basis gehanteerd. Dit vonnis bevestigt wat we al jaren praktiseren: schade moet werkelijk zijn. We schrijven wat marktonderzoek aantoont. Concrete marktgegevens zijn onze fundament, niet algemene schattingen. Elke taxatie wordt tegen artikel 110 VWEU getoetst. Onze rapporten zijn verdedigbaar in procedures. Deze uitspraak geeft ons bevestiging: dit is hoe professionele BPM-taxatie werkt. DRIE JAAR JURISPRUDENTIE: DEZELFDE LIJN Dit vonnis past in een consistent patroon van rechtbankuitspraken. Hoge Raad 2017: schade moet werkelijk zijn. HR 2020: artikel 110 VWEU prevaleert. Gerechtshof 2016: concrete marktgegevens nodig. Rechtbank 2025: transparantie en onderbouwing verplicht. Allemaal dezelfde boodschap: artikel 110 VWEU is het kompas voor BPM-taxatie. VOLGENDE STAP: HOGER BEROEP? De betrokken partij kan nog hoger beroep instellen. Wat echter duidelijk is: de Rechtbank Den Haag heeft een grondige juridische analyse gegeven van artikel 110 VWEU en schadebepalingen. Toekomstige rechtbanken zullen deze logica waarschijnlijk volgen. Voor importeurs en taxateurs: dit vonnis geeft artikel 110 VWEU ongekend gewicht als juridische hoeksteen. S-TAX: ARTIKEL 110 VWEU ALS FUNDAMENT Bij S-TAX bouwen we elke BPM-taxatie op artikel 110 VWEU. Dit vonnis onderstreept: dit is niet luxe, het is noodzaak. Dit is niet theorie, het is praktische rechtsmaatstaf. Dit is niet optioneel, het is verplicht voor professioneel werk. Onze klanten hebben zekerheid: hun taxatie is niet alleen administratief juist, het is juridisch stevig onderbouwd tegen artikel 110 VWEU. BENT U IMPORTEUR MET VRAGEN? Neem contact op met S-TAX. We evalueren gratis of uw huidige BPM-taxaties artikel 110 VWEU-bestendig zijn onderbouwd. Feit: met deze rechtbankuitspraak kunt u voorkomen dat u betaalt voor onvoldoende onderbouwde schadeverminderingen. JURIDISCHE REFERENTIE Rechtbank Den Haag, 3 december 2025 ECLI:NL:RBDHA:2025:23048 Zaaknummer: C/09/682239 / HA ZA 25-265 Artikel 110 VWEU: de juridische basis voor BPM-taxatie. Disclaimer: Dit bericht is informatief. Voor juridisch advies in uw specifieke situatie raden wij aan een BPM-specialist te raadplegen. 31% UITSPRAAK RECHTBANK DEN HAAG ----------------------------------------------------------- ## Behandelinstructie BPM-naheffen: waarom marktvergelijking wel mag URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-past-onjuiste-bpm-instructie-toe-europees-recht-biedt-bescherming/ Gepubliceerd: 2025-11-15 De Belastingdienst blijft vasthouden aan een interne “Behandelinstructie Naheffen”, waarin wordt gesteld dat “herleiding” niet is toegestaan bij de BPM-vaststelling. In de praktijk wordt dit gebruikt om élke vergelijking met soortgelijke reeds in Nederland geregistreerde voertuigen af te wijzen. Dat is niet alleen juridisch onhoudbaar: het botst direct met artikel 110 VWEU, het X-arrest, de kan-bepaling, recente Hoge Raad-uitspraken, én meerdere rechtbankuitspraken, waaronder een zeer belangrijke uit 2025 waarin een auto wél als gelijksoortig is aangemerkt. Kernprobleem: Onjuiste interpretatie behandelinstructie De Behandelinstructie Naheffen 0010 van de Belastingdienst bevat een passage die stelt dat "herleiding" niet kan worden gebruikt bij de vaststelling van BPM. Deze instructie wordt in de praktijk echter breed geïnterpreteerd en misbruikt om elke vorm van vergelijking met soortgelijke, reeds in Nederland geregistreerde voertuigen af te wijzen. Dit staat lijnrecht tegenover wat het Europese recht en recente Nederlandse jurisprudentie voorschrijft. Wie bij invoer een correct taxatierapport overlegt op basis van artikel 110 VWEU, staat daarom juridisch sterk. De huidige behandelinstructie is misleidend, Europeesrechtelijk onjuist en werkt in de praktijk discriminerend. 🔍 Artikel 110 VWEU: kernregel tegen fiscale discriminatie Artikel 110 VWEU bepaalt dat ingevoerde voertuigen nooit zwaarder belast mogen worden dan vergelijkbare binnenlandse voertuigen. Dat betekent twee dingen: U mag vergelijkbare voertuigen op de Nederlandse markt aanvoeren De inspecteur moet de laagste rest-BPM van die vergelijkingsgroep toepassen Het Hof van Justitie EU heeft dit keihard bevestigd in het X-arrest (C-437/12): “Discriminatie wordt alleen voorkomen als wordt gekozen voor het laagste restbedrag BPM in een vergelijkbaar Nederlands voertuig.” Daarmee staat vast: Vergelijken met soortgelijke voertuigen is geen optie – het is een juridisch vereiste. 🧭 Nederlandse rechtspraak: vergelijking mag én moet 🔸Land Rover Defender uitspraak (ECLI:NL:GHARL:2022:1963) Het hof oordeelde dat een Land Rover Defender met hogere WLTP-uitstoot tóch vergeleken mag worden met in Nederland geregistreerde Defenders met lagere NEDC-uitstoot. Waarom? Omdat anders artikel 110 VWEU wordt geschonden. 🔥 Nieuwe versterking: Rechtbank Noord-Nederland 2025 bevestigt vergelijking (ECLI:NL:RBNNE:2025:1977) In deze omvangrijke uitspraak beoordeelde de rechtbank of referentievoertuigen – ingevoerd in dezelfde periode – gelijksoortig waren op basis van het toetsingskader van essentiële punten uit Richtlijn 2007/46/EG. Voor één van de voertuigen (auto 4) kwam de rechtbank tot een glasheldere conclusie: Eén referentievoertuig is op alle essentiële punten identiek → dus gelijksoortig → dus artikel 110 VWEU verplicht tot correctie → dus is te veel BPM voldaan. Dit is explosief belangrijk, want: De Belastingdienst beweert dat vergelijking “niet kan” → de rechtbank zegt: wél 1 werkelijk geregistreerde auto die gelijksoortig is: genoeg om de naheffing onderuit te halen 110 VWEU moet worden toegepast, zelfs als de Belastingdienst dat onhandig vindt Oftewel: De Belastingdienst kan de vergelijking juridisch niet verbieden. De rechtbank past hem gewoon toe. ⚖️ Kan-bepaling: inspecteur heeft géén keuze De Hoge Raad besliste op 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440) dat artikel 10b Wet BPM géén vrijblijvende keuze is. De inspecteur moet: ambtshalve altijd de laagste, meest gunstige berekeningswijze toepassen Doet hij dit niet, dan handelt hij in strijd met artikel 110 VWEU. De inspecteur kan dus niet zeggen: “Wij passen de tabel toe want dat is ons beleid.” Beleid wijkt als het discrimineert. 🏛️ HR 2024: Wet BPM moet wijken bij discriminatie Op 2 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:147) oordeelde de Hoge Raad: Bij aangetoonde fiscale discriminatie blijft de Wet BPM buiten toepassing. Artikel 110 VWEU gaat boven nationale wetgeving. Dit is een mokerslag voor de huidige behandelinstructie Naheffen. 🚫 Misverstand: herleiding is verboden, maar vergelijking niet De Hoge Raad heeft de herleidingsmethode (rekentruc met fictieve historische BPM) verboden. Maar dat betekent niet dat marktvergelijking verboden is. Wat niet mag Wat wél mag Fictieve herleiding uit historische BPM Vergelijking met daadwerkelijk geregistreerde voertuigen Rekenmodel zonder marktwaarde Objectieve marktgegevens Kunstmatig BPM-bedrag Laagste werkelijke rest-BPM Artikel 110 VWEU vereist juist dat de inspecteur kijkt naar feitelijke referentieauto’s. 🛠️ Wat mag en moet een taxateur doen? Een erkende taxateur mag en moet: Soortgelijke voertuigen identificeren (EU-typegoedkeuring, motor, uitvoering, leeftijd, km-stand) Objectieve RDW-data verzamelen (koerslijsten, VIN, marktwaarden) Aantonen dat de importauto anders zwaarder wordt belast Artikel 110 VWEU expliciet inroepen Een correct rapport verplicht de inspecteur tot toepassing van de gunstigste heffing. 📌 Praktische tips voor importeurs In bezwaar / beroep: Roep artikel 110 VWEU in Verwijs naar:HR 2024:147 HR 2023:440 (kan-bepaling) Hof GHARL 2022:1963 Rb. Noord-Nederland 2025:1977 (vergelijking slaagt!) In taxatierapport: Werk met feiten, niet theorie Toon uw referentievoertuigen Reken de voordelen uit Bewijs het lager rest-BPM-niveau Tegenover de Belastingdienst: De behandelinstructie is geen wet EU-recht gaat altijd voor Inspecteur is ambtshalve verplicht tot de gunstigste uitkomst 🧨 Conclusie: laat u niet misleiden - het recht staat aan uw zijde De behandelinstructie naheffen is in de praktijk onjuist, misleidend en discriminerend. De rechtspraak is glashelder: EU-recht vereist vergelijking Inspecteur heeft geen keuze Vergelijkbare auto = directe BPM-verlaging De rechtbank past deze vergelijking 2025 opnieuw toe De Wet BPM moet wijken bij discriminatie Laat u niet intimideren door beleid. Artikel 110 VWEU is sterker dan elke interne instructie. Onze BPM-jurist: automotive-specialist en expert in Artikel 110 VWEU BPM-zaken draaien allang niet meer alleen om belastingrecht - je hebt iemand nodig die zowel de automotive-praktijk begrijpt als de Europese rechtskaders. Daarom werken wij met een BPM-jurist met jarenlange ervaring in voertuigwaardering, WLTP/NEDC-kwesties, typegoedkeuringen en procedures waarin artikel 110 VWEU een centrale rol speelt. Onze jurist: begrijpt de technische en fiscale aspecten van voertuigen; is volledig thuis in de Europese en nationale rechtspraak; weet hoe rechtbanken vaststellen of voertuigen gelijksoortig zijn; en kan helder uitleggen waarom bepaalde vergelijkingen wel of niet voldoen aan het toetsingskader van artikel 110 VWEU. In de praktijk ziet hij regelmatig dat in naheffingen wordt gesteld dat ‘herleiding niet mag’, terwijl artikel 110 VWEU juist ruimte laat om daadwerkelijk geregistreerde referentievoertuigen te betrekken wanneer dat nodig is om fiscale discriminatie te beoordelen.In dergelijke situaties kan hij duidelijk maken hoe de relevante rechtspraak moet worden gelezen en welke onderdelen opnieuw beoordeeld moeten worden. Dat leidt er in veel dossiers toe dat naheffingen opnieuw moeten worden bekeken door de inspecteur, waarbij soms blijkt dat een correctie of aanpassing nodig is vanwege de verplichting om de voor de belastingplichtige meest gunstige heffingsmaatstaf toe te passen. “Behandelinstructie Naheffen” X-arrest (C-437/12) Land Rover Defender uitspraak (ECLI:NL:GHARL:2022:1963) Rechtbank Noord-Nederland 2025 bevestigt vergelijking (ECLI:NL:RBNNE:2025:1977) De "kan bepaling" (ECLI:NL:HR:2023:440) Wet BPM buiten toepassing (ECLI:NL:HR:2024:147) Onze BPM-jurist: automotive-specialist en expert in Artikel 110 VWEU ----------------------------------------------------------- ## BPM-aftrek schadeverleden: rechtspraak, Europese regels en de onmisbare rol van het professionele taxatierapport URL: https://s-tax.nl/bpm-aftrek-schadeverleden-rechtspraak-europese-regels-en-de-onmisbare-rol-van-het-professionele-taxatierapport/ Gepubliceerd: 2025-11-07 7 november 2025 – S-tax De BPM-regelgeving rond schadeverleden is in 2025 verder aangescherpt. Taxateurs, importeurs en autohandelaren die bij schadeverleden rekenen op extra BPM-aftrek komen steeds vaker voor harde feiten te staan. De staat van het voertuig bij eerste registratie in Nederland is bepalend. Schadeverleden telt volgens de Belastingdienst en rechter géén rol tenzij er meer dan normale gebruiksschade is; dan pas is taxatie (onderbouwd bewijs) aan de orde. Toch zijn er wél juridische ankers waarmee kundige professionals hun voordeel kunnen doen. Dat begint bij het juiste gebruik van een taxatierapport opgesteld door een erkende, deskundige taxateur met diepgaande juridische kennis van BPM, schadeclassificatie en taxatiegrondslagen. Combineer dat met actuele rechtspraak én de Europese regels, en je zet als importeur of opdrachtnemer het sterkste juridische instrument in tegen te hoge BPM. Belangrijkste jurisprudentie met ECLI-verwijzingen ECLI:NL:HR:2022:640 (20 mei 2022): Schadeverleden geen onderscheidend criterium voor 'als zodanig'. ECLI:NL:HR:2024:147 (2 februari 2024): Definitie schadeverleden voor Kaderbesluit BPM. ECLI:NL:HR:2025:1134 (4 juli 2025, Hoge Raad): Herleidingsmethode niet toegestaan voor BPM-berekening. ECLI:NL:GHSHE:2025:1848 (2 juli 2025, Hof 's-Hertogenbosch): Herleidingsmethode verworpen; motorschade niet aangetoond. ECLI:NL:RBNNE:2025:1977 (22 mei 2025, Rechtbank Noord-Nederland): Herleidingsmethode wél erkend maar 72%-regel blijft bewijsvermoeden – belastingplichtige moet specifiek per auto onderbouwen waarom 100% aftrek gerechtvaardigd is. ECLI:NL:GHAMS:2025:1575 (1 juli 2025, Hof Amsterdam): Koerslijst kent schadeverleden niet als variabele. ECLI:NL:GHDHA:2024:2386 (16 mei 2024): Geen waardevermindering bij volledig herstelde auto. ECLI:NL:RBGEL:2024:8300 (8 december 2024): Uitzondering – diefstalschade toegestaan in taxatiemethode. ECLI:NL:RBZWB:2025:3309 (Rechtbank Zeeland-West-Brabant) (10 juni 2025): Normale gebruiksschade nader gedefinieerd. ECLI:NL:HR:2023:440 (24 maart 2023, Hoge Raad): Inspecteur heeft een actieve onderzoeksplicht – zie toelichting hieronder. CELEX:62012CJ0437 / ECLI:EU:C:2013:857 (HvJ EU, Gomes Valente): Artikel 110 VWEU verplicht tot gelijke behandeling van vergelijkbare voertuigen. De onderzoeksplicht van de inspecteur (HR 24 maart 2023) In het arrest ECLI:NL:HR:2023:440 heeft de Hoge Raad ondubbelzinnig vastgesteld dat de inspecteur geen keuzevrijheid heeft wanneer blijkt dat een voertuig in Nederland zwaarder wordt belast dan vergelijkbare, reeds geregistreerde voertuigen. De inspecteur moet actief onderzoeken of er in Nederland soortgelijke voertuigen bestaan met een lagere BPM-grondslag en daar vervolgens verplicht bij aansluiten. Doet hij dat niet, dan handelt hij in strijd met artikel 110 VWEU (verbod op fiscale discriminatie tussen binnenlandse en ingevoerde voertuigen). Belangrijk is dat deze onderzoeksplicht niet alleen geldt bij bezwaar, maar ook reeds bij de primaire aanslagregeling. Zodra een importeur of taxateur in het taxatierapport of in het bezwaarschrift expliciet wijst op vergelijkbare voertuigen of op het bestaan van een lagere BPM-druk, moet de inspecteur dit feitelijk onderzoeken en zijn bevindingen gemotiveerd vastleggen. Het nalaten daarvan leidt tot een motiveringsgebrek en kan ertoe leiden dat de heffing strijdig wordt geacht met artikel 110 VWEU. Dit arrest heeft grote praktische betekenis: de inspecteur kan zich niet verschuilen achter standaardtabellen of de koerslijstmethodiek als hij wordt geconfronteerd met concrete aanwijzingen dat een lager BPM-niveau bestaat. De verplichting om dat te controleren vloeit rechtstreeks voort uit het Unierecht. Wet BPM buiten toepassing bij fiscale discriminatie De Hoge Raad heeft in ECLI:NL:HR:2023:1703 (22 december 2023) en ECLI:NL:HR:2024:147 (2 februari 2024) ondubbelzinnig bevestigd dat de Wet BPM buiten toepassing blijft zodra de belanghebbende aantoont – bijvoorbeeld via deskundigenonderzoek – dat toepassing van de Wet leidt tot een hogere BPM-heffing dan bij vergelijkbare binnenlandse voertuigen. “Slaagt de belastingplichtige erin aan te tonen dat toepassing van de Wet leidt tot een heffing van BPM die in strijd is met artikel 110 VWEU, dan moet de Wet in zoverre buiten toepassing blijven.” (HR 22-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1703) En: “Het Hof heeft met buiten toepassing laten van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van de Wet kunnen beoordelen of, en zo ja in hoeverre, belanghebbende heeft aangetoond dat de door de Inspecteur gehanteerde koerslijstwaarde niet overeenstemt met de reële handelsinkoopwaarde.” (HR 02-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:147) Deze rechtspraak bevestigt dat het EU-recht (artikel 110 VWEU) voorrang heeft: bij aantoonbare discriminatie mag de rechter de Wet BPM opzijzetten. Voorwaarde is dat het verschil in belastingdruk door een deugdelijk en deskundig taxatierapport wordt aangetoond. Praktische tips Let op essentiële gebreken: Zorg dat het voertuig vóór RDW-goedkeuring volledig is hersteld en voldoet aan hoofdstukken 5 en 7 Regeling voertuigen. Leg altijd een goed onderbouwd professioneel taxatierapport over dat expliciet vermeldt dat het voertuig aan H5/H7-eisen voldoet. Bij gebruik van herleidingsmethode: Onderbouw per auto specifiek en gedetailleerd waarom meer dan 72% waardevermindering gerechtvaardigd is. Wijs actief op soortgelijke voertuigen met lagere BPM en verwijs in bezwaar of rapport naar jouw bewijs. Verwijs naar artikel 110 VWEU en HR 2023:440 – de inspecteur moet feitelijk onderzoeken of jouw voertuig niet zwaarder wordt belast dan vergelijkbare voertuigen. Gebruik deskundige onderbouwing: Een taxatie met juridische motivering heeft de meeste kans van slagen. Publicatiedatum: 7 november 2025 | S-tax ----------------------------------------------------------- ##  Illusoire BPM-regels zichtbaar in Woo-stukken URL: https://s-tax.nl/illusoire-bpm-regels-zichtbaar-in-woo-stukken/ Gepubliceerd: 2025-09-30 Woo-stukken tonen BPM-praktijken die vragen oproepen Hier te lezen en te downloaden: documenten die inzicht geven in hoe de Belastingdienst BPM-regels toepast die vragen oproepen over compatibiliteit met EU-recht. Arnhem – Dankzij recent vrijgegeven Woo-documenten wordt meer duidelijk over het algoritme "Wegenrisico BPM" dat de Belastingdienst gebruikt. De beschikbare stukken tonen praktijken die vragen oproepen over de effectiviteit van de wettelijk geboden keuzemogelijkheden voor belastingplichtigen. Deze analyse wordt momenteel juridisch getoetst in een lopende procedure bij de rechtbank Gelderland. 🔑 Wat de documenten tonen Geen privacytoets uitgevoerd De Belastingdienst heeft in de beslissing op bezwaar erkend dat er geen Data Protection Impact Assessment (DPIA) is uitgevoerd voor het BPM-algoritme, terwijl dit volgens artikel 35 AVG verplicht is bij grootschalige automatische besluitvorming. Behandeling taxatierapporten Uit de RDW-memo B71 blijkt letterlijk dat taxatierapporten "niet in behandeling worden genomen" zodra ze afwijken van de RDW-inspectie. Volgens de documenten kan dit leiden tot beperking van mogelijkheden voor belastingplichtigen om een taxatie als methode te gebruiken. Drempelwaarden en labels Uit interne Weegregels blijkt dat sterk afwijkende waardes automatisch als verdacht worden gelabeld (code rood). De documenten tonen ook het bestaan van systeemlabels: Q = Tegenbewijs (voor aangiftes via taxatie of koerslijst) A = Afwijkende afschrijving (bij opvallend hoge afschrijving) Volgens de Woo-stukken zorgen deze coderingen ervoor dat aangiftes met taxaties vrijwel altijd onder extra toezicht komen. Variabele 75%-regel Uit de Weegregels blijkt dat de 75%-grens – de ondergrens waarbij een taxatiewaarde nog wordt geaccepteerd – in de praktijk variabel en aanpasbaar is. De documenten suggereren dat inspecteurs deze norm flexibel kunnen toepassen. Dit zou kunnen betekenen dat belastingplichtigen met een lage taxatiewaarde automatisch worden doorgestuurd naar de forfaitaire tabel, ook als hun taxatierapport inhoudelijk correct is. De documenten suggereren dat dit de effectiviteit van de wettelijke keuze voor taxatie kan beïnvloeden. 🤝 Mogelijke implicaties Overleg met brancheorganisaties Uit de Woo-stukken over de koerslijstoverleggen blijkt dat de Belastingdienst samen met BOVAG het initiatief nam voor een overlegplatform, waar ook RAI Vereniging, RDW en erkende automotive data-aanbieders bij aanschuiven. Volgens de documenten was het doel: afspraken maken over hoe om te gaan met lage waardes ("excessen"). Deze praktijk roept vragen op in het licht van artikel 101 VWEU over mededingingsbeperkende afspraken tussen partijen die normaliter concurreren. EU-rechtelijke vraagstukken Uit de documenten blijkt dat het algoritme mogelijk tot verschillende behandeling van importauto's kan leiden, wat vragen oproept in het licht van artikel 110 VWEU. In combinatie met de variabele 75%-regel en de coördinatie in het platform suggereren de stukken mogelijk spanningen met meerdere EU-rechtelijke bepalingen. ⚖️ Het beroep In het beroepschrift dat bij de rechtbank Gelderland is ingediend, wordt om openbaarmaking gevraagd van de logica, drempelwaarden en codes (Q en A) van het algoritme. Subsidiair wordt vertrouwelijke inzage gevraagd (art. 8:29 Awb). 👉 Documenten en transparantie De Woo-stukken zijn hier te lezen en te downloaden. Ze geven een helder beeld van hoe de huidige BPM-regels tot stand zijn gekomen en welke vragen er bestaan over de compatibiliteit met Europees recht. Over deze publicatie Deze analyse is gebaseerd op openbaar gemaakte Woo-documenten. De juridische interpretaties en mogelijke gevolgen worden momenteel getoetst in een lopende rechtsprocedure bij de rechtbank Gelderland. De auteur is BPM-taxateur en heeft het betreffende Woo-verzoek ingediend in zijn hoedanigheid van publicist en professioneel belanghebbende bij transparantie over de BPM-heffing. WOO Koerslijstoverleggen RDW WOO Algoritme MinFin BPM WOO algoritme ----------------------------------------------------------- ## BPM-rood: doe de check. Prik door het 25%-frame heen URL: https://s-tax.nl/bpm-rood-doe-de-check-prik-door-het-25-frame-heen/ Gepubliceerd: 2025-09-17 BPM-rood: doe de check - prik door het 25%-frame heen 🚨 Lagere BPM ≠ schadeauto. Het hardnekkige frame “lager dan de tabel = schade” is onzin. Echte schadebakken komen niet door de toelating. Wat wél speelt: rekensturing en “signaallijnen” die de markt richting een BPM-minimum duwen - handig voor hogere opbrengst en “nette” kanalen, funest voor particulieren en parallelimporteurs. 🧮 De truc in 1 minuut Bepaal de tabelwaarde (forfaitaire afschrijving). Hang er een “signaal” aan: minstens 75% van die tabelwaarde. Alles eronder is “verdacht”.Resultaat: een de-facto minimum - zonder dat iemand het zo noemt. ⚖️ Waarom dit niet mag (art. 110 VWEU) Artikel 110 VWEU verbiedt elke fiscale constructie die import uit andere EU-lidstaten benadeelt t.o.v. de binnenlandse markt. Een geforceerd BPM-minimum (al verpakt als “signaal” of “rood”) zorgt structureel dat import zwaarder uitkomt dan vergelijkbare binnenlandse auto’s. Dat is in strijd met EU-recht. Punt. 🧭 Feiten, geen fratsen Lagere BPM ≠ schade. Kan gewoon markt, leeftijd, uitvoering, kilometers zijn. Keuzerecht (tabel/koerslijst/taxatie) hoort vrij te zijn - niet voorgestuwd door een black-box drempel. Marktverstoring. Het <75%-frame schrikt particulieren/parallelimport af; “nette” kanalen profiteren. Transparantie. Als er regels/algoritmen sturen, maak ze openbaar en toetsbaar. 🎯 Doe zelf de reality-check (gratis) Gebruik BPM-rood. Je ziet direct de tabelwaarde en de lijnen 75% / 70% / 60% / 50%. Zo zie je waar “rood” komt door framing, niet door de auto.👉 rota.tax/bpm-rood Noot: Er worden passende acties ondernomen om deze praktijken te stoppen en art. 110 VWEU te laten gelden zoals bedoeld. Eerlijke heffing begint bij eerlijke logica. Doe de BPM-rood check ----------------------------------------------------------- ## Subjectgerichte BPM-handhaving en nudging door de Belastingdienst (Kamerstuk 32 800) URL: https://s-tax.nl/subjectgerichte-bpm-handhaving-hoe-nederland-artikel-110-vweu-bewust-negeert/ Gepubliceerd: 2025-08-19 Stuitende arrogantie: Kamerstuk 32 800 nr. 80Op 20 april 2023 stuurde de staatssecretaris van Financiën Kamerstuk 32 800 nr. 80 naar de Tweede Kamer. Daarin wordt de zogenaamde subjectgerichte aanpak van de Belastingdienst bij de BPM aangekondigd. Dat betekent: niet langer handhaving per individueel voertuig, maar het gericht benaderen en beïnvloeden van bedrijven die veel voertuigen importeren en daarbij gebruikmaken van taxatierapporten. Het staat er zwart op wit: inspecteurs mogen bedrijven onder druk zetten om hun gedrag aan te passen, onder het mom van “kennisgesprekken” en “meer compliant gedrag”. In feite betekent dit dat belastingplichtigen worden genudged om een wettelijk toegestane methode – de taxatie bij extra schade – niet meer te gebruiken. Dit is niets minder dan een beleidsmatig gelegitimeerde vorm van gedragsdwang. Waarom dit in strijd is met artikel 110 VWEUArtikel 110 VWEU verbiedt lidstaten om ingevoerde producten (zoals gebruikte auto’s uit andere lidstaten) zwaarder te belasten dan gelijksoortige binnenlandse producten. Het recht op een taxatierapport is precies ingevoerd om dat risico te vermijden: zo kan de werkelijke waarde van een voertuig worden vastgesteld, en wordt voorkomen dat een importauto te zwaar belast wordt. Door importeurs te ontmoedigen taxatierapporten te gebruiken, wordt feitelijk een BPM-minimum gecreëerd, ongeacht de werkelijke waardedaling van de auto. Dat leidt er direct toe dat een ingevoerde auto zwaarder belast kan worden dan een binnenlandse occasion – een textbook-voorbeeld van fiscale discriminatie. Costa/ENEL: EU-recht gaat altijd voorAl in 1964 oordeelde het Hof van Justitie in de beroemde Costa/ENEL-zaak dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht. Nationale politiek of beleidsstukken kunnen nooit rechtvaardigen dat lidstaten EU-verplichtingen negeren. Toch blijkt uit Kamerstuk 32 800 nr. 80 dat de Nederlandse overheid precies dat doet: men kiest bewust voor een handhavingsstrategie die onverenigbaar is met artikel 110 VWEU, en zet inspecteurs in om dat beleid door te drukken. Het is ronduit stuitend dat Den Haag een dergelijk beleid presenteert alsof het een legitieme oplossingsrichting is, terwijl Brussel in feite al lang heeft bepaald dat dit verboden is. Het illustreert een arrogantie waarin nationaal fiscaal belang zwaarder wordt gewogen dan de fundamenten van de interne markt. Standpunt van Stichting ClaimantAls bestuurslid van Stichting Claimant kan ik bevestigen dat wij hierover inmiddels een klacht bij de Europese Commissie hebben ingediend (CPLT 2025 00483). Daarbij is een overweldigende hoeveelheid bewijs overgelegd dat de Belastingdienst deze verboden nudging-praktijken daadwerkelijk toepast. Het gaat hier niet om een incident, maar om een structureel en politiek gesteund beleid. Wij verwachten dat de Europese Commissie dit signaal uiterst serieus neemt en passende actie onderneemt. Als nationale politiek willens en wetens EU-recht terzijde schuift, dan is het aan Brussel om de naleving van artikel 110 VWEU te waarborgen. De boodschap is duidelijk: dit moet stoppen. In het belang van gelijkheid, transparantie en de rechtsstaat is het onacceptabel dat de Belastingdienst via verboden nudging de keuzevrijheid van importeurs ondermijnt. Stichting Claimant zal deze praktijk blijven aanvechten – in Den Haag én in Brussel – totdat gelijke behandeling weer gegarandeerd is. ----------------------------------------------------------- ## 🇪🇺🤖 Belastingdienst gebruikt verborgen AI bij BPM-aangiftes – S-Tax vraagt Brussel om ingrijpen URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-gebruikt-verborgen-ai-bij-bpm-aangiftes-s-tax-vraagt-brussel-om-ingrijpen/ Gepubliceerd: 2025-07-07 📅 Arnhem, 7 juli 2025 – In een officiële bijdrage aan de Europese Commissie heeft S-Tax aandacht gevraagd voor het gebruik van risico-algoritmes bij BPM-aangiftes. Volgens S-Tax worden importeurs van voertuigen ongemerkt beïnvloed door AI-systemen die bepalen of zij bepaalde wettelijke mogelijkheden nog wel mogen gebruiken. De bijdrage maakt onderdeel uit van een Europese consultatie over de AI Act, een nieuwe wet die moet zorgen voor betrouwbare en mensgerichte inzet van kunstmatige intelligentie. 🧠 Wat is er aan de hand? De Belastingdienst gebruikt het zogenaamde "wegenrisico" – een intern algoritme dat bepaalt of een BPM-aangifte als risicovol wordt gezien. Die risicobeoordeling gebeurt op basis van gedrag, voertuigtype, eerdere aangiftes of andere onbekende factoren. 📉 Als je als “hoog risico” wordt aangemerkt, word je automatisch uitgesloten van de mogelijkheid om BPM-afschrijving via taxatie toe te passen. 🛑 Wat is het gevolg? ⚠️ Je mag dan niet kiezen voor een BPM-taxatierapport (vaak de goedkoopste optie),⚠️ Je wordt automatisch doorgestuurd naar de forfaitaire tabel,⚠️ Deze methode is vaak duurder, maar wordt opgelegd zonder dat je dat weet,⚠️ Je krijgt geen uitleg waarom je aangifte anders wordt behandeld. Hoewel de wet zegt dat je mag kiezen tussen een koerslijst, taxatie of forfaitaire tabel, blijkt die keuze in de praktijk steeds vaker stilzwijgend beperkt door geautomatiseerde risicoselectie. 📩 Wat vraagt S-Tax aan de Europese Commissie? S-Tax heeft gepleit voor: Transparantie over de inzet van AI in belastingprocedures; Beoordeling van het wegenrisico-algoritme als een “high-risk AI-systeem” onder de AI Act; Duidelijke richtlijnen over het recht op keuzevrijheid, menselijke toetsing en bezwaar; Mogelijke opname van dit soort systemen in de lijst met AI-toepassingen die verboden zouden moeten worden als ze fundamentele rechten ondermijnen. 💬 Gerd Schippers (S-Tax): “We krijgen steeds vaker te maken met klanten die ineens geen taxatierapport mogen gebruiken - en niet weten waarom. De besluitvorming is verschoven van de inspecteur naar een systeem dat niemand kan zien of controleren. Dat is zorgelijk, want het beïnvloedt direct je fiscale rechten.” 📣 Waarom dit ertoe doet Dit gaat niet alleen over BPM. Het raakt een groter thema:⚖️ Mag een algoritme beslissen of jij toegang krijgt tot een wettelijke regeling – zonder dat je daar weet van hebt? De AI Act is hét moment om daar duidelijkheid over te krijgen. 📧 Melden of reageren? Mail naar info@s-tax.nl🌐 Lees meer via: www.s-tax.nl of ----------------------------------------------------------- ## Hoge Raad buigt zich over BPM-discriminatie: ROTA dient schriftelijke opmerkingen in URL: https://s-tax.nl/hoge-raad-buigt-zich-over-bpm-discriminatie-rota-dient-schriftelijke-opmerkingen-in/ Gepubliceerd: 2025-06-24 Stichting ROTA heeft vandaag formeel schriftelijke opmerkingen ingediend bij de Hoge Raad in prejudiciële zaak 25/01882. Deze zaak draait om de vraag of de huidige toepassing van de BPM bij import van gebruikte voertuigen strijdig is met het EU-discriminatieverbod uit artikel 110 VWEU. Het Gerechtshof Amsterdam stelde vier vragen aan de Hoge Raad over de wijze waarop gelijksoortigheid van voertuigen moet worden beoordeeld, met name bij verschillen in CO₂-uitstoot als gevolg van de overgang van NEDC- naar WLTP-meetmethoden. ROTA vindt de benadering van het Hof veel te technisch en onverenigbaar met het consumentenperspectief dat volgens EU-recht centraal hoort te staan. “Het Hof Amsterdam introduceert in feite een super-rijkskeur-criterium,” aldus G. Schippers, die namens ROTA de zienswijze ondertekende. “Voertuigen die voor de consument inwisselbaar zijn, worden uitgesloten van vergelijking op basis van onzichtbare administratieve details. Dat is niet het doel van artikel 110 VWEU, maar een ondermijning ervan.” ROTA verwijst expliciet naar het recente arrest HR 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:860, waarin de Hoge Raad oordeelde dat ingevoerde auto’s niet zwaarder belast mogen worden dan vergelijkbare binnenlandse auto’s. Daarbij moet de belastingplichtige de mogelijkheid krijgen om te kiezen voor de meest gunstige CO₂-waarde (NEDC of WLTP), ter voorkoming van verboden discriminatie. In haar opmerkingen benadrukt ROTA dat: Gelijksoortigheid niet mag afhangen van technische details, maar moet worden bepaald vanuit het perspectief van de consument; De bewijslast voor importeurs niet onredelijk verzwaard mag worden, bijvoorbeeld door de eis dat een referentieauto exact op of ná toelating moet zijn geregistreerd; De BPM-heffing moet worden gematigd als blijkt dat een vergelijkbare binnenlandse auto minder restbelasting draagt. 📎 De volledige schriftelijke opmerkingen zijn als bijlage ingediend via het HR-portaal en gebaseerd op recente EU- en nationale jurisprudentie. De Hoge Raad zal naar verwachting later dit jaar prejudicieel oordelen over de vier gestelde vragen. ----------------------------------------------------------- ## ✅ Doorbraak bevestigd in rechtspraak: factuurwaarde géén ondergrens bij BPM – taxatierapport met RDW-kentekens prevaleert onder artikel 110 VWEU URL: https://s-tax.nl/doorbraak-bevestigd-in-rechtspraak-factuurwaarde-geen-ondergrens-bij-bpm-taxatierapport-met-rdw-kentekens-prevaleert-onder-artikel-110-vweu/ Gepubliceerd: 2025-05-31 ⚖️ De Rechtbank Noord-Nederland heeft in een principiële uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2025:1977) ondubbelzinnig bevestigd wat veel taxateurs en importeurs al langer wisten: Als je aantoont dat soortgelijke voertuigen met dezelfde typegoedkeuring in Nederland zijn geregistreerd met minder BPM, dan mag de inkoopfactuur geen ondergrens vormen voor de BPM-heffing. 🔍 Feiten uit de zaak In deze zaak over meerdere voertuigen bracht de belastingplichtige een taxatierapport in met referentieauto’s (waaronder het RDW-kenteken van een gelijksoortige auto met typecode JG31). De rechter concludeerde: “De auto’s zijn op de essentiële punten identiek, en dus gelijksoortig in de zin van artikel 110 VWEU.”“Er is te veel BPM voldaan, dus de inspecteur moet een teruggaaf verlenen.” De verschillen in o.a. spoorbreedte of geluidsniveau deden niet ter zake – zolang het voertuig op de essentiële technische punten (typegoedkeuring, brandstof, massa, CO₂-uitstoot) overeenkomt, geldt het als gelijksoortig. 🚫 Waarom de inkoopfactuur géén ondergrens mag zijn Volgens de Belastingdienst moet een taxatiewaarde minstens gelijk zijn aan de inkoopprijs, tenzij de belastingplichtige het “tegendeel aannemelijk maakt”. Maar dat is in strijd met: HvJ EU C-437/12 (X/Nederland): De importeur moet altijd toegang hebben tot de laagste BPM-druk die is vastgesteld op binnenlandse vergelijkbare voertuigen – ongeacht zijn eigen aankoopprijs. HR 2023:440: De inspecteur is verplicht ambtshalve het gunstigste BPM-tarief of afschrijvingsmethode toe te passen, ook als de aangifte daarop niet is gebaseerd. Rb Noord-Nederland 2025:1977: Een goed onderbouwd taxatierapport met kentekens van gelijksoortige auto’s volstaat als bewijs. De inspecteur mag dat niet terzijde schuiven wegens de factuurprijs. 📉 Wat betekent dit concreet? ✔️ Heb je in Duitsland een auto gekocht voor €17.000, maar blijkt uit RDW-data dat vergelijkbare auto’s (zelfde typegoedkeuring) met minder BPM zijn geregistreerd?➡️ Dan mag je BPM baseren op die lagere vergelijkingswaarde – ongeacht jouw factuur. ✔️ Je taxatierapport met Nederlandse kentekens en onderbouwde afschrijvingswaarde is juridisch leidend onder artikel 110 VWEU. ⚠️ Nieuwe wetgeving schuurt met EU-recht De Staat wil vanaf 2025/2027 regelen dat: De taxatiewaarde niet onder de factuur mag liggen (tenzij uitgebreid tegenbewijs), De BPM volgens de inkoopmethode nooit lager mag zijn dan 75% van de BPM op basis van de tabel. Deze regels zijn echter niet houdbaar onder het Europese discriminatieverbod. Rechters kunnen (en zullen) deze nationale grenzen opzijzetten als een taxatierapport aantoont dat een lagere rest-BPM objectief gerechtvaardigd is. ✅ Conclusie 📎 Typegoedkeuring + RDW-kentekens + taxatierapport = juridisch ijzersterk.📉 Inkoopfactuur ≠ ondergrens, als de BPM op vergelijkbare voertuigen in Nederland lager blijkt.⚖️ Rechters, inclusief Rb Noord-Nederland en de HR, staan pal voor toepassing van artikel 110 VWEU. 📲 Lees de volledige uitspraak hier:👉 https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:1977 📚 Meer uitleg over dit onderwerp en voorbeelden:👉 👉 https://www.s-tax.nl #bpm #taxatie #inkoopfactuur #artikel110VWEU #typegoedkeuring #jurisprudentie #RDW #importauto #s-tax #bpmbezwaar # #eurecht ----------------------------------------------------------- ## ✅ Doorbraak in BPM-rechtspraak: typegoedkeuring bepalend bij toepassing artikel 110 VWEU URL: https://s-tax.nl/doorbraak-in-bpm-rechtspraak-typegoedkeuring-bepalend-bij-toepassing-artikel-110-vweu/ Gepubliceerd: 2025-05-30 ✅ Doorbraak in BPM-rechtspraak: typegoedkeuring bepalend bij toepassing artikel 110 VWEU Een belangrijke overwinning voor rechtvaardige BPM-heffing: in recente uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland is definitief bevestigd dat typegoedkeuring een doorslaggevende rol speelt bij de toepassing van artikel 110 VWEU. Dit is het verbod op fiscale discriminatie binnen de EU. 💥 De centrale boodschap van de rechter is glashelder: “Als voertuigen dezelfde EU-typegoedkeuring hebben, en objectief blijkt dat daarop in Nederland een lagere BPM is geheven, dan mag een importvoertuig niet zwaarder worden belast.” ⚖️ Juridische erkenning voor taxateurs In deze zaken, mede gevoerd door 123BPM en een vooraanstaande BPM-jurist, werd overtuigend aangetoond dat drie vergelijkbare voertuigen – zelfde massa, zelfde CO₂, én identieke typegoedkeuring – reeds op de Nederlandse markt waren geregistreerd tegen aanzienlijk lagere BPM-bedragen. De rechtbank volgde dit zonder voorbehoud: typegoedkeuring is het juridische fundament van gelijksoortigheid. Kleine verschillen in uitvoering of uitrusting zijn slechts relevant als ze uit consumentenperspectief wezenlijk zijn – niet op zichzelf. 📉 Inkoopfactuur verliest juridische status Een tweede krachtig signaal komt uit HR 2023:440: de zogenoemde "kan"-bepaling uit artikel 10b Wet BPM is géén keuze meer voor de inspecteur. Als uit de feiten blijkt dat een lager BPM-tarief of -grondslag recht doet aan artikel 110 VWEU, moet deze worden toegepast. 📌 Dat betekent: een inkoopfactuur die leidt tot een hogere belastingdruk dan gerechtvaardigd is op basis van soortgelijke binnenlandse voertuigen (met gelijke typegoedkeuring), mag niet meer als leidend worden gezien. 👏 Complimenten aan wie ze toekomen 123BPM en de betrokken BPM-jurist: voor het inhoudelijk en strategisch overtuigend inzetten van typegoedkeuring als kernbewijs. De rechters van rechtbank Noord-Nederland: voor het correct en moedig toepassen van Europees recht en het respecteren van de rechtsbescherming die artikel 110 VWEU biedt. 📌 De nieuwe standaard voor taxateurs: ✔️ Voertuigen met dezelfde EU-typegoedkeuring = juridisch gelijksoortig.✔️ Referentieauto's uit het RDW-register met aantoonbaar lagere BPM = wettelijk plafond.✔️ Taxatierapport met typegoedkeuring en objectieve marktvergelijking = sterkste verdedigingsmiddel.✔️ Inkoopfactuur niet leidend indien strijdig met Art110 VWEU. 🚗 Gelijke voertuigen, gelijke heffing. Dat is geen gunst, maar een afdwingbaar recht. 📢 Deel dit signaal – en zorg dat geen enkel importvoertuig meer wordt overbelast op basis van facturen, terwijl de markt iets anders bewijst. ----------------------------------------------------------- ## Hof Amsterdam ondermijnt consumentenrecht artikel 110 VWEU URL: https://s-tax.nl/hof-amsterdam-ondermijnt-consumentenrecht-artikel-110-vweu/ Gepubliceerd: 2025-05-17 Hof Amsterdam ondermijnt consumentenrecht artikel 110 VWEU Arnhem, 17 mei 2025 – Een recente tussenuitspraak van het Gerechtshof Amsterdam dreigt consumenten ernstig te benadelen bij het importeren van auto’s. In plaats van de bescherming van artikel 110 VWEU – het EU-consumentenrecht dat oneerlijke nationale belastingen op ingevoerde goederen verbiedt – te handhaven, kiest het Hof voor een uiterst technische benadering. Die aanpak ondermijnt het verbod op discriminatie van ingevoerde producten en zet de deur open voor “manifeste overbelasting” van geïmporteerde voertuigen, in strijd met het vrije verkeer van goederen. Technisch subcriterium boven consumentenperspectief In de tussenuitspraak van 15 mei 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1252) heeft Hof Amsterdam prejudiciële vragen gesteld over de belasting van personenauto’s en motorfietsen (BPM) bij de import van gebruikte voertuigen. Opvallend is dat het Hof de gelijksoortigheidstoets tussen een ingevoerde auto en een binnenlandse auto baseert op minutieuze technische details. Zo oordeelde het Hof dat een auto uit een andere lidstaat "alleen vergelijkbaar is met een Nederlandse auto als beide exact dezelfde EU-typegoedkeuring" hebben, met identiek uitbreidingsnummer. Met andere woorden: het Hof creëert een technisch subcriterium – een soort CO₂-identiteit – dat in de Europese gelijksoortigheidstoets helemaal geen rol speelt. Vanuit consumentenperspectief is dit volstrekt onbegrijpelijk. Een gemiddelde koper kijkt naar merk, model, prestaties en zuinigheid van een auto, níet naar administratieve typegoedkeuringscodes of gebruikte testmethodes. Deze door het Hof geïntroduceerde benadering komt neer op een “super-rijkskeur-criterium”: alleen wanneer een ingevoerde auto bijna kloon-identiek is aan een in Nederland goedgekeurd model (tot in de puntjes van de officiële papieren), zou hij als gelijksoortig tellen. Dit druist in tegen de geest van het EU-recht. Het Hof Amsterdam negeert namelijk dat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie juist de functionele en economische uitwisselbaarheid in de ogen van de consument bepalend is voor artikel 110 VWEU. De EU-rechter formuleerde het zo: producten zijn gelijksoortig wanneer zij vanuit het oogpunt van de consument soortgelijke eigenschappen hebben en aan dezelfde behoeften voldoen. Technische verschillen in typegoedkeuring of meetmethode die de consument niet merkt, horen dus niet de doorslag te geven. Nieuwe drempels: de lat onrealistisch hoog Het Hof Amsterdam heeft in deze zaak vier prejudiciële vragen aan de Hoge Raad geformuleerd die de lat voor “gelijksoortigheid” flink verhogen. Hieruit blijkt hoe ver het Hof gaat in de technische detailbenadering: Typegoedkeuring-uitbreiding: Is na een technische uitbreiding (wijziging) van de EU-typegoedkeuring sprake van dezelfde typegoedkeuring? Het Hof impliceert dat zelfs een minieme wijziging die leidt tot een nieuw typegoedkeuringsnummer (bijvoorbeeld van ...047018 naar ...047023) betekent dat twee auto’s niet langer gelijksoortig zijn. Alle technische kenmerken identiek: Moeten álle essentiële kenmerken uit bijlage II, deel B, van de EU-richtlijn voor voertuiggoedkeuring exact overeenkomen? Het Hof lijkt te eisen van wel – zelfs al zijn bepaalde verschillen technisch of historisch van aard en volstrekt irrelevant voor prestaties of marktwaarde van de auto. Beperkte referentieperiode: Telt een binnenlandse referentieauto alleen mee als deze op of ná de datum van eerste toelating van de importauto (in het buitenland) in Nederland is geregistreerd? Het Hof suggereert van wel, waardoor oudere binnenlandse modellen buiten beschouwing kunnen blijven. Auto daadwerkelijk op de markt: Moet ten minste één zo’n vergelijkbare binnenlandse auto niet alleen in het kentekenregister staan, maar ook daadwerkelijk te koop zijn geweest op de Nederlandse tweedehandsmarkt ten tijde van de import? Volgens het Hof zou ook dát nog bewezen moeten worden. Deze cumulatie van eisen vormt een bijna onneembare horde. Het zijn extra drempels die de Europese jurisprudentie níet stelt. Sterker nog, ze maken het in de praktijk vrijwel onmogelijk om een ingevoerde auto ooit gelijksoortig te verklaren aan een binnenlandse referentie, zelfs als consumenten beide voertuigen als inwisselbaar beschouwen. De bescherming die artikel 110 VWEU zou moeten bieden, wordt zo uitgehold door een web van technische fijnslijperij. Vrij verkeer van goederen in het geding Artikel 110 VWEU – voorheen artikel 90 EG – is er juist op gericht om het vrije verkeer van goederen te waarborgen. Deze bepaling verbiedt lidstaten om hogere binnenlandse belastingen op producten uit andere EU-landen te heffen dan op vergelijkbare eigen producten. Het gaat om het voorkomen van subtiele protectionistische trucs: nationale belastingen mogen de eigen markt niet bevoordelen ten koste van import. Het Hof van Justitie heeft dan ook herhaaldelijk benadrukt dat een belastingsysteem alle scenario’s moet uitsluiten waarin ingevoerde producten zwaarder worden belast dan binnenlandse. Anders is zo’n stelsel per definitie onverenigbaar met artikel 110. Die Europese rechtspraak is glashelder. Zo stelde het Hof (in een zaak over auto’s) dat artikel 110 volledige fiscale neutraliteit wil verzekeren in de concurrentie tussen binnenlandse en ingevoerde voertuigen. Concreet betekent dit: de belasting op een ingevoerde tweedehands auto mag nooit hoger zijn dan het restbedrag van diezelfde belasting dat nog besloten ligt in de waarde van een gelijksoortige tweedehands auto die al in eigen land is geregistreerd. Is de importheffing toch hoger, dan wordt de verkoop van nationale tweedehandsjes bevoordeeld en de import van vergelijkbare occasions ontmoedigd. Precies dat effect – import afremmen en de binnenlandse markt afschermen – is wat artikel 110 VWEU verbiedt. Hof Amsterdam lijkt echter een pad te hebben gekozen dat haaks staat op deze principes. Door de definitie van gelijksoortige producten zo eng en technisch te maken, ontstaat het risico dat buitenlandse auto’s tóch zwaarder belast worden zonder dat dat officieel “discriminatie” wordt genoemd. Het resultaat is een structurele benadeling van de importconsument: voertuigen die voor consumenten praktisch gelijkwaardig zijn, worden door bureaucratische verschillen anders behandeld en systematisch zwaarder belast. Binnenlandse auto’s behouden daardoor een fiscale voorsprong. Dit riekt naar verboden bescherming van de eigen markt, precies waar artikel 110 tegen is bedoeld. Nationale route in plaats van EU-Hof Opvallend en omstreden is bovendien dat het Gerechtshof Amsterdam ervoor kiest om prejudiciële vragen aan de Nederlandse Hoge Raad te stellen in plaats van rechtstreeks klariteit te vragen aan het Hof van Justitie van de EU. In deze BPM-zaak draait het uiteindelijk om de uitleg van Europees recht (artikel 110 VWEU) – normaal gesproken het terrein bij uitstek van de Europese rechters in Luxemburg. Iedere nationale rechter kán EU-rechtsvragen voorleggen aan het Hof van Justitie, en hoogste rechters zijn dat zelfs meestal verplicht als er redelijke twijfel is over de juiste uitleg. Door nu een nationale prejudiciële procedure te volgen, lijkt het Hof Amsterdam een omweg te nemen. Critici zien hierin een gemiste kans en mogelijk zelfs een poging om een strenge Europese toets te ontwijken. Waarom niet direct naar het EU-Hof? De kwestie of dit soort technische criteria toelaatbaar zijn onder artikel 110 is immers bij uitstek een Europese vraag. Door eerst de Hoge Raad te laten antwoorden, wordt kostbare tijd verloren en blijft de onzekerheid langer bestaan. Bovendien: ook de Hoge Raad zal zich moeten baseren op de EU-jurisprudentie – die, zoals hierboven beschreven, juist het consumentenperspectief centraal stelt. De hoop is nu dat de Hoge Raad de nationale vragen in lijn met het EU-recht beantwoordt. Maar zelfs dan kan de discussie nog jaren voortkabbelen, want uiteindelijk kan de zaak alsnog bij het Hof van Justitie belanden als er hogere EU-vragen rijzen. Consument de dupe: hogere BPM en ontmoediging import Wat betekent dit alles nu in de praktijk voor u en mij, de consumenten? Ten eerste dreigt een hogere BPM-rekening bij import. Als het aan Hof Amsterdam ligt, moet een importeur straks bewijzen dat er in Nederland een vrijwel identieke “tweelingauto” bestaat (zelfs qua CO₂-testmethode en administratief kenmerk) die op exact het juiste moment is geregistreerd én op de markt is geweest. Lukt dat niet – en die kans is groot, gezien de absurde eisen – dan krijgt de importauto geen gelijksoortige referentie. Het gevolg: de Belastingdienst kan de BPM-heffing bepalen op basis van ongunstige (bijvoorbeeld WLTP) uitstootcijfers, waardoor de belasting flink hoger uitvalt vergeleken met een vergelijkbare auto die eerder nationaal is geregistreerd tegen oudere (NEDC) waarden. Daarnaast wordt de bewijslast praktisch onuitvoerbaar voor de individuele importeur. Wie kan achterhalen of een specifiek autotype met dezelfde testnorm op een bepaalde dag in 2018 in Nederland is verkocht én later als occasion is aangeboden? Die informatie is voor een gewone burger vrijwel onvindbaar. Deze juridisch-technische spagaat werkt ontmoedigend: veel consumenten zullen afzien van het importavontuur als de spelregels zó tegen hen stapelen. En dat is precies waar experts voor waarschuwen: een ontmoediging van import en daarmee verminderde keuze en prijsdruk op de Nederlandse automarkt. Wanneer import stagneert, kunnen binnenlandse aanbieders hogere prijzen hanteren zonder dat consumenten makkelijk kunnen uitwijken naar een buitenlands alternatief. Het vrije verkeer – bedoeld om dat te voorkomen – verliest zo zijn beschermende werking voor de consument. Kortom, de tussenuitspraak van Hof Amsterdam komt hard aan. In juridisch opzicht ondermijnt het Hof het consumentenrecht van artikel 110 VWEU, door een detailcriterium (CO₂-identiteit) centraal te stellen dat voor consumenten volstrekt irrelevant is en door een vrijwel onmogelijke bewijslast op te leggen. Dit “super-rijkskeur-criterium” staat haaks op de Europese rechtspraak die juist naar de gelijke gebruikswaarde voor de consument kijkt. Ook de Hoge Raad heeft in het verleden (bijvoorbeeld op 12 juli 2019) geoordeeld dat de BPM zo moet worden toegepast dat ingevoerde gebruikte auto’s niet zwaarder worden belast dan vergelijkbare binnenlandse occasions. Met de huidige aanpak dreigt die lijn te worden verlaten. De bal ligt nu bij de Hoge Raad. Zal hij meegaan in de technische koers van het Hof Amsterdam, of juist de Europese consumententoets herstellen? Eén ding is zeker: de discussie is meer dan een academisch steekspel – hij raakt direct de portemonnee van consumenten en de principes van de interne markt. Wordt vervolgd. Bronnen: Gerechtshof Amsterdam, tussenuitspraak 15 mei 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:1252); Conclusie A-G en HR 26 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:653); HvJ-EU jurisprudentie (o.a. C-393/98 Gomes Valente, C-345/93 Nunes Tadeu, C-47/88 Commissie/Denemarken, C-76/14 Manea, C-402/09 Tatu); Hoge Raad 12 juli 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1084). ----------------------------------------------------------- ## ✅ RDW vernieuwt registratieproces: digitale modernisering met principiële winst URL: https://s-tax.nl/rdw-vernieuwt-registratieproces-digitale-modernisering-met-principiele-winst/ Gepubliceerd: 2025-05-12 ✅ RDW vernieuwt registratieproces: digitale modernisering met principiële winst 📆 Gepubliceerd: 12 mei 2025🖊 Door: Gerd Schippers, S-Tax De RDW heeft haar vernieuwde online portaal “EU/EVA-voertuig registreren” gelanceerd. Deze opvolger van de oude VIA-procedure markeert een belangrijke stap richting transparantie en versnelling bij de registratie van geïmporteerde voertuigen. Voor veel taxateurs, importeurs en particulieren betekent dit eindelijk een eerlijker en efficiënter proces. 🚘 Wat is er verbeterd? Geen verplichte fiscale voorkeuze meerWaar eerder expliciet werd gevraagd of BPM-aangifte zou plaatsvinden via de tabel, koerslijst of een taxatierapport, is deze keuzedwang verdwenen. Het nieuwe EVR-systeem is neutraal ingericht en laat de fiscale methode bij de aanvrager zelf, zoals het hoort. Snelle goedkeuring door de RDWAanvragen verlopen nu volledig digitaal en worden veelal binnen enkele uren goedgekeurd. Dat betekent een drastische verkorting van de wachttijden, zonder onnodige belemmeringen. Duidelijk digitaal procesHet portaal is overzichtelijk ingericht. De gebruiker ontvangt duidelijke toelichtingen bij elke stap – van schadeclassificatie tot ontbrekende documenten. Minder misverstanden, meer rechtszekerheid. ⚖️ Kritische noot: klacht en Woo-verzoek blijven actueel Ondanks deze positieve stap blijft de klacht die bij de Nationale ombudsman is ingediend over de oude VIA-werkwijze van kracht. Die klacht heeft betrekking op: fiscale sturing richting forfaitaire BPM-methoden; gebrekkige motivering bij afwijzing van taxatierapporten; mogelijke strijd met het Europees recht, waaronder artikel 110 VWEU (verbod op fiscale discriminatie). 🔎 Daarnaast loopt er een Woo-verzoek over de mogelijke inmenging van commerciële belangen in het registratieproces. Uit eerdere signalen blijkt dat bepaalde marktpartijen mogelijk invloed hebben gehad op RDW-procedures via niet-openbare overleggen en informele besluitvorming. Als dat klopt, kan dit een schending zijn van het Europese beginsel van vrij verkeer van goederen (artikelen 28 en 110 VWEU). ➡️ Het is van groot belang dat hierover formele duidelijkheid komt – zodat toekomstige digitalisering in lijn blijft met recht, marktneutraliteit en transparantie. ✍️ Conclusie De modernisering van het RDW-proces is toe te juichen. Het nieuwe EVR-portaal werkt sneller en respecteert de fiscale keuzevrijheid van de aanvrager. Tegelijkertijd mag dat geen reden zijn om de juridische analyse van het verleden te vergeten. Een sluitend oordeel over de oude praktijk blijft nodig, juist om herhaling te voorkomen. 📌 Wil je zelf ervaring delen over het nieuwe RDW-systeem? Of heb je te maken gehad met afwijzing van een taxatierapport? Laat het ons weten via de onderstaande reactie box: ----------------------------------------------------------- ## 📣 Klacht ingediend bij Autoriteit Persoonsgegevens: Belastingdienst gebruikt risicoprofilerend algoritme zonder verplichte DPIA URL: https://s-tax.nl/klacht-ingediend-bij-autoriteit-persoonsgegevens-belastingdienst-gebruikt-risicoprofilerend-algoritme-zonder-verplichte-dpia/ Gepubliceerd: 2025-05-06 Op 6 mei 2025 heeft stichting ROTA, een formele klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het gebruik van het zogeheten algoritme “wegenrisico BPM” door de Belastingdienst. Dit algoritme wordt door de Belastingdienst ingezet om BPM-aangiften automatisch te beoordelen op 'risico', op basis van gekoppelde gegevens uit de BPM-aangifte en de voertuigregistratie bij de RDW. De uitkomst bepaalt of een aangifte direct wordt verwerkt, of geselecteerd wordt voor nadere controle, correctie of naheffing. “Het gaat hier om grootschalige en geautomatiseerde profilering zonder menselijke tussenkomst, transparantie of voorafgaande risicoanalyse. Dat is niet alleen risicovol, het is ronduit in strijd met de AVG,” ▪ Waarom is dit problematisch? De AVG (artikel 35) verplicht overheden tot het uitvoeren van een Data Protection Impact Assessment (DPIA) wanneer zij persoonsgegevens verwerken via risicovolle systemen, zoals profilering of geautomatiseerde besluitvorming. Ondanks herhaalde Woo-verzoeken en formeel bezwaar van ROTA, heeft de Belastingdienst toegegeven dat geen DPIA is uitgevoerd. Daarmee is sprake van een structurele schending van het gegevensbeschermingsrecht. Daarnaast schendt het gebruik van dit algoritme volgens de klacht ook artikel 22 AVG, dat burgers het recht geeft niet te worden onderworpen aan besluiten die volledig geautomatiseerd tot stand komen, zonder effectieve menselijke toets. ▪ Wat wil ROTA bereiken? In de klacht wordt de Autoriteit Persoonsgegevens verzocht om: handhavend op te treden tegen de Belastingdienst wegens schending van artikel 35 AVG; het algoritme voorlopig te laten opschorten totdat een DPIA is uitgevoerd; richtsnoeren te ontwikkelen voor algoritmische risicoselectie door overheidsdiensten in het fiscale domein. ▪ Beroepsbelang en publieke impact ROTA stelt dat deze klacht niet alleen het belang van taxateurs raakt, maar iedere burger of ondernemer die een voertuig importeert. “Als een algoritme bepaalt of jij automatisch in de gevarenzone komt zonder uitleg of bezwaar, is er geen sprake meer van een eerlijk proces,” aldus ROTA. De praktijk laat bovendien zien dat met name importauto’s vaker worden geselecteerd, wat de indruk wekt van indirecte discriminatie - een risico dat eerder door het Europees Hof van Justitie is gesanctioneerd (HvJ EU, C-586/14 – Budișan). ▪ Documentatie en achtergrond De klacht is onderbouwd met: relevante jurisprudentie (waaronder RBZWB:2023:166); WP29-richtsnoeren over DPIA en geautomatiseerde besluitvorming; Woo-verzoeken en bezwaarprocedures richting de Belastingdienst; een analyse van het algoritme zoals gepubliceerd in het Algoritmeregister. ----------------------------------------------------------- ## ROTA dient officiële klacht in tegen RDW wegens bemoeienis met BPM-aangifte URL: https://s-tax.nl/rota-dient-officiele-klacht-in-tegen-rdw-wegens-bemoeienis-met-bpm-aangifte/ Gepubliceerd: 2025-05-04 Op 4 mei 2025 heeft ROTA (Register Onafhankelijke Taxateurs Auto’s) een formele klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman over de werkwijze van de RDW. De klacht betreft het VIA-systeem en het aangekondigde EVR-systeem, waarin de RDW aan importeurs vraagt hoe zij hun BPM wensen aan te geven. Volgens ROTA is dit in strijd met de wet: de BPM-aangiftemethode is een fiscale keuze en behoort toe aan de Belastingdienst – niet aan de RDW. Daarnaast wordt in de klacht beschreven hoe aanvragen waarbij een taxatierapport is gebruikt in veel gevallen later worden behandeld dan andere, waardoor rapporten hun geldigheid verliezen en importeurs worden geconfronteerd met BPM-naheffingen. De kern van de klacht: De RDW vraagt aan importeurs of zij BPM willen aangeven via tabel, koerslijst of taxatierapport – dit is een fiscale keuze die zij niet mag opvragen of verwerken; In de praktijk blijken aanvragen met een taxatierapport regelmatig vertraagd te worden vergeleken met andere methodes, ondanks dat een taxatierapport wettelijk maar 30 dagen geldig is; Meerdere BPM-aangevers zijn hierdoor geconfronteerd met naheffingen, omdat hun rapport – hoewel correct en binnen termijn opgemaakt – alsnog ongeldig werd verklaard; In de klacht is onderbouwd dat dit in meerdere gevallen heeft geleid tot een "e geldigheidstoets", die voor de betrokkenen financieel zeer nadelig uitpakte; De klacht verwijst naar jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:167) en EU-wetgeving (CELEX:12008E110, 31999L0037) waarin duidelijk is vastgesteld dat de RDW zich niet mag mengen in fiscale keuzes of beoordeling. ROTA stelt: “Een burger die binnen de wettelijke termijn een rapport laat opmaken en direct aanvraagt bij de RDW, kan alsnog geconfronteerd worden met een ongeldig verklaard rapport – puur vanwege interne afhandeling. Dat is niet rechtvaardig, en zeker niet behoorlijk bestuur.” Wat vraagt ROTA? ROTA vraagt de Nationale Ombudsman om: Vast te stellen dat de RDW zich onbevoegd met fiscaliteit bemoeit; De RDW te verzoeken om per direct te stoppen met het verwerken van BPM-keuze-informatie; Te oordelen dat BPM-afhandeling methode-onafhankelijk moet plaatsvinden; De Belastingdienst aan te bevelen om coulance toe te passen bij ongeldig verklaarde rapporten wanneer de oorzaak aantoonbaar bij overheidsverwerking ligt; Toezicht te houden op de inrichting van het aankomende EVR-systeem zodat deze fouten zich niet herhalen in digitale vorm. Meldpunt Voor vragen of toelichting: info@rota.tax Bent u als BPM-aangever ook geconfronteerd met een ongeldig verklaard taxatierapport? Meld uw situatie bij ROTA via info@rota.tax. ----------------------------------------------------------- ## BPM-wijzigingen: strijdig met EU-recht en schieten hun doel voorbij URL: https://s-tax.nl/bpm-wijzigingen-strijdig-met-eu-recht-en-schieten-hun-doel-voorbij/ Gepubliceerd: 2025-04-13 De overheid is van plan de regels rond de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) bij import van gebruikte auto’s flink aan te scherpen. Deze voorstellen moeten fraude tegengaan en de waardebepaling “eerlijker en minder fraudegevoelig” maken. Maar volgens critici slaan de maatregelen de plank mis. Ze pakken vooral symptomen aan en negeren de onderliggende problemen. Sterker nog, de plannen dreigen in strijd te zijn met Europees recht en ondermijnen een objectieve waardebepaling. Hier leest u waarom deze BPM-wijzigingen structureel onjuist zijn en waarom een fundamentele herziening van het BPM-stelsel nodig is. Probleem ligt bij Belastingdienst, niet bij de taxatiemethode De Belastingdienst klaagt al jaren over BPM-taxatierapporten (waarderapporten van een onafhankelijke taxateur) en beweert dat importeurs zo onterecht de te betalen BPM drukken. Inderdaad zijn er gevallen bekend van fraude – zoals het opvoeren van nep-schades of zelfs het monteren van kapotte onderdelen om de waarde te drukken. Dergelijke misstanden moeten worden aangepakt. Maar veel van de vermeende “knelpunten” komen niet door de taxatiemethode zelf, maar door de uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst. In de praktijk hanteert de Belastingdienst namelijk een subjectieve en inconsistente benadering van taxatierapporten. Identieke schades en waardeverminderingen worden door de ene inspecteur wel geaccepteerd en door de andere niet, afhankelijk van welk kantoor de aangifte behandelt. Bovendien oefent de fiscus druk uit op importeurs om af te zien van een taxatie – bijvoorbeeld via “nudging”-praktijken waarbij men belooft coulant te zijn of bepaalde kortingen geeft als er géén taxatierapport wordt ingediend. Dit soort oneerlijke toepassing en ontmoediging creëert een willekeurige situatie. Het structurele probleem zit dus in hoe de Belastingdienst omgaat met taxaties, niet in de taxaties zelf. Het antwoord ligt niet in nóg meer beperkingen op taxateurs, maar in een eenduidige, objectieve uitvoering door de fiscus. Nieuwe regels tarten het Europees gelijkheidsbeginsel Verschillende voorgestelde maatregelen zijn niet alleen oneerlijk, maar mogelijk in strijd met EU-recht. Artikel 110 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU) bepaalt dat een land bij belastingheffing geen binnenlands product mag bevoordelen ten opzichte van een vergelijkbaar product uit een andere lidstaat . Voor auto’s betekent dit dat ingevoerde tweedehands voertuigen niet zwaarder belast mogen worden dan vergelijkbare occasions op de Nederlandse markt. Precies om die reden dwong het Europese Hof (in het beroemde Gomes Valente-arrest) Nederland destijds om meer dan alleen een standaard afschrijvingstabel toe te staan voor de BPM. Een vaste tabel was onvoldoende; er moest rekening worden gehouden met de werkelijke waardevermindering per auto. De nieuwe plannen dreigen deze principes te schenden. Zo wil men nu een harde grens stellen: de BPM-waarde mag bij import maximaal 25% lager uitvallen dan volgens de standaardtabel. Dit zogenaamde 25%-plafond is arbitrair en zorgt ervoor dat een importauto altijd een minimale BPM-aanslag houdt, ook al is de werkelijke waarde veel lager. Een dergelijke kunstmatige beperking kan ertoe leiden dat op een gebruikte importauto feitelijk méér rest-BPM drukt dan op een vergelijkbare auto die al in Nederland geregistreerd is – een duidelijke schending van het gelijkheidsbeginsel. Bovendien eist men dat de taxatiewaarde niet lager mag zijn dan de inkoopprijs die voor de auto is betaald, tenzij men zelf bewijs aanlevert waarom wel. Dit klinkt misschien “eerlijk”, maar in de praktijk betekent het dat een importeur belasting moet betalen op basis van wat hij voor de auto heeft betaald, zelfs als de auto objectief minder waard is (bijvoorbeeld door verborgen gebreken). Daarmee belast de fiscus potentieel een niet-bestaande waarde, enkel om elk voordeel voor importeurs te beperken. Het risico is groot dat dit door de rechter als discriminatie van importgoederen wordt gezien. EU-recht is hier glashelder: een nationale belasting mag geen beschermende werking hebben voor de binnenlandse markt. De voorgestelde BPM-regels – die imports structureel hoger aanslaan dan hun werkelijke waarde rechtvaardigt – tarten dat principe en zullen juridisch op drijfzand blijken te staan. Koerslijsten bevoordeeld, objectieve waardering in gevaar Naast taxatierapporten kent de wet ook de handelskoerslijst als methode om de waarde van een auto te bepalen. Dit is een tabel of database met gemiddelde handelswaarden. In de nieuwe opzet wordt duidelijk de voorkeur gegeven aan deze koerslijsten boven taxaties. Zo mogen koerslijst-aanbieders straks onder voorwaarden zelfs de inkoopsom van de auto als waardebasis gebruiken. Dat klinkt handig voor voertuigen met uitzonderlijke schade of zonder vergelijkbare modellen (de redenatie is: de aankoopprijs weerspiegelt dan de marktwaarde). Maar tegelijk wordt die vrijheid meteen ingeperkt met de genoemde 25%-grens ten opzichte van de normtabel. Met andere woorden: de koerslijst mag wel afwijken, maar niet te veel. Deze opzet bevoordeelt de koerslijstmethode – die altijd binnen bandbreedtes blijft – en zet de taxatiemethode op achterstand door allerlei extra drempels. Gevolg: de objectieve waardering van een individuele auto komt in het gedrang. Een onafhankelijke taxateur die de auto in levenden lijve beoordeelt, kan doorgaans het best de specifieke staat en daarmee de echte waarde inschatten. Die expertise wordt nu feitelijk ondergeschikt gemaakt aan gemiddelde data en een starre kortingslimiet. Zelfs met de nieuw bedachte “flexibiliteit” om een inkoopprijs te gebruiken, blijft een koerslijst een generiek instrument. Het individueel taxeren – juist bedoeld om recht te doen aan bijzondere gevallen (ernstige schade, hoge kilometerstand, etc.) – wordt ontmoedigd of zelfs verdacht gemaakt. Dat blijkt ook uit overheidscommunicatie: het beleid is expliciet gericht op het terugdringen van taxaties ten gunste van koerslijsten. Maar minder taxeren en blind varen op lijsten betekent dat de werkelijke toestand van voertuigen onvoldoende meeweegt. Hiermee ondermijnt men de eerlijke, objectieve waardebepaling die essentieel is voor een rechtvaardige belastingheffing. Inkoopprijs als basis: onhoudbaar en fraudegevoelig Een centraal element in de plannen is het gebruik van de inkoopfactuur van de auto als waardebepaling voor de BPM, zogenaamd om “vergelijking makkelijker” te maken. Dit is echter een recept voor problemen. Ten eerste is de inkoopprijs lang niet altijd een betrouwbare graadmeter van de daadwerkelijke waarde. Stel dat iemand een auto cadeau krijgt of in een pakketdeal meerdere voertuigen koopt met korting – de factuur vermeldt dan een lage (of geen) prijs, die weinig zegt over de individuele wagenwaarde. Ten tweede is dit mechanisme gevoelig voor fraude. Het is een koud kunstje om op papier een lagere prijs af te spreken om de BPM te drukken. Uit ervaring blijkt dat manipulatie van buitenlandse facturen “eenvoudig en veelvuldig voorkomt” – bonafide importeurs weten dit, en malafide handelaren maken er misbruik van. De overheid denkt dit op te vangen met de 25%-afwijkingslimiet en het verbod op een taxatiewaarde onder de inkoopprijs. Maar daarmee straft men juist de eerlijkere route (een écht taxatierapport) en beloont men de papieren werkelijkheid. Wie kwaad wil, zal eerder zijn factuur aanpassen dan een heel schade-taxatierapport vervalsen. Bovendien is de handhaafbaarheid twijfelachtig. Gaat de Belastingdienst bij elke import controleren of de opgegeven inkoopprijs reëel is? Zo ja, dan is dat buitengewoon lastig bij buitenlandse transacties. Zo nee, dan kunnen fraudeurs nog steeds met creatieve facturen de dans ontspringen, terwijl oprechte importeurs met bijvoorbeeld een te hoge aankoopprijs de dupe worden omdat zij geen lagere taxatiewaarde mogen opgeven. Al met al is de inkoopsom een ondeugdelijk vertrekpunt voor de BPM-heffing. Een objectieve waarde moet voortkomen uit een gedegen beoordeling van de auto zelf (liefst door een onafhankelijke deskundige), en níet uit één enkel cijfertje op een factuur waarvan de herkomst en correctheid onzeker zijn. De 25%-grens: arbitrair, onzinnig en onrechtvaardig Het meest in het oog springend is de voorgestelde 25%-grens op BPM-voordeel. Concreet: geen enkele methode (koerslijst of taxatie) mag ertoe leiden dat de BPM meer dan 25% lager uitvalt dan volgens de forfaitaire afschrijvingstabel. Deze rigide grens is zowel economisch als juridisch een giller. Allereerst is 25% volstrekt arbitrair – waarom geen 20% of 30%? Er is geen enkele marktanalyse die aantoont dat een gebruikte auto nooit meer dan 25% onder een gemiddelde waarde kan zitten. In tegendeel, de praktijk laat zien dat marktwerking, voertuigschade en timing grote verschillen kunnen veroorzaken in de prijs van occasions. Denk aan een model dat in ongenade valt bij consumenten (marktprijs keldert), of een auto die net voor import ernstige schade heeft opgelopen. Zo’n voertuig kan makkelijk de helft minder waard zijn dan een “doorsnee” exemplaar, en dus veel meer dan 25% afwijken van de tabel. De nieuwe grens verbiedt feitelijk om die realiteit volledig te erkennen. Juridisch is het ook riskant. Stel, een importeur toont aan dat zijn auto door unieke omstandigheden 40% minder waard is dan normaal. De Belastingdienst zou dan toch BPM heffen over de extra 15% waarde die er niet is, enkel vanwege de 25%-regel. Dat riekt naar willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel: de importeur betaalt belasting over een fictief hogere waarde die een binnenlandse koper van een soortgelijke beschadigde auto nooit zou hoeven betalen. Bovendien zal een star percentage onvermijdelijk leiden tot meer geschillen en rechtszaken. Iedereen net boven de 25% zal stellen dat hun situatie uitzonderlijk is en die grens onredelijk. De administratieve rompslomp voor rechterlijke macht en Belastingdienst wordt groter, precies het tegenovergestelde van een “controleerbaar” systeem. Kortom, de 25%-plafond is geen doeltreffende anti-fraudemaatregel, maar een willekeurige limiet die zowel economisch onrealistisch als juridisch wankel is. Tijd voor een fundamentele herziening van het BPM-stelsel De scherpe kritiek op deze BPM-wijzigingen wijst op een dieper liggend punt: het hele BPM-stelsel rammelt. Al jarenlang ontstaat er een kat-en-muisspel tussen overheid en importeurs. Nieuwe regels, creatieve ontwijkingen, weer dichtregelen – het is een vicieuze cirkel. Het huidige pakket aan voorgestelde maatregelen voelt als symptoombestrijding: men tracht met steeds complexere eisen (transparantere koerslijsten, inkoopfactuur, procentuele grenzen, et cetera) een fundamenteel onevenwicht te corrigeren. Dat onevenwicht is dat BPM een hoge, eenmalige heffing is die zeer afhankelijk is van waardebepaling, iets wat inherent lastig eerlijk en waterdicht te maken is. In plaats van lapmiddelen die eerlijkheid veinzen maar nieuwe ongelijkheid scheppen, zou de regering het lef moeten hebben om het BPM-stelsel zelf tegen het licht te houden. Waarom klampen we ons vast aan een belasting die zo fraudegevoelig en betwistbaar is? Misschien is het tijd om te onderzoeken of een andere vorm van autobelasting – bijvoorbeeld meer aan de gebruikskant (brandstof, wegenbelasting) of een vlakker tarief – uiteindelijk eerlijker en efficiënter zou zijn. Feit is dat zolang BPM in de huidige vorm blijft bestaan, de strijd tussen échte waarde en fiscale fictie voortduurt. De nu voorgestelde wijzigingen lossen dat gevecht niet op; ze verplaatsen slechts de loopgraven. Conclusie: De voorgestelde BPM-wijzigingen zijn kennelijk onjuist in de ogen van critici. Ze gaan uit van wantrouwen jegens importeurs en taxateurs, terwijl de grootste problemen door de overheid zelf worden veroorzaakt. Daarbij dreigen ze het Europese gelijkheidsbeginsel te schenden en creëren ze nieuwe perverse prikkels voor fraude. Het is hoog tijd voor een herbezinning: geen draconische micromanagement-regels, maar een fundamentele heroverweging van hoe en waarom we BPM heffen. Alleen dan kan een eind komen aan de oneerlijke en onhoudbare situatie rond de BPM. De bal ligt bij de politiek om dit in te zien – vóórdat de rechter of Brussel hen terugfluit. ----------------------------------------------------------- ## Nieuwe BPM-maatregel onder vuur: belastingplichtige onterecht aansprakelijk bij lage taxatiewaarde URL: https://s-tax.nl/nieuwe-bpm-maatregel-onder-vuur-belastingplichtige-onterecht-aansprakelijk-bij-lage-taxatiewaarde/ Gepubliceerd: 2025-04-12 ARNHEM – De voorgestelde BPM-regelgeving die de belastingplichtige persoonlijk verantwoordelijk maakt voor een taxatiewaarde lager dan de inkoopprijs, leidt tot felle kritiek vanuit de fiscale praktijk. Volgens juristen en taxateurs druist de maatregel in tegen bestaande jurisprudentie en schaadt het fundamentele rechtsbeginselen. In het conceptvoorstel wordt bepaald dat de belastingplichtige een ondertekende verklaring moet afleggen wanneer de BPM-aangifte gebaseerd is op een taxatie die onder de inkoopprijs ligt. Hiermee wil de wetgever "misbruik voorkomen". Maar volgens experts wordt daarmee het vertrouwen in erkende taxateurs ondergraven en ontstaat een klimaat van wantrouwen. "Deze maatregel is juridisch onhoudbaar," zegt een onafhankelijk BPM-specialist. "Een belastingplichtige mag vertrouwen op een professioneel taxatierapport. De Hoge Raad heeft dat al bevestigd in het arrest ECLI:NL:HR:2024:147." Ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde eerder dat een autohandelaar mocht uitgaan van de juistheid van een rapport, zelfs als de getaxeerde waarde onder de aankoopprijs lag (ECLI:NL:GHARL:2021:1242). In dat geval werd een opgelegde vergrijpboete vernietigd, juist omdat geen sprake was van opzet of grove schuld. Critici vrezen dat deze maatregel tot een chilling effect leidt: belastingplichtigen zullen uit angst voor boetes afzien van het gebruik van legitieme taxaties, ook waar deze volledig gerechtvaardigd zijn. Dit zou indruisen tegen het recht op een eerlijke en objectieve waardebepaling. "Wat het ministerie hier voorstelt, is feitelijk een omkering van de bewijslast zonder juridische basis," stelt de BPM-specialist. "In plaats van bescherming van de goede belastingplichtige, wordt hij onder druk gezet om zijn aangifte extra te verantwoorden, bovenop een professioneel rapport. Dat is niet hoe rechtszekerheid werkt." De maatregel is onderdeel van de internetconsultatie over koerslijsten, inkoopprijzen en taxatiemethoden binnen de BPM. De consultatie loopt tot eind april. Brancheorganisaties en onafhankelijke experts roepen het ministerie op de maatregel te schrappen en te blijven vertrouwen op gecertificeerde taxateurs, zoals al wettelijk en jurisprudentieel verankerd is. Internetconsultatie.nl ----------------------------------------------------------- ## 🔧 Blijft jouw BPM-aangifte liggen? Inspecteur reageert niet? Dit zijn je rechten. URL: https://s-tax.nl/blijft-jouw-bpm-aangifte-liggen-inspecteur-reageert-niet-dit-zijn-je-rechten/ Gepubliceerd: 2025-04-09 🚨 Inspecteur talmt? BPM-aangifte blijft liggen? Dit zijn je rechten (en de spelregels) Arnhem, 9 april 2025 – In de dagelijkse praktijk van BPM-taxaties blijkt steeds vaker dat de Belastingdienst er opvallend lang over doet om aangiften BPM af te handelen. Maar hoe lang mag een inspecteur eigenlijk stilzitten? En wat kun je als belanghebbende doen als er geen beweging in de zaak komt? 🔍 Geen harde wettelijke termijn, maar de wet kent wél grenzen In de BPM-wetgeving staat géén expliciete termijn voor afhandeling door de inspecteur. Toch geldt op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een algemene norm: een bestuursorgaan moet “binnen een redelijke termijn” beslissen. Als er geen specifieke termijn is vastgesteld, wordt die “redelijke termijn” doorgaans gesteld op acht weken. Daarnaast geldt: de Belastingdienst streeft zelf naar een verwerking binnen twee weken. En sinds 2021 moet de inspecteur binnen zes werkdagen na aangifte aangeven of hij een fysieke controle wil uitvoeren. Gebeurt dat niet, dan mag het voertuig worden vrijgegeven voor tenaamstelling. ⏱ Wat als de afhandeling stokt? Wanneer de inspecteur onredelijk lang stilzit, kan dat juridische gevolgen hebben: Rentevergoeding: Duurt het besluit te lang, dan kan wettelijke rente verschuldigd zijn. Vertrouwensbeginsel: Na langdurige stilstand kan de indruk ontstaan dat de zaak definitief is afgehandeld. In enkele gevallen heeft dit geleid tot vernietiging van een later opgelegde naheffing. Verjaring: Na vijf jaar (AWR) mag geen naheffingsaanslag meer worden opgelegd. Redelijke termijn bezwaar/beroep: De totale looptijd van een procedure mag niet onredelijk lang zijn. Jurisprudentie stelt hieraan een grens van ongeveer twee jaar. Een voorbeeld: in een recente BPM-zaak (ECLI:NL:RBZWB:2024:8825) bleef de Belastingdienst na een fysieke controle ruim 2,5 jaar stil. De rechtbank oordeelde dat dit strijdig was met het vertrouwensbeginsel, en vernietigde de naheffingsaanslag. 🛠 Wat kun je als belanghebbende doen? Klacht indienenWordt je aangifte onnodig vertraagd? Dan kun je een formele klacht indienen bij de Belastingdienst.Dit kan online via:👉 belastingdienst.nl/klachtOf schriftelijk via:Belastingdienst KlachtenPostbus 1006400 AC Heerlen Ingebrekestelling sturenHiermee stel je de inspecteur formeel in gebreke wegens overschrijding van de beslistermijn. De Belastingdienst heeft hier een standaardformulier voor. DwangsomWordt er ook binnen twee weken na de ingebrekestelling geen besluit genomen, dan ontstaat automatisch recht op een dwangsom (volgens de Awb). Beroep wegens niet-tijdig beslissenJe kunt de rechtbank verzoeken om een beslissing af te dwingen of de zaak over te nemen. Bezwaar of beroepTegen een uiteindelijk besluit blijft uiteraard bezwaar of beroep mogelijk. ⚖ Juridische basis Awb art. 4:13 – redelijke termijn voor besluitvorming Awb art. 4:17 – dwangsomregeling bij uitblijvend besluit AWR art. 20 lid 3 – vijfjarige verjaringstermijn voor naheffing HR 2016:252 & RBZWB 2024:8825 – uitspraken die bevestigen dat langdurige traagheid gevolgen heeft 📌 Conclusie: wie te maken krijgt met stilstand bij de BPM-aangifte hoeft dat niet te accepteren. De wet biedt duidelijke middelen om in beweging te komen. De inspecteur mag niet onbeperkt de tijd nemen - en langdurige stilstand kan juridische consequenties hebben. ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst BPM-aanpak onder vuur: discriminatie van importeurs? URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-bpm-aanpak-onder-vuur-discriminatie-van-importeurs/ Gepubliceerd: 2025-04-07 Juridische experts en branchekenners waarschuwen dat de huidige manier waarop de Belastingdienst de BPM int bij geïmporteerde occasions neerkomt op verboden discriminatie van importeurs, misbruik van macht door de fiscus en begunstiging van de binnenlandse markt. Deze scherpe kritiek volgt op de in 2022 ingevoerde 'subjectgerichte' handhaving bij importauto’s. Subjectgerichte handhaving houdt in dat niet meer elke auto afzonderlijk wordt gecontroleerd, maar de importeur als geheel . Importbedrijven krijgen daarbij naheffingsaanslagen die meerdere voertuigen tegelijk beslaan, vaak op basis van een steekproef . Daarnaast ontmoedigt de fiscus het gebruik van taxatierapporten bij de BPM-aangifte. Wie toch zo’n onafhankelijk waarderapport indient om de verschuldigde BPM te verlagen, loopt kans op extra controles, weigering van kentekenafgifte en een opgelegde forfaitaire methode . Zo ontstaat feitelijk een ‘BPM-minimum’ - ongeacht de werkelijke waarde. Deze aanpak wringt met het gelijkheidsbeginsel en Europese wetgeving. Artikel 110 VWEU verbiedt dat ingevoerde occasions zwaarder worden belast dan vergelijkbare voertuigen uit de binnenlandse markt . Toch gebeurt precies dat. Europese rechtspraak, waaronder het arrest Commissie/Nederland (C-437/12), stelt duidelijk dat belasting op importvoertuigen nooit hoger mag zijn dan de rest-BPM van een soortgelijke Nederlandse auto . De eerste officiële klacht tegen Nederland is inmiddels ingediend bij de Europese Unie. De kern: stelselmatige machtsuitoefening die leidt tot fiscale discriminatie en handelsbelemmering binnen de interne markt. Daarmee is het niet langer alleen een principiële kwestie, maar een lopende juridische procedure. Importeurs voelen zich gestraft omdat ze legaal gebruikmaken van lagere BPM via taxatie, terwijl binnenlandse handelaren die belastingdruk niet kennen. De roep om een gelijk speelveld is gerechtvaardigd. En zoals het er nu voorstaat: het is niet de vraag of, maar wanneer een rechter deze praktijken zal afwijzen. Subjectgerichte handhaving Subjectgericht kamerstuk Juridische analyse Art110 Bijlage I ----------------------------------------------------------- ## Anti-Nudging handleiding voor Autobedrijven: Hoe u zich wapent tegen beïnvloeding door de Belastingdienst bij BPM-taxaties URL: https://s-tax.nl/anti-nudging-handleiding-voor-de-autohandel-hoe-u-zich-wapent-tegen-beinvloeding-door-de-belastingdienst-bij-bpm-taxaties/ Gepubliceerd: 2025-03-16 Autobedrijven die gebruikte importauto’s via taxatie laten waarderen voor de BPM, krijgen steeds vaker te maken met subtiele pressiemiddelen van de Belastingdienst. Deze zogeheten nudging-strategie houdt in dat de fiscus ondernemers probeert te sturen richting minder gunstige waarderingsmethoden, zonder taxatie expliciet te verbieden. Zo wordt gedreigd met hoge naheffingen en extra controles om bedrijven af te schrikken van de taxatiemethode en hen te laten kiezen voor standaard afschrijvingsmodellen. In dit document bespreken we hoe autobedrijven succesvol weerstand kunnen bieden tegen zulke nudging-praktijken bij BPM-taxaties. We belichten de juridische argumenten die in hun voordeel spreken, de psychologische tactieken om druk te weerstaan en praktische methoden om het recht op taxatie te beschermen. Nudging door de Belastingdienst bij BPM-taxaties Nudging in deze context betekent dat de Belastingdienst gedrag probeert te beïnvloeden zonder directe dwang. In plaats van taxatie te verbieden, worden ondernemers ontmoedigd via subtiele aanmoedigingen, intensieve controles of het in twijfel trekken van taxatierapporten. Enkele gehanteerde tactieken zijn: Waarschuwingen en risico-indicaties – Bij voortgezet gebruik van taxaties geeft men aan dat er risico’s bestaan op naheffingen en boetes. Selectieve handhaving – Bepaalde bedrijven worden eruit gepikt als voorbeeld en geconfronteerd met strenge controles of aanslagen. Herinterpretatie van taxaties – Inspecteurs zoeken spijkers op laag water om een ingediend taxatierapport te verwerpen of de waarde hoger vast te stellen. De Belastingdienst mag echter niet op deze manier te werk gaan, omdat dit in strijd is met de behoorlijkheidsnormen en de plicht tot eerlijke en transparante communicatie. Juridische argumenten en keuzevrijheid bij BPM-taxatie Belastingplichtigen hebben wettelijk het recht om zelf de waarderingsmethode te kiezen die de laagste BPM oplevert. De wet voorziet in meerdere toegestane methoden om de restwaarde van een importvoertuig te bepalen: Forfaitaire afschrijvingstabel Erkende koerslijst Individueel taxatierapport Vergelijking met soortgelijke voertuigen Volgens de wet en Europese regels is deze keuzevrijheid een fundamenteel recht. Artikel 110 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU) verbiedt namelijk een hogere belasting op een ingevoerde gebruikte auto dan op een vergelijkbare binnenlandse auto. Dit betekent dat de Belastingdienst altijd de berekeningswijze moet toelaten die tot de laagste resterende BPM leidt. Recente jurisprudentie bevestigt deze rechten: In maart 2023 oordeelde de Hoge Raad dat de inspecteur actief de meest gunstige grondslag moet toepassen als daarvoor bewijs is geleverd (ECLI:NL:HR:2023:440). In februari 2024 bepaalde de Hoge Raad dat een BPM-taxatiewaarde mag afwijken van een koerslijst, mits deze objectief onderbouwd is (ECLI:NL:HR:2024:147). Hieruit volgt dat de Belastingdienst geen discretionaire bevoegdheid heeft om een correct onderbouwd taxatierapport zomaar terzijde te schuiven. Waterdichte taxatierapporten: Hoe voorkomt u discussie? Een sterk BPM-taxatierapport voldoet aan de volgende eisen: Opgenomen vergelijking met Nederlandse referentievoertuigenGebruik Nederlands gekentekende auto’s met vergelijkbare specificaties en ouderdom. Controleer via RDW-gegevens of handelsdatabases hoeveel BPM effectief is afgedragen op vergelijkbare voertuigen. Voeg als bewijs screenshots of uitdraaien bij van de RDW of handelsplatforms. BPM-druk correct berekenenToon aan dat de resterende BPM op de geïmporteerde auto niet hoger is dan op een vergelijkbare Nederlandse auto. Gebruik een tabel waarin de BPM-druk per referentievoertuig wordt vergeleken. Juridische onderbouwing in het rapportVerwijs expliciet naar artikel 110 VWEU en relevante jurisprudentie. Benoem dat het afwijzen van deze onderbouwing strijdig zou zijn met Europese anti-discriminatieregels. Gebruik onafhankelijke koerslijstenZorg dat deze aansluit bij de handelspraktijk en dat correcties worden toegepast op basis van afschrijvingstrends. Uitdraai als bewijsstukEen uitdraai van een geaccepteerde koerslijst of een vergelijkbaar handelsplatform, waarop zowel de waarde op BPM-aangifte als de waarde volgens afschrijvingstabel wordt getoond, kan een sterk bewijsstuk zijn. Deze gegevens laten zien hoe de handelsinkoopwaarde bij import wordt teruggerekend uit het bruto BPM-bedrag en hoe dit zich verhoudt tot de forfaitaire afschrijvingstabel van de Belastingdienst. In een geaccepteerde koerslijst kan een dergelijk bewijsstuk eenvoudig worden gevonden door een voertuig op kenteken te zoeken. De relevante informatie verschijnt dan in het tabblad Basisoverzicht. Dit maakt het mogelijk om snel een objectieve vergelijking te maken en de juiste gegevens als bewijsstuk te gebruiken in bezwaarprocedures. Voorbeeld van een sterke juridische formulering in het rapport: "Uit vergelijking met Nederlandse referentievoertuigen met kenteken X en Y blijkt dat de resterende BPM-druk op deze voertuigen €Z bedraagt. Om fiscale discriminatie te voorkomen, dient de resterende BPM van het importvoertuig niet hoger te zijn dan dit bedrag, conform artikel 110 VWEU en uitspraak HR 24-03-2023 (ECLI:NL:HR:2023:440)." Door een dergelijke onderbouwing wordt het voor de Belastingdienst veel moeilijker om een taxatierapport te verwerpen of een hogere BPM te claimen. Praktische methoden om weerstand te bieden tegen nudging Naast juridisch en mentaal weerbaar te zijn, kunnen autobedrijven de volgende tactieken hanteren: Direct bezwaar en beroep instellen bij onterechte naheffingen. Samenwerken binnen de branche om kennis en ervaring te delen. Gesprekken met de Belastingdienst laten opnemen en schriftelijke bevestiging van uitspraken vragen. Een adviseur meenemen naar gesprekken en onderbouwen waarom een taxatie correct is uitgevoerd. Proactief bewijs verzamelen zoals schadehistorie en handelswaardes. Conclusie: Wees voorbereid en verdedig uw rechten De Belastingdienst past nudging toe om autobedrijven richting minder gunstige BPM-methodes te sturen. Door strategisch te handelen, taxaties juridisch te onderbouwen en gesprekken met de Belastingdienst goed vast te leggen, kunnen autobedrijven sterker staan in BPM-geschillen. Om volledige en objectieve verslaglegging te waarborgen, wordt aangeraden om alle gesprekken met de inspecteur – zowel fysiek als telefonisch – op te nemen met behulp van Fireflies.ai. Laat u niet onnodig afschrikken, maar verdedig uw rechten met feiten, wetgeving en rechtspraak. Zorg ervoor dat u zich bij gesprekken met de Belastingdienst laat bijstaan door een jurist of BPM-deskundige en stel als voorwaarde dat het gesprek wordt opgenomen, om een objectieve en controleerbare verslaglegging te waarborgen. ----------------------------------------------------------- ## BOVAG pleit voor afschaffing BPM, maar negeert fundamentele juridische realiteit URL: https://s-tax.nl/bovag-pleit-voor-afschaffing-bpm-maar-negeert-fundamentele-juridische-realiteit/ Gepubliceerd: 2025-03-14 De BOVAG pleit voor een geleidelijke afschaffing van de Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM), omdat deze volgens hen achterhaald, fraudegevoelig en slecht voor de autobranche zou zijn. Dit standpunt verdient echter een kritische analyse, vooral in het licht van EU-recht, de feitelijke uitvoeringsproblematiek en de werkelijke impact van de BPM op de Nederlandse markt. BOVAG’s argumenten: eenzijdig en juridisch discutabel De BOVAG stelt dat de BPM leidt tot een veroudering van het wagenpark, fraude in de importsector en hoge uitvoeringskosten voor de Belastingdienst. Bovendien zou de BPM-opbrengst dalen door de opkomst van elektrische auto’s. 1. “BPM leidt tot veroudering wagenpark” De BOVAG beweert dat de BPM consumenten ontmoedigt om nieuwe auto’s te kopen, waardoor Nederland een van de oudste wagenparken in Europa zou hebben. Dit argument is misleidend: Import speelt een cruciale rol in het verjongen van het wagenpark. Door de import van relatief jonge tweedehands auto’s kunnen consumenten tegen lagere kosten een moderner voertuig aanschaffen. Het Europese vrij verkeer van goederen garandeert dat consumenten hun auto’s kunnen kopen waar dit het voordeligst is, en dat betekent in de praktijk vaak een jong gebruikte importauto. De BPM als stimulerend middel werkt juist doordat deze is gekoppeld aan de CO₂-uitstoot. Hierdoor worden schonere auto’s bevoordeeld, terwijl vervuilende modellen duurder blijven. Dit is in lijn met Europees beleid 2. “BPM veroorzaakt fraude” De BOVAG stelt dat het BPM-stelsel misbruik in de hand werkt doordat importeurs via taxaties en koerslijsten de BPM-druk proberen te verlagen. Echter: De mogelijkheid om taxatierapporten en koerslijsten te gebruiken is een direct gevolg van EU-recht. Het Hof van Justitie van de EU heeft in meerdere arresten (o.a. HvJ C-437/12 (X)) vastgesteld dat belastingplichtigen het recht hebben om de laagst mogelijke BPM-berekening te kiezen Fraude en fiscale optimalisatie zijn twee verschillende zaken. Het optimaliseren van de BPM-afschrijving is een logisch gevolg van marktwerking en een rechtmatig instrument binnen de Europese regels. BPM is niet per definitie fraudegevoelig, maar de uitvoering ervan kan verbeterd worden door heldere richtlijnen en striktere controlemechanismen. 3. “BPM is een last voor de Belastingdienst en de rechtspraak” De Belastingdienst besteedt veel capaciteit aan de handhaving van de BPM, en BPM-zaken vormen een aanzienlijk deel van de belastingprocedures. Maar: De hoge belastingdruk maakt bezwaarprocedures logisch en noodzakelijk. Als de BPM niet correct wordt vastgesteld, is het de rechtmatige taak van belastingplichtigen om hiertegen bezwaar te maken. Het probleem ligt niet bij het BPM-stelsel, maar bij de complexiteit van de uitvoering. Een goed werkende belastingadministratie moet in staat zijn een eerlijke waardering te garanderen zonder disproportionele uitvoeringslast. Afschaffen van de BPM verlegt de belastingdruk, maar lost het probleem niet op. Het alternatief zou een verhoging van andere autobelastingen zijn, zoals de motorrijtuigenbelasting (MRB) of accijnzen BOVAG negeert fundamentele EU-rechtelijke beperkingen De roep om het afschaffen van de BPM negeert dat Nederland binnen het Europese rechtskader opereert. De BPM is een vorm van binnenlandse belastingheffing die, zolang deze niet discrimineert ten opzichte van ingevoerde auto’s, volledig verenigbaar is met artikel 110 VWEU. Artikel 110 VWEU en het belang van fiscale neutraliteit Het vrije verkeer van goederen binnen de EU betekent dat een ingevoerde auto nooit zwaarder belast mag worden dan een vergelijkbare auto op de Nederlandse markt. Nederland is in het verleden al op de vingers getikt door het Hof van Justitie van de EU voor BPM-regelingen die niet volledig neutraal waren. Bijvoorbeeld: HvJ EU – C-393/98 (Gomes Valente): BPM-afschrijvingstabellen die niet de werkelijke waardedaling weerspiegelden, werden als in strijd met artikel 110 VWEU beoordeeld HvJ EU – C-437/12 (X): Importauto’s mochten niet zwaarder belast worden dan de resterende BPM op vergelijkbare binnenlandse auto’s Hoge Raad 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV7393): De “12%-correctie” op de catalogusprijs werd ongeldig verklaard, omdat deze import onterecht benadeelde door de BPM af te schaffen of fundamenteel te wijzigen, zou de Nederlandse overheid nieuwe systemen moeten invoeren die niet in strijd komen met deze jurisprudentie. Conclusie: BPM kan verbeterd worden, maar afschaffing is onrealistisch De argumenten van de BOVAG zijn te simplistisch en gaan voorbij aan de juridische en fiscale realiteit. De BPM kan en moet verbeterd worden in haar uitvoering, maar de fundamentele structuur ervan is: ✅ Rechtmatig binnen het Europese kader, zolang deze niet discrimineert.✅ Een belangrijk instrument voor milieubeleid, gekoppeld aan CO₂-uitstoot.✅ Geen fundamentele belemmering voor de markt, zolang de waardebepaling eerlijk verloopt. Afschaffing van de BPM zou niet de problemen oplossen, maar deze slechts verplaatsen. In plaats daarvan zou Nederland moeten inzetten op:✔️ Verbetering van de uitvoerbaarheid van de BPM om bezwaarprocedures te verminderen.✔️ Duidelijke richtlijnen voor taxaties en koerslijsten om discussies over waardering te beperken.✔️ Een eerlijke en transparante BPM-berekening, die juridisch houdbaar is binnen de EU. De roep om de BPM af te schaffen is populistisch, maar niet onderbouwd met een realistische beleidsvisie. Nederland heeft een belastingstelsel nodig dat zowel uitvoerbaar als juridisch verdedigbaar is – en een goed uitgevoerde BPM blijft daarin een essentieel onderdeel. ----------------------------------------------------------- ## Discussie over Bijlage II-criterium in BPM-heffing – Hoge Raad mogelijk richting prejudiciële vragen URL: https://s-tax.nl/discussie-over-bijlage-ii-criterium-in-bpm-heffing-hoge-raad-mogelijk-richting-prejudiciele-vragen/ Gepubliceerd: 2025-03-10 Het Bijlage II-criterium in de BPM-heffing roept fundamentele vragen op over de verenigbaarheid met artikel 110 VWEU, dat fiscale discriminatie tussen binnenlandse en ingevoerde voertuigen verbiedt. In het arrest van 26 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:653) heeft de Hoge Raad dit criterium geformuleerd, maar het is onzeker of dit standhoudt bij toetsing door het Hof van Justitie van de EU​Het bijlage II-criterium. Het criterium stelt dat voertuigen als gelijksoortig worden beschouwd als ze op de in Bijlage II, deel B, van Richtlijn 2007/46/EG vermelde essentiële punten identiek zijn. Dit wijkt af van de bredere benadering die het Hof van Justitie hanteert, waarin voertuigen worden beoordeeld op type, kenmerken en slijtage, met als leidend uitgangspunt het perspectief van de consument. Dit consumentgerichte toetsingskader is eerder bevestigd in zaken als HvJ C-437/12 (X) en HvJ C-101/00 (Tulliasiamies en Siilin)​Het bijlage II-criterium. Binnen het Europese recht is doorslaggevend of een ingevoerd voertuig in de ogen van de consument concurreert met een binnenlands voertuig van vergelijkbare waarde en eigenschappen. Dit betekent dat niet uitsluitend technische specificaties bepalend zijn, maar ook factoren als prijs, afschrijving en marktperceptie een rol spelen bij de beoordeling of een auto gelijksoortig is​Het bijlage II-criterium. Daarnaast komt ook de bewijslast bij BPM-aangiftes onder vuur te liggen. Een specifiek probleem doet zich voor bij voertuigen met een afwijkend Europees Typegoedkeuringsnummer (ETG-volgnummer). De belastingplichtige moet aantonen dat dit geen invloed heeft op de CO₂-uitstoot, terwijl de benodigde gegevens uitsluitend beschikbaar zijn bij de fabrikant en niet openbaar toegankelijk of begrijpelijk zijn. Dit roept de vraag op of deze bewijslast in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel, dat eist dat nationale regels het effectueren van EU-rechten niet onnodig moeilijk of praktisch onmogelijk maken. Vergelijkbare zaken, zoals HvJ C-199/82 (San Giorgio) en HvJ C-39/19 (BAMSA), tonen aan dat een bewijslast die afhankelijk is van ontoegankelijke informatie juridisch problematisch kan zijn​Het bijlage II-criterium. De recente uitspraak van het Hof van Justitie van de EU in zaak C-694/22 (22 februari 2024) benadrukt dit principe opnieuw. Het Hof stelde vast dat Malta artikel 110 VWEU had geschonden door een hogere jaarlijkse belasting te heffen op ingevoerde voertuigen dan op vergelijkbare binnenlandse auto’s. Dit bevestigt dat nationale belastingregimes volledig neutraal moeten zijn en geen prikkels mogen creëren om binnenlandse voertuigen te verkiezen boven import​EUR-Lex – 62022CJ0694 -…. Juridische experts verschillen van mening over de houdbaarheid van het Bijlage II-criterium. Waar de ene interpretatie stelt dat het afwijkt van het gevestigde concurrentie- en referentiecriterium en mogelijk strijdig is met het EU-recht, is er ook de zienswijze dat de CO₂-uitstoot geen vast kenmerk van een voertuig is, waardoor een andere uitleg mogelijk is​Het bijlage II-criterium. De vraag is nu of de Hoge Raad aanleiding ziet om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Dit zou helderheid kunnen verschaffen over de Europese rechtsgeldigheid van het Bijlage II-criterium en of het strookt met het uitgangspunt dat de consument een voertuig als gelijkwaardig moet beschouwen. Daarnaast kan het Hof ook een oordeel vellen over de bewijslast rondom ETG-volgnummers en of deze in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel. Tot die tijd blijft het voor BPM-taxateurs en importeurs essentieel om scherp te letten op de argumenten die in lopende procedures worden gehanteerd. ----------------------------------------------------------- ## Koerslijstgebruik, de forfaitaire tabel en BPM-taxaties: feiten en misverstanden URL: https://s-tax.nl/koerslijstgebruik-de-forfaitaire-tabel-en-bpm-taxaties-feiten-en-misverstanden/ Gepubliceerd: 2025-03-10 De waardebepaling bij BPM-heffing is een onderwerp dat regelmatig discussie oproept. Er wordt vaak gesuggereerd dat koerslijsten en de forfaitaire tabel objectief en onbetwistbaar zijn, terwijl BPM-taxaties met argwaan worden bekeken. Maar hoe zit dat juridisch? En wordt de belastingplichtige wel altijd eerlijk behandeld? Tijd om de feiten op een rij te zetten. 1. BPM-heffing: keuzevrijheid of sturing? Bij de BPM-aangifte heeft een belastingplichtige drie methodes om de waarde van een voertuig te bepalen:✔️ Een koerslijst (mits gebaseerd op daadwerkelijke transacties).✔️ Een taxatierapport, indien een voertuig buiten de koerslijstwaardering valt of een afwijkend schadeverleden heeft.✔️ De forfaitaire tabel, die uitgaat van een standaard afschrijvingspercentage op basis van leeftijd. Juridisch gezien is er keuzevrijheid, maar in de praktijk wordt die soms beïnvloed. Er zijn gevallen waarin belastingplichtigen te horen krijgen dat een koerslijst of taxatie extra controle oplevert, terwijl de forfaitaire tabel vrijwel altijd direct wordt geaccepteerd. Soms wordt zelfs in zogeheten “nudge-gesprekken” aangestuurd op de tabel met argumenten als: “Als u de tabel gebruikt, heffen we niet na.” Dit roept vragen op: Wordt hier écht vrije keuze geboden, of wordt de belastingplichtige subtiel gestuurd? 2. Snellere goedkeuring van koerslijsten en de tabel: fiscale discriminatie? De Belastingdienst keurt forfaitaire tabelberekeningen vaak direct goed, terwijl BPM-taxaties steevast extra gecontroleerd worden. Dit heeft gevolgen:🔹 Als een methode sneller en eenvoudiger wordt geaccepteerd dan een andere, is er dan nog sprake van gelijke behandeling?🔹 Worden belastingplichtigen ontmoedigd om hun recht op een taxatie uit te oefenen, zelfs als dat de laagste BPM oplevert? De Hoge Raad (HR 2023:440) heeft duidelijk bepaald dat de fiscus géén vrije keuze heeft in de “kan-bepaling” van artikel 10b lid 1 Wet BPM. Dit betekent dat de Belastingdienst actief het meest gunstige BPM-bedrag moet toepassen, ongeacht de methode. Als een koerslijst of taxatie leidt tot een lager BPM-bedrag, mag die niet indirect worden ontmoedigd. 3. Taxaties zijn méér dan schadevaststelling en verplicht volgens artikel 110 VWEU Een hardnekkig misverstand is dat taxaties alleen gebruikt mogen worden bij schadevoertuigen. HR 2024:147 bevestigt dat taxaties óók gelden voor voertuigen:✔️ Die niet correct in een koerslijst zijn opgenomen.✔️ Met een afwijkend schadeverleden, zoals ex-rental of ex-leaseauto’s.✔️ Waarvan de koerslijstwaarde niet aansluit op de werkelijke marktwaarde. Daarnaast speelt artikel 110 VWEU een cruciale rol. Dit artikel bepaalt dat de BPM op een ingevoerd voertuig nooit hoger mag zijn dan de rest-BPM in een vergelijkbaar voertuig dat al in Nederland is geregistreerd. De Belastingdienst moet dus altijd aansluiting zoeken bij binnenlandse marktwaarden. Wanneer een taxatierapport onderbouwd aantoont dat de BPM-heffing hoger uitvalt dan de rest-BPM van een soortgelijk Nederlands voertuig, moet deze correctie worden toegepast. Dit voorkomt fiscale discriminatie en waarborgt eerlijke BPM-heffing. De Hoge Raad bevestigde dit in ECLI:NL:HR:2024:147, waarin werd bepaald dat een taxatierapport niet alleen de fysieke staat van een voertuig vastlegt, maar ook juridisch afdwingt dat de juiste waardering wordt toegepast. Een goed onderbouwd taxatierapport is dus geen vrijblijvende optie, maar een juridisch instrument om de juiste BPM-heffing af te dwingen en fiscale discriminatie te voorkomen. 4. Objectiviteit en marktwerking: hoe onafhankelijk is een koerslijst? Koerslijsten worden vaak als objectief gepresenteerd, maar uit Woo-besluiten blijkt dat koerslijstaanbieders direct overleggen met de Belastingdienst over hoe waarderingen worden verwerkt. Dit roept terechte vragen op:❓ Hoe objectief is een koerslijst als er directe beleidsafstemming plaatsvindt?❓ Waarom hebben onafhankelijke taxateurs geen vergelijkbare invloed?❓ In hoeverre worden koerslijstwaardes beïnvloed door het feit dat ze in de praktijk vaak sneller worden goedgekeurd? Daarnaast heeft de Hoge Raad in ECLI:NL:HR:2020:1666 bepaald dat een koerslijstwaarde alleen bruikbaar is als deze gebaseerd is op daadwerkelijke transacties. Indien dat niet het geval is, mag een belastingplichtige een taxatierapport gebruiken om de handelswaarde correct vast te stellen. Dit betekent dat koerslijstwaardes niet zonder meer als absolute waarheid kunnen worden beschouwd. Een eerlijke BPM-heffing vereist transparantie en een correcte onderbouwing van de gebruikte waarderingsmethode. 5. AI en BPM-handhaving: een ‘black box’? Uit een recent Woo-besluit blijkt dat de Belastingdienst steeds vaker AI en algoritmes inzet voor BPM-controles. Dit roept een belangrijke vraag op: hoe wordt bepaald welke aangiftes extra worden gecontroleerd? Als een algoritme automatisch BPM-taxaties als “risicovol” markeert en koerslijsten of tabelgebruik vaker direct goedkeurt, ontstaat een oneerlijke situatie. De EU-wetgeving over AI en dataverwerking eist dat systemen controleerbaar en uitlegbaar moeten zijn, vooral als ze financiële of juridische gevolgen hebben. Een geautomatiseerd systeem mag niet stiekem sturen op goedkeuring of afwijzing zonder dat belastingplichtigen weten hoe dat gebeurt. Conclusie: gelijkwaardige behandeling is geen optie, maar een plicht ✔️ Belastingplichtigen hebben keuzevrijheid, en die mag niet worden beïnvloed.✔️ Een voorkeur voor forfaitaire tabellen of koerslijsten mag geen fiscale discriminatie veroorzaken.✔️ Taxaties zijn méér dan schadebepaling en moeten gelijkwaardig worden behandeld.✔️ Artikel 110 VWEU verplicht aansluiting bij de BPM-restwaarde van soortgelijke voertuigen in Nederland.✔️ ECLI:NL:HR:2020:1666 bevestigt dat koerslijsten gebaseerd moeten zijn op reële transacties.✔️ Transparantie over AI-gebruik en koerslijstberekeningen is essentieel. 🚗 Een eerlijke BPM-heffing betekent dat álle methodes écht gelijkwaardig worden behandeld. BPM-taxaties deugen wél en beschermen belastingplichtigen tegen te hoge heffingen. Geen gesjoemel, maar rechtsbescherming in actie. 📢 Wat vinden jullie? Moeten BPM-taxaties en koerslijsten écht gelijkwaardig behandeld worden? En hoe transparant moet de fiscus zijn over koerslijstberekeningen en AI-controles? Laat het me weten in de reacties! ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst frusteert bpm-aangiftes met plotselinge regelwijziging URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-frusteert-bpm-aangiftes-met-plotselinge-regelwijziging/ Gepubliceerd: 2025-03-04 De Belastingdienst laat weer eens zien hoe onbetrouwbaar en bureaucratisch ze te werk gaat. Zonder enige waarschuwing hebben ze per direct een wijziging doorgevoerd in de bpm-aangifteprocedure, met als gevolg dat ondernemers en importeurs worden geconfronteerd met onnodige vertragingen en extra administratieve rompslomp. Nieuwe handhaving zonder overgangstermijn Tot nu toe was het bijvoegen van de inkoopfactuur altijd voldoende bij een bpm-aangifte met een taxatierapport. De vermelding van het aankoopbedrag in rubriek 8c werd nooit als verplicht beschouwd en was ook geen reden voor het weigeren van een aangifte. Maar plotseling, zonder enig overleg of waarschuwing, handhaaft de Belastingdienst hier nu wél op. Wat betekent dit? Alle bpm-aangiftes waarin dit veld niet is ingevuld, worden per direct afgewezen. Aangevers krijgen geen overgangstermijn en geen coulanceperiode – ze mogen het zelf uitzoeken. Het gevolg? Een enorme vertraging in de afgifte van kentekens, waardoor autobedrijven en importeurs in de problemen komen. Extra papierwerk, extra frustratie De Belastingdienst gaat nu per zaak een ‘informatieverzoek’ sturen, waardoor ondernemers zelf achter de ontbrekende gegevens aan moeten. Dit betekent méér administratie, méér vertraging en méér gedoe – terwijl de bpm-aangifte al complex genoeg is. Wij zijn op dit moment aan het onderzoeken of deze plotselinge eis juridisch wel houdbaar is. Dit kan namelijk in strijd zijn met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De overheid hoort voorspelbaar en betrouwbaar te handelen – en dit soort plotselinge wijzigingen zonder overgangstermijn zijn daar het tegenovergestelde van. Nieuwe vereisten: aankoopprijs én btw-nummer buitenlandse leverancier Nog zo’n ‘stille aanpassing’: de Belastingdienst eist voortaan ook dat zowel de aankoopprijs in het buitenland als het btw-nummer van de buitenlandse leverancier in rubriek 8c wordt ingevuld. Dit betekent dat u bij iedere bpm-aangifte niet alleen de inkoopfactuur moet meesturen, maar ook expliciet: ✅ De aankoopprijs in euro’s invullen ✅ Het btw-nummer van de buitenlandse leverancier vermelden Wat kunt u doen? Controleer altijd of rubriek 8c volledig is ingevuld vóórdat u een bpm-aangifte indient. Vermeld de aankoopprijs in euro’s en het btw-nummer van de buitenlandse leverancier, ook al werd hier eerder niet op gehandhaafd. Blijf alert, want als de Belastingdienst op deze manier blijft handelen, kunnen er meer willekeurige wijzigingen volgen. Wij blijven deze situatie nauwlettend volgen en houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen. Helaas laat deze gang van zaken opnieuw zien dat de Belastingdienst geen betrouwbare ketenpartner is en ondernemers opzadelt met onnodige bureaucratie. ----------------------------------------------------------- ## BPM-taxatie onder druk: Hoe autobedrijven zich kunnen wapenen tegen ‘nudging’ en de vertekening van BPM-waardes URL: https://s-tax.nl/bpm-taxatie-onder-druk-hoe-autobedrijven-zich-kunnen-wapenen-tegen-nudging-en-de-vertekening-van-bpm-waardes/ Gepubliceerd: 2025-03-02 Autobedrijven die importauto’s via taxatie invoeren, ervaren steeds meer druk van de Belastingdienst. Er wordt gedreigd met forse BPM-naheffingen en juridische complicaties, met als doel bedrijven af te schrikken van de taxatiemethode en hen te sturen naar minder gunstige afschrijvingsmodellen. Dit wordt versterkt door het gebrek aan duidelijke regulering van taxateurs en de structurele vertekening van BPM-taxatiewaarden. De Belastingdienst past hierbij een strategie toe die bekendstaat als ‘nudging’: een subtiele manier om gedrag te beïnvloeden zonder expliciete dwang. In plaats van taxatie expliciet te verbieden, probeert men autobedrijven te ontmoedigen via dreigende communicatie, extra controles en het in twijfel trekken van taxaties. In dit artikel leggen we uit waarom autobedrijven wél recht hebben op taxatie als waarderingsmethode, hoe de Belastingdienst strategisch omgaat met controles en hoe bedrijven zich kunnen wapenen tegen onterechte naheffingen en de problematische erkenning van taxateurs. 2. BPM-taxatie: Wettelijk toegestaan en beschermd door Europese regels Keuzevrijheid in taxatiemethoden De wet biedt verschillende methoden om de restwaarde van een voertuig bij import te berekenen: Afschrijvingstabel – Standaard afschrijving op basis van leeftijd. Koerslijst – Cataloguswaarde met standaard correcties. Individuele taxatie – Fysieke beoordeling door een erkend taxateur. Vergelijkbare voertuigen – Benchmark met gelijksoortige auto’s. Autobedrijven hebben wettelijk het recht om de methode te kiezen die voor hen het meest gunstig uitvalt. Dit is niet slechts een administratieve keuze, maar een fundamenteel recht dat is bevestigd door zowel de Hoge Raad als het Europees Hof van Justitie. Artikel 110 VWEU: Bescherming tegen fiscale discriminatie Artikel 110 VWEU bepaalt dat de belasting op een geïmporteerde gebruikte auto niet hoger mag zijn dan de resterende BPM die nog besloten ligt in de waarde van een vergelijkbare auto die al in Nederland geregistreerd is. Recente uitspraken van de Hoge Raad bevestigen dat: De inspecteur actief de meest gunstige heffingsgrondslag moet toepassen als daar bewijs voor is (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:440). Een BPM-taxatiewaarde mag afwijken van een koerslijst als deze objectief onderbouwd is (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147). De Belastingdienst mag autobedrijven dus niet dwingen een minder gunstige methode te hanteren en heeft geen discretionaire bevoegdheid om taxaties willekeurig af te wijzen. 3. Nudging door de Belastingdienst: Hoe bedrijven zich kunnen verweren De Belastingdienst past nudging toe door: Dreigementen met naheffingen en boetes als men vasthoudt aan taxatiemethodiek. Selectieve handhaving waarbij sommige bedrijven als voorbeeld worden aangepakt. Discutabele herinterpretatie van taxaties waarbij inspecteurs taxatierapporten in twijfel trekken. Wat kunt u doen? Beroep doen op de wet en rechtspraakVerwijs naar artikel 110 VWEU en recente arresten van de Hoge Raad. Wijs erop dat de Belastingdienst geen discretionaire bevoegdheid heeft om taxatie te weigeren als deze correct is onderbouwd. Taxatierapporten extra zorgvuldig laten opstellenWerk alleen met taxateurs die realistische herstelkosten hanteren. Controleer of de taxateur zich bewust is van de vertekening in BPM-waardering. Bezwaar en beroep instellen tegen onterechte naheffingenVeel BPM-navorderingen worden in bezwaar of bij de rechter alsnog volledig of gedeeltelijk vernietigd. Maak gebruik van gespecialiseerde juridische bijstand. Samenwerken binnen de brancheCollectieve actie door autobedrijven kan juridische en politieke druk opbouwen tegen onrechtmatige handhaving. Wees voorbereid op gesprekken met de BelastingdienstLaat u bij voorkeur bijstaan door een jurist of BPM-deskundige. Stel als voorwaarde dat het gesprek wordt opgenomen, bijvoorbeeld met Fireflies.AI, om een objectief en controleerbaar verslag te waarborgen. 4. Problematiek rond erkenning van taxateurs Gebrek aan regulering en toezicht Sinds de afschaffing van de gerechtelijke beëdiging in 2001 is de regulering van taxateurs volledig aan de markt overgelaten, wat heeft geleid tot een wildgroei van taxateurs zonder eenduidige kwaliteitsnormen. Er zijn enkele private registers zoals: RETM (Register Experts en Taxateurs Motorvoertuigen) ROTA (Register Onafhankelijke Taxateurs Auto’s) VRT (Verenigd Register van Taxateurs, gelieerd aan NIVRE) TMV (Taxateurs en Makelaars in Roerende Zaken) Deze registers hebben geen wettelijke status en verschillen sterk in hun toezicht- en toelatingseisen. De Belastingdienst heeft geen wettelijke bevoegdheid om taxaties af te wijzen puur op basis van de herkomst van de taxateur, zolang het rapport voldoet aan de eisen voor objectiviteit en onderbouwing. 5. Systematische vertekening van BPM-taxatiewaarden Bij BPM-taxatie ontstaat een waarde die afwijkt van de pure handelsinkoopwaarde, omdat: Uitgangspunt is de laagst vindbare handelswaarde in een koerslijst. Hierop worden herstelkosten in mindering gebracht. Dit leidt tot een netto BPM-waarde die lager ligt dan de bruto handelsinkoopwaarde en geenszins de werkelijk betaalde inkoopprijs reflecteert. 6. Conclusie: Laat u niet sturen, maar verdedig uw rechten De Belastingdienst past nudging toe om autobedrijven richting minder gunstige BPM-methodes te sturen. Door strategisch te handelen, kritisch te blijven op taxaties en gesprekken met de Belastingdienst goed vast te leggen, kunnen autobedrijven sterker staan in BPM-geschillen en hun fiscale positie optimaal benutten. Laat u niet onnodig afschrikken, maar verdedig uw rechten met feiten, wetgeving en rechtspraak. Zorg ervoor dat u zich bij gesprekken met de Belastingdienst laat bijstaan door een jurist of BPM-deskundige en stel als voorwaarde dat het gesprek wordt opgenomen, bijvoorbeeld met Fireflies.AI, om een objectieve en controleerbare verslaglegging te waarborgen. ----------------------------------------------------------- ## Nudging door Belastingdienst in BPM-taxatie onrechtmatig: Rechtbank en Hoge Raad bevestigen keuzevrijheid URL: https://s-tax.nl/nudging-door-belastingdienst-in-bpm-taxatie-onrechtmatig-rechtbank-en-hoge-raad-bevestigen-keuzevrijheid/ Gepubliceerd: 2025-03-02 Den Haag, 2 maart 2025 – Goed nieuws voor autobezitters en importeurs: de keuzevrijheid bij het bepalen van de BPM-belasting op geïmporteerde auto’s is opnieuw bevestigd door recente rechterlijke uitspraken. Zowel de Hoge Raad als de Europese wetgeving stellen duidelijk dat belastingplichtigen zelf mogen kiezen welke methode zij gebruiken om de restwaarde van een voertuig te berekenen. Hierdoor kunnen zij een voordeligere BPM-heffing krijgen. Wat betekent dit voor autokopers en importeurs? Wanneer iemand een auto importeert, moet hij BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) betalen. De hoogte van deze belasting hangt af van de waardebepaling van de auto. Dit kan op verschillende manieren: De standaard afschrijvingstabel van de Belastingdienst; Een koerslijst, zoals van Autotelex; Een onafhankelijk taxatierapport; Vergelijking met soortgelijke voertuigen in Nederland. Uit recente uitspraken blijkt dat de Belastingdienst belastingplichtigen niet mag dwingen een minder gunstige methode te gebruiken. De Hoge Raad bepaalde zelfs dat de belastinginspecteur altijd moet uitgaan van de laagste BPM-heffing als de belastingplichtige daarvoor kiest. Niet alleen voor schadeauto’s Er was jarenlang discussie over de vraag of taxatierapporten alleen gebruikt mogen worden bij schadeauto’s. Maar een uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk dat ook voertuigen zonder schade getaxeerd mogen worden als dat een eerlijkere BPM-berekening oplevert. Bijvoorbeeld bij ex-huurauto’s, auto’s met een hoge kilometerstand of voertuigen met speciale kenmerken die de waarde beïnvloeden. Belastingplichtigen onder druk gezet door de Belastingdienst Uit praktijkgevallen blijkt dat sommige belastingplichtigen te maken krijgen met indirecte druk vanuit de Belastingdienst om bepaalde taxatiemethodes niet meer te gebruiken. Zo zijn er meldingen van gesprekken waarin ondernemers werden ontmoedigd om taxatierapporten in te dienen. In sommige gevallen werd gesuggereerd dat doorgaan met taxatie kon leiden tot uitgebreide controles, naheffingen of zelfs verlies van afnemers. In een recent geval werd een ondernemer die taxaties gebruikte, geconfronteerd met waarschuwingen dat zijn klanten gewezen werden op mogelijke risico’s. Dit leidde ertoe dat sommige afnemers besloten geen auto’s meer in te kopen met een BPM-taxatie. Deze vorm van beïnvloeding, ook wel ‘nudge-gesprekken’ genoemd, heeft tot onzekerheid en financiële schade geleid bij betrokken bedrijven. Bovendien wordt in deze gesprekken ten onrechte beweerd dat taxatie alleen is toegestaan bij voertuigen met meer dan normale gebruiksschade. Dit is misleidend, omdat de Hoge Raad heeft bevestigd dat taxatie ook mag worden toegepast op basis van andere waarde verminderende factoren. Daarnaast wordt in dergelijke gesprekken stelselmatig vermeden om in te gaan op artikel 110 VWEU, dat expliciet stelt dat de BPM op een importauto niet hoger mag zijn dan de rest-BPM in een vergelijkbare Nederlandse auto. Het negeren van deze wetgeving is niet in lijn met de behoorlijkheidsnormen die de overheid moet naleven. Schending van de behoorlijkheidsnormen Volgens de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman moeten overheidsinstanties zich houden aan de kernwaarden openheid, respect, betrokkenheid en betrouwbaarheid. Dit houdt onder meer in dat de overheid burgers correct moet informeren, geen misleidende of sturende gesprekken mag voeren en altijd open en controleerbaar moet handelen. De nudge-gesprekken zoals die door de Belastingdienst worden gevoerd, gaan hier rechtstreeks tegenin. De Behoorlijkheidswijzer stelt dat overheidsinstanties verplicht zijn burgers te voorzien van volledige en juiste informatie, ook als dat niet in hun eigen voordeel is. Door artikel 110 VWEU buiten de gesprekken te laten en onterecht te suggereren dat taxatie alleen bij schade is toegestaan, schendt de Belastingdienst deze behoorlijkheidsnormen. Bovendien bepaalt de Behoorlijkheidswijzer dat de overheid eerlijk en transparant moet zijn en geen verborgen agenda mag hanteren bij gesprekken met burgers. Het doel van deze gesprekken lijkt echter vooral om belastingplichtigen te ontmoedigen hun rechtmatig voordeel te benutten. Dit is niet in lijn met de behoorlijkheidsnormen en ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat. De Belastingdienst mag geen druk uitoefenen Sommige importeurs meldden dat de Belastingdienst hen ontmoedigde om taxaties te gebruiken. De rechters oordeelden echter dat dit niet mag. Als een taxatierapport goed is opgesteld, moet de Belastingdienst dit accepteren en mag er geen boete worden opgelegd. Europese regels beschermen belastingplichtigen Volgens artikel 110 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU) mag Nederland geen hogere BPM heffen op een importauto dan op een vergelijkbaar voertuig dat al in Nederland geregistreerd is. Dit betekent dat belastingplichtigen niet extra belast mogen worden en dat zij het recht hebben om de meest voordelige berekeningsmethode te kiezen. Wat betekent dit concreet? Belastingplichtigen mogen zelf kiezen welke BPM-methode ze toepassen. De Belastingdienst mag geen druk uitoefenen om een minder gunstige methode te kiezen. Taxaties zijn niet alleen voor schadeauto’s, maar ook voor voertuigen met andere waardebepalende factoren. De Belastingdienst mag artikel 110 VWEU niet negeren in gesprekken met belastingplichtigen. De Belastingdienst moet zich houden aan de behoorlijkheidsnormen en mag belastingplichtigen niet misleiden. Als de BPM-heffing hoger is dan wat nog aan BPM in een vergelijkbare Nederlandse auto zit, moet deze worden verlaagd. Dit is een grote overwinning voor autobezitters en importeurs. Het betekent dat zij niet alleen geld kunnen besparen, maar ook dat de BPM-heffing eerlijker wordt toegepast. Iedereen die een auto importeert, doet er goed aan om zijn rechten te kennen en te zorgen voor een correcte BPM-berekening. ----------------------------------------------------------- ## Tax Nudging in de BPM: Een Bedreiging voor de Rechtsstaat? URL: https://s-tax.nl/tax-nudging-in-de-bpm-een-bedreiging-voor-de-rechtsstaat/ Gepubliceerd: 2025-02-02 De Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse belastingstelsel, met als doel belastingheffing op basis van voertuigwaarde en milieubelasting. De afgelopen jaren is er echter een ontwikkeling zichtbaar waarbij de Belastingdienst nudging-technieken toepast om belastingplichtigen te sturen naar bepaalde waarderingsmethoden, met name door het ontmoedigen van taxaties. Deze praktijk, bekend als 'tax nudging', roept serieuze vragen op over de rechtsstatelijke impact en de grenzen van overheidssturing. Wat is Tax nudging? Tax nudging is een vorm van gedragsbeïnvloeding waarbij belastingplichtigen op subtiele, niet-dwingende wijze worden gestuurd in hun keuze voor een fiscale methode. In de BPM betekent dit vaak dat de Belastingdienst administratieve, informele en zelfs psychologische prikkels gebruikt om belastingplichtigen te ontmoedigen bepaalde, volledig legale, taxatiemethoden te hanteren. Dit kan gebeuren via: Extra controles en audits op taxatierapporten. Dreiging met naheffingen zonder duidelijke juridische basis. Beïnvloeding van derden, zoals autodealers, om bepaalde taxatiemethoden te wantrouwen. Creëren van een angstcultuur waarbij ondernemers risico’s niet meer durven te nemen. Voorbeelden van Tax nudging in de BPM Recent zijn er meerdere gevallen gedocumenteerd waarin auto importerende bedrijven onder druk zijn gezet door de Belastingdienst om geen taxaties meer te gebruiken voor BPM-aangiften. Enkele signalen hiervan: Belastinginspecteurs die suggereren dat taxatierapporten automatisch worden afgewezen. Bedrijven die te horen krijgen dat doorgaan met taxeren kan leiden tot uitgebreide controles en boetes. Autodealers die indirect worden aangesproken om geen auto’s meer in te kopen met een BPM-taxatierapport. Détournement de Pouvoir en de vrije keuze in BPM-aangifte Volgens recente jurisprudentie begeeft een belastinginspecteur zich op juridisch glad ijs wanneer hij belastingplichtigen stuurt of dwingt naar een specifieke aangifte- of taxatiemethode. Dit kan zelfs leiden tot een schending van het verbod op détournement de pouvoir (Artikel 3:3 Awb). Artikel 3:3 Awb stelt dat een bestuursorgaan zijn bevoegdheden niet mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze zijn verleend. Belastingplichtigen hebben een wettelijke vrije keuze om BPM te berekenen op basis van:Een koerslijst Een afschrijvingstabel Een individuele taxatie Als een inspecteur druk uitoefent om een minder gunstige methode te kiezen, gebruikt hij zijn bevoegdheid onrechtmatig en kan dit bij bezwaar of beroep worden aangevochten. Hoge Raad bevestigt beperking van heffingsbevoegdheid De Hoge Raad heeft in het arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:440) bevestigd dat de inspecteur verplicht is om bij het opleggen van een naheffingsaanslag het meest gunstige BPM-tarief of de meest gunstige heffingsmaatstaf toe te passen indien die beschikbaar is. Dit betekent: De inspecteur heeft geen discretionaire keuze om een minder gunstige methode op te leggen. Indien belastingplichtigen bezwaar maken tegen een opgelegde naheffingsaanslag, moet worden beoordeeld of de inspecteur binnen de begrenzing van artikel 110 VWEU is gebleven. Een belastingplichtige die in beroep of hoger beroep gaat, kan proceskostenvergoeding krijgen als de inspecteur onterecht een hogere BPM-heffing oplegt. Waarom is dit een probleem voor de rechtsstaat? De toepassing van tax nudging binnen de BPM is juridisch en ethisch problematisch, omdat het ingaat tegen fundamentele rechtsstatelijke principes: Rechtszekerheid: Burgers en bedrijven moeten kunnen vertrouwen op duidelijke, voorspelbare regelgeving. Nudging creëert onduidelijkheid en maakt het moeilijk om te bepalen welke fiscale methode daadwerkelijk toegestaan is zonder sancties. Legaliteitsbeginsel: Alleen wat wettelijk verboden is, mag door de overheid worden tegengehouden. Nudging creëert een grijs gebied waarin legale handelingen impliciet worden tegengewerkt. Gelijke behandeling: De wet schrijft voor dat belastingplichtigen de voor hen meest gunstige waarderingsmethode mogen kiezen. Als de Belastingdienst taxaties ontmoedigt ten gunste van andere methoden, ontstaat er een scheve rechtspositie tussen verschillende belastingplichtigen. Verbod op détournement de pouvoir: De inspecteur mag zijn bevoegdheid niet gebruiken om een hogere belastingdruk af te dwingen. Als dit gebeurt, is het besluit juridisch aantastbaar. Transparantie en democratische controle: Nudging gebeurt vaak zonder expliciete regelgeving of parlementaire goedkeuring, wat de democratische controle ondermijnt. Hoge Raad jurisprudentie: De Hoge Raad heeft bevestigd dat de inspecteur verplicht is om de meest gunstige heffingsmaatstaf toe te passen. Als dit niet gebeurt, is bezwaar of beroep een valide optie. Gevolgen voor de autobranche en belastingplichtigen Economische schade: Bedrijven die afhankelijk zijn van BPM-taxaties verliezen klanten en inkomsten. Minder concurrentie: Als de Belastingdienst enkel bepaalde waarderingsmethoden accepteert, ontstaat er een minder competitieve markt. Toenemende juridische conflicten: Meer bedrijven zullen bezwaar en beroep moeten aantekenen tegen onterechte naheffingen en afwijzingen van taxaties. Conclusie Tax nudging in de BPM is een subtiele maar gevaarlijke manier waarop de Belastingdienst belastingplichtigen beïnvloedt. Hoewel gedragsbeïnvloeding in sommige contexten legitiem kan zijn, mag dit niet leiden tot een situatie waarin wettelijke rechten feitelijk worden uitgehold. De politiek en de rechtspraak moeten zich dringend buigen over deze kwestie om te garanderen dat belastingheffing eerlijk, transparant en binnen de grenzen van de wet blijft. Oproep aan ondernemers en belastingplichtigen Heeft u ervaring met tax nudging binnen de BPM? Wordt u onder druk gezet om bepaalde methoden niet meer te gebruiken? Deel uw verhaal en laat uw stem horen! ----------------------------------------------------------- ## Digitalisering BPM-aangifte: Implementatie in 2026 onder streng Europees toezicht URL: https://s-tax.nl/digitalisering-bpm-aangifte-implementatie-in-2026-onder-streng-europees-toezicht/ Gepubliceerd: 2025-01-11 Europese regelgeving als leidraad. De digitale BPM-aangifte moet voldoen aan diverse Europese regels: Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG): Vereist transparantie, rechtmatigheid en proportionaliteit bij gegevensverwerking. ePrivacy Richtlijn: Van toepassing bij gebruik van elektronische communicatie. EU-Handvest van de Grondrechten: Waarborgt privacy, gegevensbescherming en non-discriminatie. AI Act: Classificeert belastingheffende algoritmes als "high-risk" systemen. Europese richtlijnen inzake consumentenrechten en oneerlijke handelspraktijken: Garanderen eerlijke en transparante praktijken. Voorrang van EU-recht Een cruciaal aspect bij de implementatie is de voorrang van EU-recht, zoals vastgesteld in de zaak Costa/E.N.E.L. (ECLI:EU:C:1964:66). Dit arrest bevestigde dat EU-recht voorrang heeft boven nationaal recht van de lidstaten. Bij de digitalisering van de BPM-aangifte moet Nederland dus zorgen dat het systeem volledig in lijn is met EU-regelgeving Toetsing door taxatiebranche De taxatiebranche zal de ontwikkelingen nauwlettend volgen en toetsen aan artikel 110 VWEU, dat discriminerende belastingen op producten uit andere EU-lidstaten verbiedt. Daarnaast zullen ze controleren of het systeem voldoet aan: Principes van Good Governance: transparantie, proportionaliteit en verantwoordingsplicht. Mededingingsrecht: vermijding van marktverstoring. Regels inzake statistische methodologie: voor transparantie en methodologische validatie. Data Protection Impact Assessment (DPIA) Een verplichte DPIA zal worden uitgevoerd om privacyrisico's in kaart te brengen en te mitigeren, in lijn met de AVG-vereisten. Uitdagingen en voordelen De digitalisering belooft administratieve lastenverlichting, snellere processen en betere fraudebestrijding. Uitdagingen liggen in het waarborgen van flexibiliteit, transparantie en gelijke behandeling van voertuigen. Door deze strenge Europese kaders na te leven, streeft de overheid naar een rechtvaardig en efficiënt systeem dat de rechten van burgers beschermt en voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving. "Klik hier om het Onderzoek Digitalisering BPM-aangifte (Rijksoverheid, juli 2024) te bekijken." ----------------------------------------------------------- ## AI-wet EU botst met geheimhouding BPM-algoritme URL: https://s-tax.nl/ai-wet-eu-botst-met-geheimhouding-bpm-algoritme/ Gepubliceerd: 2025-01-08 Het recente besluit om informatie over het BPM-naheffingsalgoritme niet openbaar te maken, staat op gespannen voet met de aankomende Europese AI-wet. Deze wet, die op 1 augustus 2024 in werking treedt, eist meer transparantie rond AI-systemen. De Belastingdienst beroept zich bij het afwijzen van het Woo-verzoek op uitzonderingsgronden, waaronder het belang van opsporing en controle. Dit contrasteert met de doelstellingen van de AI Act, die juist streeft naar openheid, vooral bij 'hoog risico' AI-systemen. Experts verwachten dat de nieuwe EU-wetgeving kan leiden tot een heroverweging van de geheimhouding van overheidsalgoritmes. "Er ontstaat een spanningsveld tussen privacybescherming en de noodzaak tot transparantie," aldus een woordvoerder van digitale rechtenorganisatie Bits of Freedom. De komende jaren zal moeten blijken hoe Nederland deze tegenstrijdige belangen gaat verenigen, en of dit zal resulteren in meer openheid over systemen zoals het BPM-algoritme. LINK NAAR HET WOO BESLUIT ----------------------------------------------------------- ## Belangrijke wijzigingen in BPM-regels vanaf 2025 URL: https://s-tax.nl/belangrijke-wijzigingen-in-bpm-regels-vanaf-2025/ Gepubliceerd: 2024-12-18 Belangrijke wijzigingen in BPM-regels vanaf 2025 Het Ministerie van Financiën heeft een nieuw kaderbesluit uitgebracht over de Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM). Dit besluit, dat ingaat op 1 januari 2025, brengt enkele belangrijke veranderingen met zich mee: Berekening BPM - De BPM wordt voortaan hoofdzakelijk berekend op basis van CO2-uitstoot. - Voor bepaalde voertuigen blijft de catalogusprijs relevant voor de BPM-berekening. Tweedehands voertuigen - Er zijn nieuwe richtlijnen voor het bepalen van de waarde van gebruikte voertuigen. - Taxateurs mogen nu rekening houden met factoren zoals schadeverleden of ex-verhuurstatus. Vrijstellingen en uitzonderingen - De ondernemersvrijstelling voor bestelauto's vervalt per 1 januari 2025. - Er zijn overgangsregelingen voor bestaande gevallen. - Speciale regelingen voor gehandicapten die een aangepaste bestelauto nodig hebben, blijven van kracht. Beroep op artikel 110 VWEU - In bepaalde gevallen kan een beroep worden gedaan op artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). - Dit is mogelijk als aangetoond kan worden dat er meer BPM wordt geheven dan het restbedrag aan BPM in vergelijkbare, in Nederland geregistreerde voertuigen. Overige wijzigingen - Het besluit is vereenvoudigd en verduidelijkt. - Enkele verouderde onderdelen zijn verwijderd. Dit nieuwe kaderbesluit maakt de BPM-regels duidelijker en past ze aan aan de huidige situatie. Het is vooral van belang voor professionals in de autobranche, zoals taxateurs en handelaren, maar ook voor particulieren die te maken krijgen met BPM-heffing. ----------------------------------------------------------- ## Belastingdienst zet nieuw Algoritme in voor BPM-Aangifte controle. URL: https://s-tax.nl/belastingdienst-zet-nieuw-algoritme-in-voor-bpm-aangifte-controle/ Gepubliceerd: 2024-12-14 Arnhem, 14 december 2024: De Belastingdienst heeft onlangs een nieuw algoritme geïntroduceerd, genaamd "BPM - Wegenrisico’s", om de controle op BPM-aangiften te verbeteren. Dit algoritme, dat op 4 december 2024 werd gepubliceerd, is specifiek ontworpen om de efficiëntie en effectiviteit van het BPM Parallelimport-proces te verhogen. Wat doet het algoritme? Het algoritme BPM - Wegenrisico’s voert een eerste controle uit op de BPM-aangiften van burgers en bedrijven die voertuigen uit het buitenland naar Nederland importeren. Het controleert de aangifte op mogelijke onjuistheden door de ingediende gegevens te vergelijken met de voertuiggegevens van de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW). Als er geen bijzonderheden worden gevonden, gaat de aangifte door naar de fase waarin het te betalen BPM-bedrag wordt gecontroleerd. Bij detectie van onjuistheden wordt de aangifte handmatig gecontroleerd door een medewerker van de Belastingdienst, wat kan leiden tot een naheffingsaanslag of een verzoek om de aangifte opnieuw in te dienen. Voordelen van het algoritme Door de inzet van dit algoritme hoeven medewerkers minder BPM-aangiften handmatig te controleren, wat het proces efficiënter en effectiever maakt. Dit bespaart tijd en middelen voor de Belastingdienst en vermindert de kans op fouten in de aangiftebehandeling. Gegevens en wettelijke basis Het algoritme maakt gebruik van de volgende gegevens: Gebruikte gegevens Bron Aangiftegegevens BPM Belastingdienst Voertuiggegevens Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) De wettelijke basis voor het verzamelen en gebruiken van deze gegevens is vastgelegd in: Algemene wet inzake rijksbelastingen Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) 1992 Uitvoeringsbesluit BPM 1992 Uitvoeringsregeling BPM 1992 Besluit bestuurlijke boeten Belastingdienst Type algoritme en controle Het algoritme is regelgebaseerd en maakt gebruik van beslisregels die zijn opgesteld in samenwerking met inhoudsdeskundigen. Het is niet zelflerend, wat betekent dat het zich niet ontwikkelt tijdens het gebruik. De Belastingdienst heeft het algoritme zelf ontwikkeld en onderhoudt het intern. Gelijkheid, non-discriminatie en privacy Het algoritme BPM - Wegenrisico’s maakt uitsluitend gebruik van voertuiggegevens en persoonsgegevens worden niet gebruikt, wat de privacy van burgers en bedrijven waarborgt. De kwaliteitswaarborging van het algoritme wordt uitgevoerd via verschillende controlemechanismen, waaronder controles door de Auditdienst Rijk (ADR). Contact en vragen Voor vragen over het algoritmeregister kunt u contact opnemen met de Belastingdienst via algoritmeregister@belastingdienst.nl. Journalisten kunnen voor verdere informatie contact opnemen met een van de persvoorlichters van de Belastingdienst. Dit nieuwe algoritme markeert een belangrijke stap in de digitalisering en optimalisatie van de BPM-aangifteprocessen, wat zowel de Belastingdienst als de belastingplichtigen ten goede komt. https://over-ons.belastingdienst.nl/onderwerpen/omgaan-met-gegevens/algoritmeregister/belasting-van-personenautos-en-motorrijwielen-wegenrisicos-bpm-wegenrisicos/ ----------------------------------------------------------- ## Belastingplan 2023: De 72%-regeling URL: https://s-tax.nl/belastingplan-2023-de-72-regeling/ Gepubliceerd: 2022-11-07 In het NIVRE rapport dat basis is voor het aanstaande Normenkader ziet je nog de 72% regel consequent toegepast worden in de uitgewerkte voorbeelden. Waar de 72%-regeling in onze overtuiging (gemotiveerd) de toets van kritiek niet overleeft, is deze inmiddels 'overruled' door de nieuwe 31% variant! De 72% regeling is tot in de wetgeving gemotiveerd als afkomstig van 'Het Verbond van Verzekeraars'. Het verbond wist echter nergens van. Nadere recherche onzerzijds leidde tot de bevinding dat het Verzekeringsbureau Voertuigcriminaliteit (Stichting VbV) in 2013-2014 een 'rapport' van één A-4tje heeft aangeleverd met de loutere bevinding dat iedere € 1000 schade zou leiden tot € 720 waardevermindering. Desgevraagd wist het huidige VbV niet eens meer wat ze destijds hadden gedaan, maar dat terzijde. Volgens het ministerie zou de norm jaarlijks worden geactualiseerd. Dat hebben ze echter nooit gedaan. In het kader van het Belastingplan 2023, met daarin de uitwerking ten aanzien van de wens om 'fraude bij import middels taxatierapporten' te elimineren, is de norm dit jaar wél herzien. Dit keer niet meer door VbV maar nu door het bureau VMS-Insight. VMS blijkt echter, zo heeft zij ons laten weten, gebruik gemaakt van dezelfde methodiek als VbV destijds. Om haar uitkomsten voor het rapport dat zij verzocht is op te leveren te kunnen objectiveren, bleek er slechts één gegevensbron beschikbaar die iéts stelt over waardevermindering als gevolg van schade. Deze gegevensbron wordt bijgehouden door...... jawel; het VbV! Het zogenaamde 'total-lossbureau' kent een database, die beheert wordt door deze stichting. Op zich al vreemd, waar de doelstelling van de stichting het voorkomen en bestrijden van verzekeringsfraude is, evenals ondersteuning in de belangen van verzekeraars bij het terugvinden en bezorgen van gestolen voertuigen. Afijn; VMS-Insight concludeert tot 31%! Jawel; € 10.000 schade, leidt volgens VMS 'in de branche' tot slechts € 3.100 waardevermindering! Bent u er nog bij? Tsja; dát is een uitkomst waar de Belastingdienst wel raad mee weet! Uiteraard zal zij stellen dat het rapport 'wordt gedragen door door de voertuigbranche'. Immers; ook hier hebben NIVRE, Bovag, Focwa, RDW, VbV, LIV uiteraard toezicht gehouden en de bevindingen van VMS daarmee 'bevestigd'. Het VMS-Insight rapport vindt u hier. Hoé kán dit nu? Want waar die 31% op zich wél te staven is, is die uiteraard niet bruikbaar. Dat weten wij, en dat voelt de Belastingdienst ook wel aan; ze zullen er echter wel mee gaan schermen. Hoe het kán maar niet werkt: De gebruikte database bevat uitsluitend voertuigen waar biedingen op zijn gekomen die gedaan zijn door opkopers van (economisch total-losse) schadevoertuigen. Komt bij dat deze voertuigen zélden of nooit een WOK (rijverbod) hebben, wánt dat is niet in het belang van de verzekeraars/het opkoopbedrag. Dús die voertuigen zijn héél fijn voor de export en bpm-teruggave (!). Een ándere dataset die iéts zegt over waardevermindering als gevolg van schade, is er gewoon niet! Kán je deze dan voor het beoogde doel (motiveren van nagenoeg geen waardeverlies door schade in relatie tot de bpm-aangifte) gebruiken? Vul het zélf maar in .... s-tax.nl/ neemt tot uitgangspunt dat schade, en zéker schade als gevolg van aanrijding, voor minimaal 100% waarde verminderend is. Er is immers geen particulier die zal zeggen; 'die auto van 20 met 10 schade is mij 17,9 waard'. Dat er een hándelaar is die dat wél vindt maakt dat niet anders. Bovendien is het nog maar de vraag óf die handelaar een importauto met schade en zónder bpm dat in dát geval ook nog zou vinden. Waar iedere vorm van fiscale discriminatie uitgesloten moét zijn is het voor ons duidelijk. Is het voor ú ook duidelijk dat hier tegen opgetreden moét worden? Sponsor s-tax.nl/ ----------------------------------------------------------- ## Belastingplan 2023: Het ‘Normenkader’ URL: https://s-tax.nl/belastingplan-2023-het-normenkader/ Gepubliceerd: 2022-11-07 Per 2023 lijkt het 'normenkader' voor gebruiksschade een bepalend kader te gaan worden voor de calculatie van de daarmee samenhangende waardevermindering. Het NIVRE (Nederlands Instituut van Register Experts) heeft een anoniem rapport (de naam van NIVRE komt nl. niet voor) aan het ministerie aangeboden waarin waardevermindering verder wordt ingekaderd. De herkomst bij NIVRE blijkt uit de Kamerbrief van 30 september 2022 aan Staatssecretaris Van Rij. s-tax.nl/ is kritisch ten aanzien van dit NIVRE-rapport dat énkel stelt, niet onderbouwt en geen verantwoording aflegt over de grondslagen van haar bevindingen. Daarmee is het rapport in onze beleving subjectief en lijkt het een 'wensuitkomst' te zijn. Een dergelijk rapport op subjectieve gronden, kan naar onze mening niet dienen als objectieve onderbouwing van een taxatiewaarde. Het rapport veronderstelt eveneens dat het kan dienen als hulpmiddel dat de importeur zelfstandig kan gebruiken om zónder tussenkomst van een taxateur waardevermindering te beoordelen. De goedgelovige importeur die daar gebruik van maakt raakt al snel verstrikt in de uitleg, zo verwachten wij. Enkele opvallende zaken in het NIVRE rapport: Waardevermindering mag nooit méér bedragen dan 50% van de 'dagwaarde'(pagina 7). Steenslag is acceptabel zolang deze onder een diameter van 0,5 cm blijft (pagina 12) Vervormingen zijn acceptabel zolang deze onder een diameter/lengte van 2,5 cm blijven (pagina 12) Krassen in de blanke/kleurlaklaag tot 3 cm. lengte (pagina 12) Bandenslijtage (volledig) acceptabel tot het canvas in beeld komt en zolang maar gelijkmatig (pagina 13) Hondengeur, rookgeur; gewoon acceptabel! en ga zo maar door .... Het ligt uiteraard voor de hand dat op basis van dit rapport eveneens naheffingsaanslagen zullen worden onderbouwd 'omdat de branche deze richtlijn heeft aangeleverd'. Uit veel blijkt dat dit rapport meer invulling geeft aan reeds bekende standpunten bij (bepaalde medewerkers van) de Belastingdienst die aversie hebben tegen de taxatie methodiek. s-tax.nl/ wil deze rapportage bij voorbaat als onheus en onbruikbaar bestrijden. ----------------------------------------------------------- ## Wijzgingen bpm per 2022 URL: https://s-tax.nl/wijzigingen-bpm-per-2022/ Gepubliceerd: 2022-02-26 Nieuwe CO2-grenzen en tarieven voor bpm personenauto’s Het tarief en de CO2-grenzen in de bpm voor personenauto’s zijn aangescherpt. En de tarieven voor PHEV-personenauto's zijn geïndexeerd. De nieuwe tarieven en CO2-grenzen vindt u bij Bpm-tarief personenauto. Wat S-Tax hiervan denkt? De hoogte van de tarieven zijn voor de lidstaat Nederland zonder EU bemoeienis 'vrij' in te vullen. Dit is wat het is Inschrijving wordt belastbaar feit bpm Het belastbaar feit voor de bpm verandert. Vanaf 1 januari 2022 is de inschrijving in het kentekenregister het belastbaar feit. Tot en met 31 december 2021 was dit de tenaamstelling na de inschrijving bij de RDW. Wat S-Tax hiervan denkt? S-Tax dénkt dat deze situatie fiscale discriminatie én een verboden handelsbelemmering op grond van Artikel 110 VWEU in zich herbergt. Immers; voor professionele importeurs (autobedrijven) houdt de verlegging van het belastbare feit een onmiddellijke heffing van de bpm-belasting in waar het voertuig nog niet in gebruik is genomen en de handelaar de auto nog dient te herstellen. Nu het bpm betaalmoment naar voren wordt gehaald kán de handelaar de geïmporteerde auto pas in nette staat aanbieden nadat hij aldus al waarde heeft toegevoegd. De handel met voertuigen uit andere lidstaten wordt daardoor benadeeld ten opzichte van de handel met reeds binnenlands geregistreerde voertuigen waarvoor dit nadeel niet opgaat. Om die reden kan het ons inziens niet anders zijn dan dat het belastbare feit het moment van tenaamstelling blijft (situatie tot 2022). Inschrijver wordt de belastingplichtige Degene die de inschrijving in het kentekenregister aanvraagt bij de RDW, is vanaf 1 januari 2022 de belastingplichtige. Het maakt voor de belasting dus niet meer uit wie de tenaamgestelde van het motorrijtuig is. Bestelauto’s zijn een uitzondering: hier blijft de 1e tenaamgestelde belastingplichtig. Lees meer bij Bpm berekenen en betalen.y Wat S-Tax hiervan denkt? Deze situatie vloeit automatisch voort uit de verlegging van het belastbare feit (het vorige punt van wijziging) En zou in dat kader volgens S-Tax standpunt eveneens dienen te worden herzien. Overgangsregeling nieuw belastbaar feit Hebt u in 2021 een motorrijtuig laten inschrijven in het kentekenregister van de RDW, maar is deze nog niet tenaamgesteld? Dan is wellicht de overgangsregeling van toepassing. Lees meer bij Overgangsregeling nieuw belastbaar feit bpm. Wat S-Tax hiervan denkt? Deze situatie vloeit automatisch voort uit de verlegging van het belastbare feit (het voor-vorige punt van wijziging) En zou in dat kader volgens S-Tax standpunt eveneens dienen te worden herzien. Nieuwe regeling bij een tariefswijziging bpm Als de bpm-tarieven veranderen, dan geldt voor een motorrijtuig dat op dat moment wordt ingeschreven het oude tarief. Is het motorrijtuig wel ingeschreven, maar nog niet tenaamgesteld? En gebeurt dat ook niet binnen 2 maanden? Dan geldt voor dat motorrijtuig het nieuwe bpm-tarief. Afhankelijk van de tariefwijziging kan dat leiden tot een naheffing of teruggaaf. Wat S-Tax hiervan denkt? Deze situatie vloeit automatisch voort uit wijziging van de belastingplichtige en zou in dat kader volgens S-Tax standpunt eveneens dienen te worden herzien. Moment van afschrijving gebruikt motorrijtuig Als u een gebruikt motorrijtuig inschrijft in het kentekenregister, wordt de bpm verminderd op basis van de afschrijving van dat motorrijtuig. Het precieze moment waarop de afschrijving wordt bepaald, is vanaf 1 januari 2022 de dag waarop de RDW het inschrijvingsonderzoek afsluit. U vindt deze datum op de website van de RDW. Klik na het invoeren van het kenteken op het tabblad ‘fiscaal’. Meer informatie hierover vindt u bij Bpm berekenen en betalen. Wat S-Tax hiervan denkt? Deze situatie vloeit automatisch voort uit de verlegging van het belastbare feit (eerder genoemd punt van wijziging) en zou in dat kader volgens S-Tax standpunt eveneens dienen te worden herzien. Wijziging vermindering bpm bij essentiële gebreken Heeft een gebruikt motorrijtuig 1 of meer essentiële gebreken? Dan mag u de vermindering van de bpm vanaf 1 januari 2022 niet meer baseren op een taxatierapport. U bepaalt de vermindering aan de hand van de forfaitaire tabel of een koerslijst. Wat S-Tax hiervan denkt? Waar de belastingdienst de RDW hier eveneens geforceerd lijkt te hebben om de Hoofdstukken 5 en 7 van de Regeling Voertuigen nog even éxtra aan te scherpen is dit voor S-Tax een zeer zwaarwegende beperking bij de invoer. Daarbij is deze wijziging eveneens nog eens zéér strijdig met Artikel 110 VWEU (verboden handelsbeperking) en non-tarifaire belemmering. Evenmin is het de RDW toegestaan om van een voertuig met een geldige registratie vanuit een andere lidstaat te onderwerpen aan een keuring of onderzoek naar de materiële staat om daar vervolgens een registratiebeperking uit te destilleren. Wijziging termijn van ‘ongewijzigde staat’ Gebruikt u een taxatierapport om de afschrijving te bepalen? Dan moet u het motorrijtuig 6 werkdagen na de betaling van de bpm in ongewijzigde staat ter beschikking houden voor controle. De inspecteur kan u in die tijd oproepen uw motorrijtuig te tonen voor een hertaxatie op 1 van de locaties van Domeinen Roerende Zaken. Wat S-Tax hiervan denkt? Uiteraard is dit, zoals reeds eveneens omschreven in het voorgaande punt, een overduidelijke strijdigheid met Artikel 110 VWEU (verboden handelsbeperking) en een nog duidelijker non-tarifaire belemmering. De staat van een voertuig doet nimmer ter zake bij de tenaamstelling/overschrijving op de binnenlandse markt. Wellicht is het dan ook juist om die reden dat het moment van inschrijving het belastbare feit is geworden. S-Tax acht dit alles heimelijk doorgevoerd onder verkeerde voorwendselen. Maar dán geldt dat bij (de overschrijving van de) inschrijving de beoordeling van de materiële staat, volgens S-Tax niet geoorloofd is. Wijziging moment van inschrijving in kentekenregister Hebt u van de inspecteur een oproep gekregen een motorrijtuig te tonen voor hertaxatie? Dat motorrijtuig wordt pas ingeschreven in het kentekenregister als u het motorrijtuig hebt getoond en het onderzoek is afgesloten. Wat S-Tax hiervan denkt? S-Tax heeft goede redenen, én inmiddels via getuigenverhoor afgenomen verklaringen bevestigde vermoedens, dat de hertaxatie zoals die door Domeinen Roerende Zaken (DRZ) wordt uitgevoerd, niet langs de weg van een onafhankelijke beoordeling tot stand komen. S-Tax acht dit een groots thema wat op korte termijn gevolg krijgt. De getuigenverhoren zullen binnenkort mogelijk hier gepubliceerd worden. Inschrijving in kentekenregister bij ‘kennelijk onjuiste’ bpm-aangiften Is de bpm die u wilt betalen ‘kennelijk onjuist’? Dan ontvangt u een naheffingsaanslag. Het motorrijtuig wordt dan pas ingeschreven in het kentekenregister nadat u de naheffingsaanslag hebt betaald. Wat S-Tax hiervan denkt? Deze werkwijze is misschien nog wel het meest strijdig met het vereiste vrije handelsverkeer. Op de binnenlandse handel in voertuigen is immers nooit enige fiscale belemmering van toepassing bij de overschrijving van voertuigen. S-Tax is de stellige mening toegedaan dat EU hier op korte termijn een correctie op zal afdwingen. De methodiek van naheffing geeft de inspecteur voldoende andere waarborgen om een vermeend te lage belastingaangifte te corrigeren zonder de inschrijving en tenaamstelling van een voertuig uit een andere lidstaat te belemmeren. Een régelrechte handelsbelemmering via het fiscale stelsel die 'enorm verboden' is. Teruggaaf bpm bij geen gebruik in Nederland Hebt u geen gebruikt gemaakt van de weg in Nederland met een motorrijtuig? En is dat motorrijtuig geëxporteerd of gesloopt? Dan krijgt u de bpm die u hebt betaald voor dat motorrijtuig onder voorwaarden volledig terug. Lees meer bij Teruggaaf van bpm. Wat S-Tax hiervan denkt? Vooralsnog vindt S-Tax hier (nog) niet zoveel van..... ----------------------------------------------------------- =========================================================== ## 7 rode vlaggen in een expertiserapport URL: https://s-tax.nl/kennisbank/rode-vlaggen-expertiserapport/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een expertiserapport oogt al snel gezaghebbend: tabellen, bedragen, vakjargon. Maar de kwaliteit zit in de onderbouwing. Dit zijn de zeven signalen waaraan u kunt herkennen dat een rapport een tweede blik verdient. 1. De expert heeft uw auto nooit gezien Steeds meer expertises gebeuren vanachter een bureau, op basis van foto's en een schadecalculatie. Dat kan bij eenvoudige schades volstaan, maar bij een total loss-verklaring of een fors schadebedrag is een beoordeling zonder fysieke inspectie een serieuze zwakte. Verborgen schade, de werkelijke staat van het voertuig en de kwaliteit van eerder herstel zijn op foto's niet vast te stellen. 2. Geen verifieerbare referentievoertuigen Een dagwaarde hoort te rusten op vergelijkbare voertuigen: zelfde model, uitvoering, bouwjaar, vergelijkbare kilometerstand en opties. Staan er geen referenties in het rapport, of alleen "marktonderzoek" zonder kentekens of advertenties die u kunt nakijken, dan is de waarde niet controleerbaar en dus aanvechtbaar. 3. Dagwaarde zonder bronvermelding Zelfde principe, breder: elk bedrag in het rapport hoort een herleidbare bron te hebben. Een dagwaarde die zonder koerslijst, referenties of berekening uit de lucht komt vallen, is een mening, geen vaststelling. 4. Restwaarde van een biedingssite zonder onderbouwing Bij total loss drukt een hoge restwaarde uw uitkering: u krijgt dagwaarde minus restwaarde. Die restwaarde komt vaak van een gesloten biedingsplatform. Zonder inzicht in de biedingen en zonder toets of het hoogste bod realistisch en gestand wordt gedaan, is dat bedrag niet controleerbaar. 5. Aftrek voor eerdere schade zonder bewijs Een aftrekpost voor "vooroverschade" of "niet-ongevalgerelateerde schade" vergt bewijs: foto's, een eerder schadeverleden, een inspectiebevinding. Een kale aftrekpost zonder onderbouwing hoort u niet te accepteren. 6. Waardevermindering is niet beoordeeld Bij jongere auto's die na schade worden hersteld, kan het voertuig ondanks vakkundig herstel minder waard zijn geworden. Een volledig rapport beoordeelt dat, of legt uit waarom het niet aan de orde is. Ontbreekt het onderwerp volledig, dan is mogelijk een schadepost gemist. 7. Het rapport mist basisgegevens Geen naam of registratienummer van de expert, geen handtekening, geen inspectiedatum of -locatie, geen fotodocumentatie: gebreken in de basis zeggen iets over de zorgvuldigheid van het geheel. Wat kunt u doen? Herkent u een of meer van deze signalen? Vraag de verzekeraar eerst schriftelijk om een toelichting en de onderliggende stukken; daar heeft u recht op. Blijft de onderbouwing uit, dan is een contra-expertise de logische volgende stap, op kosten van uw verzekeraar. Wilt u zeker weten of uw rapport deugt? Upload het via de Gratis Expertise Check. Wij lopen het na op precies deze punten en u hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - De expert kwam niet kijken: zo herkent u een bureau-expertise - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - Restwaarde en de biedingssite-praktijk: waarom dat bedrag uw uitkering drukt - Waardevermindering na herstel: de vergeten schadepost =========================================================== ## Akte van disakkoord en de derde expert: zo werkt arbitrage bij schade URL: https://s-tax.nl/kennisbank/akte-van-disakkoord-derde-expert/ Gepubliceerd: 2026-07-11 De meeste contra-expertises eindigen in overleg: de twee experts komen samen tot een bijgesteld bedrag. Maar soms blijven de standpunten uit elkaar liggen. Voor die situatie kent het traject een sluitstuk: de derde expert, ook wel arbiter genoemd. De akte van disakkoord Komen de experts er onderling niet uit, dan leggen zij dat vast in een akte van disakkoord. Daarin staan beide taxaties naast elkaar: de vaststelling van de expert van de verzekeraar en die van uw contra-expert. Daarmee is het geschil scherp afgebakend en komt de derde expert in beeld, meestal degene die al in de akte van benoeming was aangewezen. De arbiter beslist bindend, binnen een bandbreedte De derde expert onderzoekt het dossier en stelt de schade definitief vast. Twee dingen zijn daarbij wezenlijk. Ten eerste: zijn oordeel is bindend voor beide partijen. Ten tweede: hij beslist binnen de bandbreedte van de twee taxaties. De uitkomst wordt nooit lager dan de laagste taxatie en nooit hoger dan de hoogste. Waarom uw contra-taxatie het plafond bepaalt Uit die bandbreedte volgt een strategische les: de kwaliteit en de hoogte van uw contra-taxatie bepalen wat er maximaal uit de arbitrage kan komen. Een voorzichtige, matig onderbouwde contra-taxatie beperkt uw eigen ruimte. Een gedegen contra-taxatie met verifieerbare referentievoertuigen, bronvermelding en een sluitende berekening geeft de arbiter houvast om dicht bij uw vaststelling uit te komen. Precies daarom loont het om voor een professionele contra-expertise te kiezen en niet voor een snelle second opinion zonder onderbouwing. Wie betaalt de arbiter? In veel akten draagt de verzekeraar de kosten van de derde expert volledig; staat er een 50/50-verdeling in, laat die dan voor ondertekening aanpassen. Voor consumenten geldt bovendien dat de redelijke kosten van schadevaststelling wettelijk voor rekening van de verzekeraar komen (artikel 7:959 lid 1 in verbinding met artikel 7:963 lid 6 BW); het deel van de arbiterkosten dat daaronder valt, kan de polis niet op u afwentelen. Wij controleren de akte voor u voordat u tekent. Let op bij de benoeming van de derde expert De manier waarop de derde expert wordt voorgedragen en benoemd, is de laatste jaren onderwerp van discussie in de branche; sinds begin 2024 zijn voordrachtregels gewijzigd waardoor de eerste expert een grotere rol bij de voordracht kan claimen. Ons advies: accepteer geen eenzijdige voordracht en eis waar mogelijk een gezamenlijke benoeming van een werkelijk onafhankelijke derde expert. Uw contra-expert kan u hierin begeleiden. Staat u aan het begin van dit traject en wilt u eerst weten of uw zaak kansrijk is? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; nog dezelfde dag weet u waar u staat. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces - De akte van benoeming: wat u tekent en wat het betekent - Bindend advies: hoe bindend is het en wanneer is het aantastbaar? - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd =========================================================== ## Contra-expertise mag ook achteraf: tot 3 jaar na de schadeafwikkeling URL: https://s-tax.nl/kennisbank/contra-expertise-achteraf/ Gepubliceerd: 2026-07-11 "De zaak is al afgewikkeld, dus u kunt niets meer." Dat krijgen mensen te horen die maanden na een schade-uitkering ontdekken dat de vaststelling niet klopte. Het is te kort door de bocht: ook achteraf is er vaak nog ruimte. De vuistregel: drie jaar Als vuistregel geldt dat u tot drie jaar na de schadeafwikkeling kunt terugkomen op de schadevaststelling en alsnog een contra-expertise kunt laten uitvoeren. Deze termijn hangt samen met de wettelijke verjaringstermijn van drie jaar voor vorderingen op uw verzekeraar (artikel 7:942 BW). Ontdekt u bijvoorbeeld bij inruil dat uw auto destijds veel te laag is gewaardeerd, of blijkt bij later herstel dat er schadeposten zijn gemist, dan is de deur dus niet automatisch dicht. Een belangrijk voorbehoud: heeft u destijds een vaststellingsovereenkomst getekend of finale kwijting verleend, dan is de zaak daarmee in beginsel definitief afgesloten en is heropening alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk. Laat in dat geval eerst beoordelen wat u precies heeft getekend voordat u kosten maakt. Waarom eerder beter is Eerlijk is eerlijk: de positie wordt zwakker naarmate de tijd verstrijkt. Heeft u destijds uitdrukkelijk en schriftelijk ingestemd met de vaststelling, dan zal de verzekeraar zich daarop beroepen; wat u precies heeft getekend, bepaalt hoeveel ruimte er nog is. Is de auto inmiddels hersteld, verkocht of gesloopt, dan is de schade zelf niet meer te inspecteren en moet de contra-expertise het doen met het dossier, de foto's en de calculatie van destijds. Dat kan, maar het maakt de bewijspositie dunner. Nooit tekenen onder druk De belangrijkste les is er een voor het moment van de schade zelf: laat u niet opjagen. Een redelijke termijn om een schadevoorstel te beoordelen is uw recht. Formuleringen als "dit aanbod geldt alleen vandaag" of een afwikkelingsvoorstel dat u ter plekke zou moeten tekenen, zijn een reden om juist even te wachten en het voorstel te laten toetsen. Wie niet heeft getekend, heeft achteraf alle ruimte; wie onder druk tekende, heeft een lastiger uitgangspositie. Wat kunt u nu nog doen? Verzamel het dossier: het expertiserapport, het uitkeringsbericht, de polis, foto's en alle correspondentie. Ga na of u destijds ergens uitdrukkelijk mee akkoord bent gegaan en zo ja, met welke tekst. Laat het geheel vervolgens beoordelen; dan weet u of heropening reeel is en welk bedrag er speelt. Denkt u dat uw afgewikkelde schade te laag is vastgesteld? Upload uw dossier via de Gratis Expertise Check. Nog dezelfde dag weet u of heropening kansrijk is; u zit nergens aan vast. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De akte van benoeming: wat u tekent en wat het betekent - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces URL: https://s-tax.nl/kennisbank/contra-expertise-stap-voor-stap/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Wie voor het eerst met een schadegeschil te maken krijgt, verdwaalt al snel in termen als akte van benoeming, disakkoord en arbiter. Het proces zelf is echter goed te overzien. Dit artikel loopt alle stappen langs; bij elke stap verwijzen wij naar het kennisbankartikel dat er dieper op ingaat. Stap 1: schademelding en eerste expertise U meldt de schade bij uw verzekeraar. Die schakelt een eigen expert of expertisebureau in om de schade vast te stellen: het herstelbedrag, de dagwaarde en bij total loss de restwaarde. Het resultaat is een expertiserapport dat de basis vormt voor het uitkeringsvoorstel. Stap 2: u bent het niet eens met de uitkomst Vindt u de dagwaarde te laag, de total loss-verklaring onterecht of mist u schadeposten? Teken dan niet voor akkoord en laat u niet onder druk zetten om snel te beslissen. Controleer eerst of het rapport deugdelijk is onderbouwd; ons artikel over de 7 rode vlaggen helpt daarbij. Stap 3: kondig de contra-expertise schriftelijk aan Laat uw verzekeraar schriftelijk (e-mail volstaat) weten dat u gebruikmaakt van uw recht op contra-expertise en dat de redelijke kosten daarvan op grond van artikel 7:959 lid 1 BW voor rekening van de verzekeraar komen. Bewaar alle correspondentie. Stap 4: benoem uw eigen expert U kiest zelf uw contra-expert; de verzekeraar mag die keuze niet inperken. Vaak wordt de benoeming van beide experts vastgelegd in een akte van benoeming. Lees voordat u tekent ons artikel over wat die akte precies betekent. Stap 5: de experts overleggen Uw contra-expert analyseert het eerste rapport, doet eigen onderzoek en stelt de schade zelfstandig vast. Daarna overleggen de twee experts. In veel gevallen komen zij samen tot een bijgesteld schadebedrag; daarmee is de zaak opgelost. Stap 6: geen akkoord? De derde expert beslist Blijven de experts het oneens, dan wordt een akte van disakkoord opgemaakt en beslist een vooraf aangewezen derde expert (arbiter). Zijn oordeel is bindend en ligt altijd tussen de twee taxaties in. Hoe dat werkt en waarom een goed onderbouwde contra-taxatie daarbij strategisch belangrijk is, leest u in het artikel over de akte van disakkoord. Stap 7: uitkering Na overeenstemming of arbitrage volgt de definitieve schadevaststelling en keert de verzekeraar uit. Weigert de verzekeraar de kosten van uw expert te vergoeden, dan staan daarvoor aparte routes open, van interne klacht tot Kifid. Wilt u eerst weten of een contra-expertise in uw geval zinvol is? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; de uitslag ontvangt u nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De akte van benoeming: wat u tekent en wat het betekent - Akte van disakkoord en de derde expert: zo werkt arbitrage bij schade - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Contra-expertise zakelijk versus particulier: waar zit het verschil? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/contra-expertise-zakelijk-particulier/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Het recht op een door de verzekeraar betaalde contra-expert geldt niet voor iedereen even sterk. De wet maakt onderscheid tussen consumenten en zakelijke verzekerden, en dat verschil bepaalt hoe u uw dossier het beste aanpakt. Particulier: dwingend recht Bent u een natuurlijk persoon en heeft u de verzekering niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf afgesloten? Dan is artikel 7:959 lid 1 BW voor u dwingend recht (artikel 7:963 lid 6 BW). Polisvoorwaarden die de vergoeding van uw eigen expert uitsluiten of vooraf maximeren, hebben tegenover u geen werking. Wat er ook in de kleine lettertjes staat: de redelijke kosten van uw contra-expert komen ten laste van de verzekeraar. Zakelijk: de polis is leidend Voor bedrijven ligt het anders. Artikel 7:959 BW is dan regelend recht: verzekeraar en verzekerde mogen er in de polis van afwijken. Veel zakelijke polissen doen dat ook, bijvoorbeeld door de vergoeding van een eigen expert te maximeren tot de kosten van de expert van de verzekeraar. Zo'n beding is zakelijk in beginsel geldig. Controleer dus eerst uw polisvoorwaarden voordat u kosten maakt, en vraag ons om mee te kijken bij twijfel over de uitleg. Twee nuances houden de zakelijke positie sterker dan vaak wordt gedacht. Ten eerste: zwijgt de polis over expertisekosten, dan geldt gewoon de wettelijke regeling en zijn de redelijke kosten van uw expert verhaalbaar. Ten tweede: een beroep van de verzekeraar op een beperkend beding kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (artikel 6:248 lid 2 BW), bijvoorbeeld wanneer de verzekeraar zelf een omvangrijk deskundigenapparaat inzet en de verzekerde feitelijk elke mogelijkheid tot tegenspraak wordt ontnomen. Dat is maatwerk; laat zo'n situatie juridisch beoordelen. Wat betekent dit praktisch? Particulieren kunnen zonder financieel risico een contra-expert inschakelen bij een geschil over de schadeomvang. Ondernemers doen er goed aan eerst de polis te (laten) lezen: vaak is er meer ruimte dan de verzekeraar suggereert, maar de route verschilt per polis. In beide gevallen begint het met dezelfde vraag: klopt de schadevaststelling eigenlijk wel? Zakelijk of particulier: upload uw expertiserapport en uw polisvoorwaarden via de Gratis Expertise Check. Nog dezelfde dag weet u of uw zaak kansrijk is; u zit nergens aan vast. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## De akte van benoeming: wat u tekent en wat het betekent URL: https://s-tax.nl/kennisbank/akte-van-benoeming/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Bij een contra-expertise krijgt u vrijwel altijd een document voorgelegd: de akte van benoeming. Het is een kort formulier met grote gevolgen. Wie het tekent zonder te begrijpen wat erin staat, kan later voor verrassingen komen te staan. Wat er in de akte staat In de akte van benoeming worden de twee experts benoemd: die van de verzekeraar en die van u. De kern van de akte is meestal dat de vaststelling door deze experts geldt als uitsluitend bewijs van de grootte van de schade. Daarnaast wijzen de experts in veel gevallen op voorhand al een derde expert aan, die beslist wanneer zij het onderling niet eens worden. Waarom die woorden ertoe doen "Uitsluitend bewijs van de grootte van de schade" betekent dat u na afronding van het traject niet eenvoudig op de uitkomst kunt terugkomen met een nieuw rapport van een andere expert. De schadevaststelling wordt in beginsel definitief tussen u en de verzekeraar vastgelegd. Dat is niet per se nadelig: het bindt de verzekeraar net zo goed als u. Maar u moet het wel weten voordat u tekent. Let ook op de reikwijdte: de akte gaat over de omvang van de schade, niet over de vraag of de schade gedekt is. Een dekkingsdiscussie wordt er dus niet mee beslecht. De rol van uw expert verandert na de akte Belangrijk en weinig bekend: uit een uitvoerig gemotiveerde zaak bij de rechtbank Rotterdam (zaaknummer C/10/622705, eindvonnis 16 juli 2025) volgt dat een expert die bij akte is benoemd zich objectief moet opstellen, ook tegenover de belangen van de verzekeraar. De titel "contra-expert" maakt dat niet anders. Voor de akte is uw expert uw belangenbehartiger en adviseur; na de akte is hij een objectief deskundige die de schade naar beste vermogen vaststelt. Dat is geen zwakte van het systeem, maar de reden waarom de uitkomst gezag heeft. Dit oordeel komt uit een recente rechtbankuitspraak; hogere rechters hebben zich hierover nog niet uitgesproken en de precieze grens kan per geval verschillen. Praktisch betekent dit: laat uw expert VOOR het tekenen van de akte het dossier beoordelen en uw positie bepalen. In die fase mag hij volop met u meedenken. Tekenen of niet? Weiger niet lichtvaardig te tekenen: zonder akte komt het traject vaak niet van de grond en de akte beschermt u ook. Maar teken evenmin blind. Controleer wie de derde expert is en hoe die wordt benoemd, en of de akte zich beperkt tot de schadeomvang. Twijfelt u over een voorgelegde akte, laat hem dan eerst beoordelen. Wilt u weten waar u staat voordat u iets tekent? Upload uw expertiserapport en de voorgelegde akte via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; nog dezelfde dag hoort u hoe het ervoor staat. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces - Akte van disakkoord en de derde expert: zo werkt arbitrage bij schade - Bindend advies: hoe bindend is het en wanneer is het aantastbaar? - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd =========================================================== ## De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/dubbele-redelijkheidstoets/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Uw verzekeraar moet de redelijke kosten van uw contra-expert vergoeden. Het woord "redelijke" is daarbij geen loze toevoeging: in de praktijk wordt de vergoedingsplicht getoetst aan twee vragen. Juristen noemen dit de dubbele redelijkheidstoets. Vraag 1: was het redelijk om kosten te maken? De eerste vraag is of het in uw situatie redelijk was om een eigen expert in te schakelen. Bij een geschil over duizenden euro's dagwaardeverschil, een betwiste total loss-verklaring of gemiste schadeposten is het antwoord vrijwel altijd ja. U kunt het oordeel van de expert van de verzekeraar immers niet zelf op waarde schatten en het financiele belang rechtvaardigt een tegenonderzoek. Anders kan het liggen bij zeer kleine en eenvoudige schades. Wanneer het verschil van inzicht enkele tientjes bedraagt, kan de verzekeraar zich op het standpunt stellen dat een contra-expertise niet in verhouding staat tot het belang. Daarom beoordeelt S-TAX bij de Gratis Expertise Check ook of het belang van uw zaak een contra-expertise rechtvaardigt. Is dat niet zo, dan zeggen wij dat eerlijk. Vraag 2: zijn de kosten zelf redelijk? De tweede vraag gaat over de hoogte van de rekening. Het uurtarief moet marktconform zijn en het aantal uren moet verklaarbaar zijn uit de omvang en complexiteit van het dossier. Een professionele urenspecificatie hoort daarbij. Verzekeraars proberen soms een eigen maatstaf op te leggen, bijvoorbeeld dat de contra-expert maximaal hetzelfde mag kosten als hun eigen expert. Zo'n star plafond houdt geen stand. De kosten van uw expert kunnen redelijkerwijs hoger uitvallen, bijvoorbeeld omdat een contra-expertise per definitie extra werk omvat: het bestaande rapport moet worden geanalyseerd en weerlegd. Wel blijft de redelijkheid de maatstaf: onnodige werkzaamheden buiten de schadevaststelling vallen er niet onder. Wat u zelf kunt doen Kondig de contra-expertise schriftelijk aan bij uw verzekeraar en bewaar alle correspondentie. Kies een expert die met een transparant tarief en urenregistratie werkt. Weigert de verzekeraar achteraf te betalen, vraag dan om een schriftelijke motivering: een kale weigering is onvoldoende. Komt u er niet uit, dan staat de weg naar Kifid open. Wilt u vooraf weten of uw zaak de toets doorstaat? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## De expert kwam niet kijken: zo herkent u een bureau-expertise URL: https://s-tax.nl/kennisbank/bureau-expertise-herkennen/ Gepubliceerd: 2026-07-11 "Er is een expert naar gekeken." Dat kan tegenwoordig van alles betekenen: van een uitgebreide fysieke inspectie tot een kwartier beeldschermwerk op basis van drie foto's van het herstelbedrijf. Voor de waarde van het oordeel maakt dat verschil. Zo ziet u met welk type expertise u te maken heeft. De herkenningspunten Pak het rapport erbij en zoek naar deze punten: - Inspectiedatum en -locatie. Een fysieke expertise vermeldt waar en wanneer het voertuig is gezien. Ontbreken die gegevens, of staat er alleen een "beoordelingsdatum", dan is de kans groot dat niemand de auto heeft gezien. - Eigen foto's van de expert. Bij een fysieke inspectie maakt de expert zelf foto's, herkenbaar aan een consistente reeks rond het hele voertuig. Staan er alleen foto's van het herstelbedrijf of van u in het dossier, dan wijst dat op een beoordeling op afstand. - De formuleringen. Zinnen als "beoordeling op basis van aangeleverde stukken", "dossier-expertise", "beoordeeld aan de hand van fotomateriaal en calculatie" zeggen het letterlijk. - Kilometerstand en staat. Een fysieke expertise noteert de afgelezen kilometerstand, het interieur, de banden en gebruikssporen. Een bureau-expertise neemt die gegevens over uit systemen of laat ze weg. Wanneer is het een probleem? Bij een eenvoudige, zichtbare schade met beperkt belang is een beoordeling op afstand verdedigbaar. Het wordt anders bij een total loss-verklaring, een fors schadebedrag, mogelijke verborgen schade of een aftrek wegens eerdere schade of staat van het voertuig. Zulke oordelen vergen waarneming: je kunt de staat van een auto niet aftrekken op basis van foto's die dat punt niet eens tonen. Een oordeel zonder inspectie is op die onderdelen kwetsbaar, en die kwetsbaarheid is uw aanknopingspunt. Wat kunt u ermee? Stel schriftelijk de vraag: heeft de expert het voertuig fysiek geinspecteerd, en zo nee, waarop rust dan het oordeel over staat, verborgen schade of eerdere schade? Vraag zo nodig om een fysieke herbeoordeling voordat u akkoord gaat. En weet dat het mes aan twee kanten snijdt: was de eerste expertise een bureau-expertise, dan kan een deskundige tegenbeoordeling van uw dossier op afstand ook volstaan; lees daarover ons artikel over tele-expertise en uw rechten. Is uw schade beoordeeld zonder inspectie en vertrouwt u het oordeel niet? Upload het rapport via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Tele-expertise: uw rechten als de expert nooit is komen kijken - Verborgen schade en demontage: wat een foto-expertise niet ziet - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## De informatieplicht van de verzekeraar: u hoort over uw recht op contra-expertise URL: https://s-tax.nl/kennisbank/informatieplicht-verzekeraar-contra-expertise/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Veel mensen horen pas van het bestaan van contra-expertise wanneer de schade al is afgewikkeld, meestal via een kennis of een zoekopdracht. Dat is opmerkelijk, want de branche heeft zichzelf verplicht om u er actief op te wijzen. Wat de gedragscode zegt Het Verbond van Verzekeraars hanteert een gedragscode voor (schade-)expertiseorganisaties. Onderdeel daarvan is dat de verzekerde bij een expertise wordt geinformeerd over zijn rechten, waaronder het recht om een eigen expert in te schakelen wanneer hij het niet eens is met de schadevaststelling. Het idee is eenvoudig: het wettelijke recht op contra-expertise heeft weinig waarde als niemand weet dat het bestaat. In de praktijk gebeurt dit informeren lang niet altijd, of het blijft beperkt tot een zinnetje diep in een bijlage. Een expert die bij u aan de deur komt of uw dossier op afstand beoordeelt, hoort u op dit recht te wijzen op een manier die u ook werkelijk bereikt. Waarom dit voor u relevant is Bent u nooit op uw recht gewezen en bent u mede daardoor akkoord gegaan met een schadevaststelling waar u achteraf aan twijfelt? Dan is dat op twee manieren van belang. Ten eerste is het een zelfstandige klachtgrond: u kunt bij de verzekeraar en het expertisebureau klagen over de gang van zaken rond de expertise. Ten tweede kan het uw positie versterken wanneer u de afwikkeling wilt heropenen: wie niet is gewezen op zijn recht op tegenspraak, kan moeilijker worden tegengeworpen dat hij destijds zonder protest akkoord ging. Wat kunt u doen? Leg de gang van zaken vast: wanneer vond de expertise plaats, welke informatie kreeg u, en waar is (niet) op het recht op contra-expertise gewezen? Dien bij een gemiste informatieplicht een klacht in via de interne klachtprocedure van de verzekeraar. Levert dat niets op, dan kan de klacht als consument worden voorgelegd aan Kifid. En staat de inhoud van de schadevaststelling zelf ter discussie, dan blijft de koninklijke weg: een contra-expertise, op kosten van de verzekeraar. Twijfelt u aan uw schadevaststelling en bent u nooit op uw rechten gewezen? Upload uw dossier via de Gratis Expertise Check. Nog dezelfde dag weet u of uw zaak kansrijk is; u zit nergens aan vast. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - Tegenwerking bij contra-expertise herkennen en aanpakken - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Geen inkoopfactuur of onverifieerbare referenties: wat dat zegt over de bewijswaarde URL: https://s-tax.nl/kennisbank/geen-inkoopfactuur-onverifieerbare-referenties/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een expertiserapport is in de kern een bewijsstuk: het moet aannemelijk maken dat de schade een bepaalde omvang heeft. Aan dat bewijs mag u eisen stellen. Wie de bedragen in een rapport niet kan controleren, hoeft ze ook niet zomaar te accepteren. Elke post heeft een bron nodig Een deugdelijke schadevaststelling is herleidbaar. De dagwaarde rust op benoemde, vergelijkbare referentievoertuigen die u kunt nakijken. De restwaarde rust op een concreet, gestand gedaan bod met naam en geldigheidsdatum. Een aftrek voor eerdere schade rust op foto's of een gedocumenteerd schadeverleden. Herstelkosten rusten op een calculatie met benoemde onderdelen en uurtarieven. Ontbreekt die herleidbaarheid, dan verschuift het rapport van bewijsstuk naar mening. Formuleringen als "op basis van marktonderzoek", "conform onze ervaring" of "waarde in het economisch verkeer" zonder bijgevoegde onderbouwing zijn signalen dat er weinig achter zit. De inkoopfactuur-toets Een nuttige controle bij total loss: vraag naar de opbrengst van het wrak. Is de restwaarde in het rapport gebaseerd op een werkelijk gedaan en nagekomen bod, dan bestaat er een spoor: het bod, de bieder en uiteindelijk een factuur of afrekening. Kan of wil niemand dat spoor laten zien, dan is de vraag gerechtvaardigd of het gehanteerde bedrag de werkelijke opbrengst weerspiegelt. Hetzelfde geldt voor referentievoertuigen: een kenteken of advertentie die niet blijkt te bestaan of wezenlijk afwijkt van uw auto, ondergraaft de hele waardering. Wat dit betekent in een geschil Komt het tot een contra-expertise, een derde expert of een procedure, dan staan twee rapporten tegenover elkaar. De doorslag geeft zelden de dikste handtekening, maar vrijwel altijd de beste onderbouwing: controleerbare bronnen, een navolgbare berekening en documentatie per post. Een rapport zonder verifieerbare referenties is in die confrontatie kwetsbaar, hoe stellig de conclusies ook zijn geformuleerd. Voor u betekent dit: vraag altijd de onderliggende stukken op (daar heeft u recht op) en toets of de bedragen herleidbaar zijn. Ons artikel over de 7 rode vlaggen geeft de volledige checklist. Staan er in uw rapport bedragen zonder bron? Upload het via de Gratis Expertise Check. Wij toetsen de bewijswaarde en u hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - Restwaarde en de biedingssite-praktijk: waarom dat bedrag uw uitkering drukt - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Gratis waardevermindering-check bij schade buiten uw schuld URL: https://s-tax.nl/kennisbank/waardevermindering-check-schade-buiten-uw-schuld/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Uw auto is aangereden door een ander, de schade is netjes hersteld en de zaak lijkt afgerond. Toch is de kans groot dat u geld heeft laten liggen: de waardevermindering van uw auto. Deze schadepost wordt in de meeste dossiers nooit berekend, terwijl hij bij jongere auto's kan oplopen tot honderden en soms duizenden euro's. Waarom u recht heeft op meer dan alleen herstel Een auto die schade heeft gehad, is bij verkoop of inruil minder waard dan een identiek exemplaar zonder schadeverleden, ook wanneer het herstel vakkundig is uitgevoerd. Dat waardeverschil is echte vermogensschade. Is de schade veroorzaakt door een ander, dan moet diens verzekeraar deze schade vergoeden op grond van artikel 6:96 BW, bovenop de herstelkosten. Uw eigen no-claim of premie wordt er niet door geraakt: de rekening gaat naar de aansprakelijke partij. Waarom niemand het u vertelt Het schaderapport wordt opgesteld door of namens de verzekeraar die moet betalen. Waardevermindering verhoogt de schadelast en wordt zonder eigen deskundige zelden spontaan toegekend. In ons artikel over waardevermindering na herstel leest u hoe dat werkt en wanneer de post aan de orde is. Voor wie is de check? De waardevermindering-check is zinvol wanneer aan drie voorwaarden is voldaan: - De schade is (grotendeels) buiten uw schuld ontstaan en de tegenpartij of diens verzekeraar is bekend; bij voorkeur is de aansprakelijkheid al erkend. - Uw auto is relatief jong, als vuistregel tot circa vier jaar oud. - De schade had enige omvang: een vervangen bumper na een parkeerstootje levert zelden een claimbare waardevermindering op, richtwerk aan de carrosserie wel. Twijfelt u of uw situatie past? Uploaden mag altijd; wij zeggen het eerlijk wanneer een claim geen zin heeft. Zo werkt de check U gebruikt hetzelfde uploadformulier als voor de Gratis Expertise Check. Upload het schaderapport, vul uw kenteken in, kies bij de klacht "waardevermindering na herstel niet vergoed" en geef aan dat de tegenpartij schuldig was. U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is; uploadt u na 22:00 uur, dan ontvangt u de uitslag de volgende ochtend. Is de zaak kansrijk, dan berekenen wij de waardevermindering volgens een controleerbare methodiek en verhalen wij de post inclusief onze kosten op de verzekeraar van de tegenpartij wanneer die de aansprakelijkheid heeft erkend. In de meeste gevallen kost het u dan niets. Is de aansprakelijkheid nog niet erkend, dan bespreken wij eerst met u hoe die discussie kan worden beslecht voordat er kosten worden gemaakt. Schade gehad buiten uw schuld? Start de gratis waardevermindering-check: upload uw schaderapport en u hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de gratis waardevermindering-check Meer in de kennisbank - Waardevermindering na herstel: de vergeten schadepost - WA-schade door een ander? Uw eigen expert op kosten van de tegenpartij - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld - 7 rode vlaggen in een expertiserapport =========================================================== ## Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert URL: https://s-tax.nl/kennisbank/kifid-klacht-verzekeraar/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Komt u er met uw verzekeraar niet uit, dan hoeft u niet meteen naar de rechter. Voor consumenten is er Kifid: het Klachteninstituut Financiele Dienstverlening. De procedure is laagdrempelig, kosteloos en kan tot een bindende uitspraak leiden. Wanneer kunt u naar Kifid? Kifid behandelt klachten van consumenten over financiele dienstverleners, waaronder verzekeraars. Voor schadegeschillen betekent dat onder meer: discussies over de hoogte van de uitkering, de afwikkeling van de schade en de vergoeding van contra-expertisekosten. Voorwaarde is dat u eerst de interne klachtprocedure van de verzekeraar heeft doorlopen; Kifid is de tweede stap, niet de eerste. Houd de termijnen in de gaten. Als hoofdregel moet uw klacht bij Kifid binnen zijn binnen een jaar nadat u de klacht aan de verzekeraar voorlegde, of binnen drie maanden nadat de verzekeraar zijn definitieve standpunt heeft meegedeeld; de langste van deze twee termijnen geldt. Wacht dus niet te lang na een afwijzende slotbrief. Hoe werkt de procedure? U dient de klacht online in via kifid.nl, met het dossier als bijlage: de polis, het expertiserapport, uw contra-rapport, de correspondentie en de urenspecificatie van uw expert. Kifid toetst eerst of de klacht behandelbaar is. Daarna volgt een schriftelijke ronde en zo nodig een zitting. De Geschillencommissie doet vervolgens uitspraak. Kiest u bij het indienen voor een bindende behandeling, dan zijn u en de verzekeraar in de meeste gevallen aan de uitkomst gebonden. U heeft bij Kifid geen advocaat nodig. Een goed geordend dossier en een heldere, feitelijke onderbouwing wegen zwaarder dan juridische volzinnen. Wat levert het op? Voor geschillen over contra-expertisekosten is Kifid een effectieve route. Er bestaat een uitgebreid kennisdossier over dit onderwerp en de lijn is consumentvriendelijk: polisbeperkingen die het wettelijke vergoedingsrecht uithollen, houden er geen stand. Ook over te lage schadevaststellingen kan de commissie oordelen, al zal zij bij zuiver taxatietechnische geschillen vaak teruggrijpen op het traject van de derde expert. Kifid of arbitrage? Loopt er al een expertisetraject met een akte van benoeming, dan is het geschil over de schadeomvang in beginsel aan de experts en eventueel de derde expert. Kifid is vooral de route voor geschillen ernaast: de weigering om kosten te vergoeden, de behandeling van uw dossier of de uitleg van de polis. Twijfelt u welke route bij uw situatie past, laat uw dossier dan eerst beoordelen. Wilt u weten waar uw dossier staat en welke route zin heeft? Upload uw stukken via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag waar u aan toe bent, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering - Naar de rechter met een schadegeschil: wanneer wel en wanneer niet =========================================================== ## Moet mijn contra-expert NIVRE-geregistreerd zijn? Nee, zegt de Hoge Raad URL: https://s-tax.nl/kennisbank/moet-contra-expert-nivre-zijn/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Wie een eigen expert inschakelt, krijgt van de verzekeraar soms te horen dat alleen een expert van een bepaalde beroepsorganisatie "erkend" is en dat anders de kosten niet worden vergoed. Die eis houdt juridisch geen stand. Het arrest van de Hoge Raad Op 28 januari 2022 oordeelde de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:81) over polisvoorwaarden waarin de vergoeding van contra-expertisekosten afhankelijk werd gemaakt van kwaliteitseisen die de verzekeraar zelf stelde, zoals inschrijving bij een specifieke beroepsorganisatie. De Hoge Raad maakte daar korte metten mee: zo'n voorwaarde als negatieve prikkel, waarbij de verzekerde de vergoeding verliest als hij een andere expert kiest, is tegenover consumenten onredelijk bezwarend en dus vernietigbaar. De kern: u heeft het recht zelf te bepalen wie uw belangen behartigt bij de schadevaststelling. De verzekeraar mag die keuzevrijheid niet inperken via de portemonnee. Wat betekent dit in de praktijk? Krijgt u te horen dat uw expert "niet erkend" is, dat alleen een NIVRE-expert wordt vergoed, of dat het rapport van uw expert om die reden terzijde wordt gelegd? Vraag dan schriftelijk naar de wettelijke grondslag van die eis. Die is er niet. De maatstaf is uitsluitend of de kosten van de schadevaststelling redelijk zijn (artikel 7:959 BW), niet bij welke organisatie uw expert is aangesloten. Een Register Taxateur die is ingeschreven in het ROTA-register werkt volgens vaste richtlijnen, met gestandaardiseerde en juridisch verdedigbare rapportages, en is volledig bevoegd om als contra-expert op te treden. De kosten zijn op grond van artikel 7:959 BW gewoon verhaalbaar op de verzekeraar. Blijft de verzekeraar weigeren? Handhaaft de verzekeraar het "niet erkend"-argument na uw schriftelijke vraag om een grondslag, dan is dat een klachtgrond. De route: interne klacht bij de verzekeraar, daarna Kifid. In onze ervaring komt het zelden zover wanneer u het arrest van de Hoge Raad expliciet benoemt. Wilt u dat een onafhankelijke Register Taxateur uw schadevaststelling beoordeelt? Upload uw rapport via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Tegenwerking bij contra-expertise herkennen en aanpakken - Klacht over de eerste expert: intern, tuchtrecht en register =========================================================== ## Naar de rechter met een schadegeschil: wanneer wel en wanneer niet URL: https://s-tax.nl/kennisbank/naar-de-rechter-schadegeschil/ Gepubliceerd: 2026-07-11 "Dan stap ik toch naar de rechter." Het is een begrijpelijke gedachte bij een vastgelopen schadedossier, maar meestal niet de handigste eerste stap. Dit artikel zet de afweging op een rij. Waarom de rechter zelden de eerste route is Een civiele procedure kost tijd (al snel een tot enkele jaren bij tegenspraak), geld (griffierecht, eventueel advocaatkosten, bij verlies een deel van de kosten van de wederpartij) en energie. Daartegenover staan twee routes die specifiek voor deze geschillen bestaan. Het expertisetraject met derde expert beslecht discussies over de schadeomvang binnen weken en de kosten liggen doorgaans bij de verzekeraar. Kifid behandelt klachten van consumenten over verzekeraars gratis en kan bindend oordelen. Voor het overgrote deel van de dossiers is een van deze twee routes sneller, goedkoper en minstens zo effectief. Wanneer de rechter wel in beeld komt Er blijven situaties waarin de gang naar de rechter de juiste is. Bij dekkingsgeschillen met een groot belang, waar het niet om de omvang maar om de vraag of de schade gedekt is, en Kifid geen soelaas bood. Bij zakelijke verzekerden, voor wie Kifid niet openstaat en die op de polis worden afgerekend. Wanneer een bindend advies of arbitrage zelf ernstig gebrekkig was en vernietiging via artikel 7:904 BW moet worden gevorderd. En bij principiele kwesties waarin een rechterlijk oordeel nodig is omdat de wederpartij structureel niet beweegt. De verhouding tot arbitrage en bindend advies Wie een akte van benoeming heeft getekend waarin de vaststelling door de experts als bindend is aangemerkt, kan daarna niet vrijelijk hetzelfde geschil aan de rechter voorleggen: de vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 BW) staat in de weg. De rechter toetst zo'n uitkomst alleen nog terughoudend, via de maatstaf van artikel 7:904 BW. Dat is geen reden om de akte te vrezen, wel om te weten wat u tekent; ons artikel over de akte van benoeming legt dat uit. Praktisch: bouw het dossier alsof het naar de rechter gaat De beste procespositie is er een die u nooit hoeft te gebruiken. Werk van begin af aan met schriftelijke vastlegging, verifieerbare rapporten en gedocumenteerde klachtstappen. Een dossier dat rechtszaal-klaar is, dwingt in de praktijk juist buiten de rechtszaal het beste resultaat af. Wilt u weten welke route bij uw dossier past? Upload uw stukken via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag waar u staat, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert - Akte van disakkoord en de derde expert: zo werkt arbitrage bij schade - Bindend advies: hoe bindend is het en wanneer is het aantastbaar? - Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering =========================================================== ## Restwaarde en de biedingssite-praktijk: waarom dat bedrag uw uitkering drukt URL: https://s-tax.nl/kennisbank/restwaarde-biedingssite/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Bij een total loss-afwikkeling kijkt iedereen naar de dagwaarde. Het tweede bedrag in de som krijgt veel minder aandacht, terwijl het net zo hard doortikt: de restwaarde. Elke euro restwaarde is een euro minder uitkering. Hoe restwaardebiedingen tot stand komen Na een total loss-verklaring plaatst de expert het voertuig doorgaans op een gesloten biedingsplatform. Aangesloten opkopers en demontagebedrijven zien de foto's en de omschrijving en brengen een bod uit. Het hoogste bod wordt in het rapport opgenomen als restwaarde en op uw uitkering ingehouden; de bieder neemt het wrak af. Op zichzelf is dit een werkbaar systeem. Maar het is een gesloten systeem: u ziet als eigenaar meestal niet welke biedingen er waren, op basis van welke informatie er is geboden en of het winnende bod ook werkelijk gestand is gedaan. Waarom een hoge restwaarde niet altijd goed nieuws is Het klinkt tegenstrijdig: een hoog bod op uw wrak lijkt gunstig, maar verlaagt uw uitkering. Voor u telt alleen de combinatie: dagwaarde minus restwaarde. Een expert die de dagwaarde krap vaststelt en tegelijk een scherp biedingsresultaat als restwaarde hanteert, knijpt uw uitkering van twee kanten. Juist die combinatie zien wij in de praktijk regelmatig terug. Wat een onderbouwde restwaarde vergt Een restwaarde die serieus te nemen is, voldoet aan drie eisen. Ten eerste: de omschrijving van het wrak op het platform klopt met de werkelijke staat; een te rooskleurige omschrijving lokt hoge biedingen uit die bij levering worden teruggetrokken of nooit realistisch waren. Ten tweede: het gehanteerde bod is verifieerbaar en wordt gestand gedaan, met naam van de bieder en geldigheidstermijn. Ten derde: de biedingsronde is representatief geweest, met voldoende bieders en juiste voertuiggegevens. Staat er in uw rapport alleen een kaal bedrag "restwaarde conform bieding", zonder deze onderbouwing, dan is dat bedrag niet controleerbaar en daarmee aanvechtbaar. Wat kunt u doen? Vraag om inzage in de biedingsgegevens en de aan de bieders verstrekte omschrijving. Overweegt u het voertuig zelf te houden, weeg dan de ingehouden restwaarde af tegen wat het wrak voor u waard is. En laat bij twijfel de hele total loss-som (herstelkosten, dagwaarde en restwaarde) door een eigen expert narekenen. Vraagt u zich af of de restwaarde in uw dossier klopt? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. De beoordeling is gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Total loss: economisch of technisch, en wanneer is het onterecht? - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Tegenwerking bij contra-expertise herkennen en aanpakken URL: https://s-tax.nl/kennisbank/tegenwerking-verzekeraar-herkennen/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een contra-expertise hoort een zakelijk proces te zijn: twee deskundigen stellen samen de schade vast. In de praktijk stuit een deel van de dossiers op tegenwerking. Wie de patronen herkent, kan er effectief op reageren in plaats van erin vast te lopen. Vorm 1: procedurele tegenwerking Het rapport van uw expert wordt "voor kennisgeving aangenomen". Er komt geen inhoudelijke reactie, telefoontjes worden niet teruggebeld, de behandelaar is "met het dossier bezig" en weken verstrijken. Het doel, bewust of onbewust: u vermoeid krijgen zodat u het lagere aanbod alsnog accepteert. De reactie: leg alles schriftelijk vast en stel termijnen. Vraag per e-mail om een inhoudelijke reactie binnen een redelijke termijn, bijvoorbeeld veertien dagen, en kondig aan dat u bij uitblijven daarvan een klacht indient. Stilzitten van de verzekeraar is geen argument, maar in een dossier met vastgelegde termijnen wordt het wel een klachtgrond. Vorm 2: inhoudelijke tegenwerking De verzekeraar reageert wel, maar handhaaft het eigen standpunt zonder op de argumenten van uw expert in te gaan. "Wij zien geen aanleiding onze vaststelling te herzien" is geen weerlegging van concrete referentievoertuigen en een onderbouwde berekening. De reactie: eis een gemotiveerde reactie op de specifieke punten uit het contra-rapport. Wie standpunten handhaaft, moet uitleggen waarom; een herhaalde conclusie zonder motivering telt niet. Blijft de motivering uit, dan is dat munitie voor het vervolg: de derde expert, de klachtprocedure of Kifid wegen een kale weigering zwaar mee. Vorm 3: organisatorische tegenwerking De klassieker: uw expert zou "niet erkend" zijn en daarom wordt het rapport terzijde gelegd of de vergoeding geweigerd. De Hoge Raad heeft met dit argument afgerekend (arrest van 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:81): de vergoeding mag niet afhankelijk worden gesteld van kwaliteitseisen die de verzekeraar zelf voorschrijft. Vraag schriftelijk naar de wettelijke grondslag van de eis; die is er niet. Lees ons artikel over de NIVRE-eis voor de volledige onderbouwing. Wanneer wordt tegenwerking een klacht? Houd het dossier compleet: elke onbeantwoorde brief en elke ongemotiveerde afwijzing maakt de klacht sterker. De route is dan: interne klacht bij de verzekeraar, daarna Kifid. Gaat de tegenwerking uit van het expertisebureau of de eerste expert zelf, dan zijn er aanvullende routes; heeft u een klacht over een expert, kijk dan op contraexpertiseklachten.nl. Loopt uw dossier vast op tegenwerking? Upload uw stukken via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw positie kosteloos; nog dezelfde dag weet u waar u staat. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Moet mijn contra-expert NIVRE-geregistreerd zijn? Nee, zegt de Hoge Raad - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - De informatieplicht van de verzekeraar: u hoort over uw recht op contra-expertise - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Total loss: economisch of technisch, en wanneer is het onterecht? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/total-loss-economisch-technisch/ Gepubliceerd: 2026-07-11 "Uw auto is total loss." Voor veel mensen voelt dat als een eindoordeel. Dat is het niet: het is een rekensom, en rekensommen kunnen fout zijn. Wie de opbouw begrijpt, weet ook waar een total loss-verklaring aan te vechten is. Twee soorten total loss Technisch total loss betekent dat het voertuig zodanig is beschadigd dat veilig en verantwoord herstel niet meer mogelijk is. Dat is een technisch oordeel over de constructie en veiligheid. Economisch total loss komt veel vaker voor: de auto is best te herstellen, maar de herstelkosten zijn hoger dan wat economisch verantwoord is. De gebruikelijke maatstaf: herstel is niet meer rendabel wanneer de herstelkosten uitstijgen boven de dagwaarde minus de restwaarde. Sommige polissen hanteren een eigen grens, bijvoorbeeld een percentage van de dagwaarde; controleer dus altijd uw voorwaarden. De rekensom bepaalt uw uitkering Bij economisch total loss keert de verzekeraar in de regel uit: dagwaarde minus restwaarde. Het wrak gaat dan naar een opkoper die de restwaarde heeft geboden. In die som zitten drie variabelen, en elk daarvan verdient een kritische blik: - De herstelkosten: worden die reeel begroot, of aan de hoge kant zodat de auto "over de grens" wordt geduwd? - De dagwaarde: is die deugdelijk onderbouwd met referentievoertuigen? Een te lage dagwaarde maakt van een herstelbare auto sneller een total loss en drukt bovendien uw uitkering. - De restwaarde: een te hoge restwaarde verlaagt uw uitkering rechtstreeks. Lees ons artikel over de biedingssite-praktijk. Wanneer is een total loss-verklaring onterecht? Uit de rekensom volgen de aanvechtpunten vanzelf. Herstel kan wel degelijk rendabel zijn wanneer de dagwaarde in werkelijkheid hoger ligt of de herstelkosten lager uitvallen, bijvoorbeeld met gebruikte onderdelen of een andere hersteltechniek. Ook zien wij rapporten waarin de auto op basis van foto's total loss is verklaard terwijl de werkelijke schade beperkter bleek. Een contra-expertise zet dan alle drie de bedragen opnieuw en onderbouwd op een rij. U wilt uw auto houden? In veel gevallen kunt u ervoor kiezen het voertuig te behouden. De restwaarde wordt dan op uw uitkering ingehouden en u laat de auto zelf herstellen. Let op de spelregels: bij zwaardere schade kan een registratie volgen waardoor het voertuig eerst gekeurd moet worden voordat het weer de weg op mag. Laat u hierover informeren voordat u kiest. Is uw auto total loss verklaard en heeft u twijfels? Upload het expertiserapport via de Gratis Expertise Check. De beoordeling is gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - Restwaarde en de biedingssite-praktijk: waarom dat bedrag uw uitkering drukt - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Uw schadedossier opvragen: het AVG-inzagerecht als breekijzer URL: https://s-tax.nl/kennisbank/avg-inzagerecht-schadedossier/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een contra-expertise begint met het dossier: het eerste rapport, de schadecalculatie, de foto's, de restwaardebiedingen en de correspondentie. Maar wat als de verzekeraar of het expertisebureau die stukken niet wil geven? Dan biedt de privacywetgeving een effectief instrument. Wat het inzagerecht inhoudt Artikel 15 AVG geeft u het recht om van elke organisatie te weten welke persoonsgegevens zij over u verwerkt, en om daarvan een kopie te ontvangen. Een schadedossier zit vol persoonsgegevens: uw naam en polisgegevens, het kenteken en de gegevens van uw voertuig, de schademelding, het expertiserapport en de beoordeling van uw claim. Het inzagerecht is daarmee een route om dossierstukken op te vragen bij zowel de verzekeraar als het ingeschakelde expertisebureau. De organisatie moet in beginsel binnen een maand reageren en mag voor een eerste kopie geen kosten rekenen. Interne aantekeningen en analyses over uw claim vallen er in de regel ook onder, voor zover zij uw persoonsgegevens bevatten; zuiver interne beleidsstukken niet. Praktisch betekent dit: de juridische beoordeling zelf hoeft de verzekeraar niet te verstrekken, de over u vastgelegde gegevens wel. Zo zet u het in Stuur een schriftelijk inzageverzoek aan de verzekeraar en zo nodig apart aan het expertisebureau. Benoem concreet wat u zoekt: het volledige schadedossier rond kenteken en schadedatum, waaronder het expertiserapport met bijlagen, de calculatie, de fotodocumentatie en de gehanteerde restwaardegegevens. Een gericht verzoek versnelt de afhandeling en voorkomt de dooddoener dat het verzoek "te onbepaald" is. Heeft u S-TAX gemachtigd, dan doen wij dit voor u: het opvragen van dossierstukken bij de verzekeraar en de eerste expert is standaard onderdeel van onze machtiging. Als inzage wordt geweigerd Weigeringen komen voor, zeker wanneer een expertisebureau zich op het standpunt stelt dat het dossier "van de opdrachtgever" is. Dat verweer gaat niet zomaar op: het inzagerecht rust op uw persoonsgegevens, ongeacht wie de opdrachtgever van de expertise was. Ligt er bovendien een schriftelijk mandaat van u en wordt de gemachtigde zonder goede grond de toegang geweigerd, dan kan die weigering misbruik van recht opleveren (artikel 3:13 BW): een bevoegdheid mag niet worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, zoals het frustreren van tegenspraak. Bij een aanhoudende weigering zijn de vervolgstappen: een klacht bij de organisatie zelf, een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens, en voor het schadegeschil zelf de route via de interne klachtprocedure en Kifid. De keerzijde: de AVG als blokkade Hetzelfde instrument wordt soms tegen u gebruikt: een bureau beroept zich op de privacy van derden om niets te hoeven delen. Gegevens van anderen mogen inderdaad worden weggelakt, maar dat rechtvaardigt geen integrale weigering van uw eigen dossier. Krijgt u de stukken niet boven tafel of twijfelt u aan de vaststelling zelf? Upload wat u wel heeft via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; nog dezelfde dag weet u waar u staat. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Tegenwerking bij contra-expertise herkennen en aanpakken - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - De informatieplicht van de verzekeraar: u hoort over uw recht op contra-expertise - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Vaste taxatie vooraf (artikel 7:960 BW): dagwaardediscussies voorkomen URL: https://s-tax.nl/kennisbank/vaste-taxatie-vooraf-7960-bw/ Gepubliceerd: 2026-07-11 De meeste artikelen in deze kennisbank gaan over wat u kunt doen als de schadevaststelling tegenvalt. Dit artikel gaat over het voorkomen daarvan. Voor bijzondere voertuigen bestaat een wettelijk instrument dat de hele dagwaardediscussie op voorhand uitschakelt: de vaste taxatie. Wat de wet regelt Artikel 7:960 BW bepaalt dat de verzekerde geen beroep op overschrijding van het indemniteitsbeginsel kan worden tegengeworpen wanneer de waarde van het verzekerde object voorafgaand aan de verzekering is vastgesteld door een deskundige die door partijen is benoemd. Vertaald naar de praktijk: is uw voertuig vooraf getaxeerd door een deskundige en is die taxatie aan de polis gekoppeld, dan geldt bij schade de getaxeerde waarde. De verzekeraar kan dan niet alsnog met een lagere "werkelijke dagwaarde" komen. Let op het verschil met een waarde die de verzekeraar zelf vaststelt of een opgave die u bij het afsluiten doet: alleen een taxatie door een deskundige geeft de wettelijke bescherming van artikel 7:960 BW. Controleer ook de looptijd: polissen verbinden aan een vaste taxatie doorgaans een geldigheidsduur van twee of drie jaar, waarna een hertaxatie nodig is. Voor wie is dit interessant? Voor een doorsnee leaseauto is de koerslijst meestal afdoende. De vaste taxatie bewijst zijn waarde bij voertuigen waarvan de marktwaarde niet uit een lijst rolt: klassiekers en youngtimers, exclusieve of zeldzame modellen, voertuigen met een bijzondere historie of uitvoering, en auto's waarin recent veel is geinvesteerd. Precies bij deze voertuigen ontstaan na schade de grootste dagwaardeconflicten, omdat referentievoertuigen schaars zijn en meningen over de waarde ver uiteen kunnen lopen. Zo werkt het praktisch U laat het voertuig taxeren door een Register Taxateur. Het taxatierapport beschrijft het voertuig, de staat, de uitvoering en de waarde, met fotodocumentatie. Dat rapport gaat naar uw verzekeraar, die de getaxeerde waarde in de polis opneemt. Bij schade of total loss binnen de geldigheidsduur is die waarde het uitgangspunt, niet de uitkomst van een discussie achteraf. S-TAX voert dergelijke taxaties uit voor klassiekers, youngtimers en bijzondere voertuigen, met een rapport dat voldoet aan de eisen die verzekeraars aan een vaste taxatie stellen. Wilt u een vaste taxatie voor uw voertuig laten uitvoeren? Neem contact met ons op; wij vertellen u vrijblijvend wat er mogelijk is. Neem contact op Meer in de kennisbank - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - Total loss: economisch of technisch, en wanneer is het onterecht? - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Verborgen schade en demontage: wat een foto-expertise niet ziet URL: https://s-tax.nl/kennisbank/verborgen-schade-demontage/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Moderne schadevaststelling gebeurt steeds vaker op basis van foto's. Snel en efficient, maar met een structurele blinde vlek: wat achter het beschadigde deel zit, staat niet op de foto. Wat er schuil kan gaan achter zichtbare schade Een bumper is tegenwoordig meer dan een stootrand: erachter zitten parkeersensoren, radarunits voor rijassistentie, crashboxen en leidingwerk. Achter een gedeukt portier kunnen scharnieren, kabelbomen en zijairbagsensoren geraakt zijn. En onder een kras in de laklaag kan richtwerk uit een eerdere, slecht uitgevoerde reparatie schuilgaan. Zulke schade wordt pas zichtbaar bij demontage, meting of uitlezing, niet op een set foto's van het herstelbedrijf. Het gevolg van een gemiste verborgen schade is altijd hetzelfde: de calculatie valt te laag uit. Dat kan twee kanten op werken. Bij een herstelbare schade komt het herstelbedrijf tijdens de reparatie voor verrassingen te staan en ontstaat discussie over meerwerk. Bij een total loss-afweging kan het betekenen dat de werkelijke herstelkosten hoger liggen dan gecalculeerd, wat de uitkomst van de rekensom verandert. Uw recht op aanvullende vaststelling Wordt tijdens het herstel schade aangetroffen die niet in het rapport stond, laat het herstelbedrijf dan stoppen, de bevinding fotograferen en de expert opnieuw inschakelen voordat wordt doorgewerkt. U heeft recht op een aanvullende schadevaststelling voor het meerwerk. Een verzekeraar die zich op het eerdere, onvolledige rapport blijft beroepen terwijl de aanvullende schade aantoonbaar ongevalgerelateerd is, handelt niet redelijk. Demontage: soms noodzakelijk, altijd in overleg Bij twijfel over verborgen schade kan gericht demonteren nodig zijn om de werkelijke omvang vast te stellen. Doe dat in overleg: kondig bij de verzekeraar aan dat demontage-onderzoek nodig is voor een deugdelijke vaststelling en leg de bevindingen vast met foto's per stap. De redelijke kosten van zo'n onderzoek horen bij de kosten van schadevaststelling. Bij S-TAX kan het voertuig bovendien fysiek worden onderzocht in ons eigen VTEC (Voertuig Technisch Expertise Centrum) in Zevenaar, met hefbruggen, laklaagdiktemeters en diagnoseapparatuur. Juist bij vermoede verborgen schade of betwiste eerdere reparaties maakt fysiek onderzoek het verschil tussen een vermoeden en een bewijs. Vermoedt u dat er meer schade is dan in het rapport staat? Upload het rapport en uw foto's via de Gratis Expertise Check. De beoordeling is gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Tele-expertise: uw rechten als de expert nooit is komen kijken - De expert kwam niet kijken: zo herkent u een bureau-expertise - Total loss: economisch of technisch, en wanneer is het onterecht? - 7 rode vlaggen in een expertiserapport =========================================================== ## Vervangend vervoer, rente en bijkomende schade: de posten naast de autoschade URL: https://s-tax.nl/kennisbank/vervangend-vervoer-rente-bijkomende-schade/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Bij een schadedossier gaat alle aandacht naar het grootste bedrag: de herstelkosten of de dagwaarde. Maar rondom dat bedrag staan posten die samen flink kunnen oplopen en die in veel afwikkelingen stilzwijgend blijven liggen. Vervangend vervoer Kunt u door de schade tijdelijk niet over uw auto beschikken, dan is dat een schadepost. Bij verhaal op een aansprakelijke tegenpartij geldt als vaste praktijk dat de kosten van een vergelijkbare huurauto voor circa 75 tot 80 procent worden vergoed; de aftrek dekt de kosten die u bespaart doordat uw eigen auto stilstaat, zoals brandstofslijtage en afschrijving. De vergoeding geldt voor een redelijke periode: de reele duur van herstel of, bij total loss, een redelijke termijn om vervangend vervoer te regelen. Wie geen huurauto neemt, kan in plaats daarvan aanspraak maken op een (bescheiden) vergoeding per dag voor gemist gebruik. Op de eigen cascopolis ligt dit anders: daar bepaalt de polis of en hoe lang vervangend vervoer is gedekt, vaak alleen in combinatie met herstel bij een aangesloten bedrijf. Controleer de voorwaarden voordat u kosten maakt. Wettelijke rente Bij verhaal op de tegenpartij loopt over de schadevergoeding wettelijke rente vanaf de dag waarop de schade is ontstaan (artikel 6:119 BW in verbinding met de regels over onrechtmatige daad). Duurt de afwikkeling maanden, dan telt dat aan. Rente wordt vrijwel nooit spontaan vergoed; hij moet worden gevorderd. Neem de post dus expliciet mee in de schadeopstelling. Overige bijkomende posten Denk verder aan: berging en transport van het voertuig, stallingskosten in de periode van discussie, kosten van het opvragen van stukken, waardevermindering na herstel (een eigen artikel waard) en de kosten van deskundige bijstand bij het vaststellen van de schade. Die laatste categorie omvat de contra-expert: op de cascopolis via artikel 7:959 BW, bij verhaal op de tegenpartij via artikel 6:96 BW. De route bepaalt het menu Welke posten haalbaar zijn, verschilt per route. Op de eigen cascopolis geldt: de polis bepaalt de dekking, de wet bewaakt de ondergrens. Bij verhaal op een aansprakelijke tegenpartij geldt het schadevergoedingsrecht: alle redelijke schade die door het voorval is veroorzaakt komt voor vergoeding in aanmerking, inclusief de bijkomende posten hierboven. Een volledige schadeopstelling maakt in beide gevallen het verschil. Wilt u weten welke posten er in uw dossier blijven liggen? Upload uw schaderapport via de Gratis Expertise Check. De beoordeling is gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - WA-schade door een ander? Uw eigen expert op kosten van de tegenpartij - Waardevermindering na herstel: de vergeten schadepost - Gratis waardevermindering-check bij schade buiten uw schuld - Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces =========================================================== ## Waardevermindering na herstel: de vergeten schadepost URL: https://s-tax.nl/kennisbank/waardevermindering-na-herstel/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Uw auto is na een aanrijding keurig hersteld. Toch bent u iets kwijtgeraakt dat niet in de spuitcabine te repareren valt: een schadevrij verleden. Een auto met schadehistorie brengt bij verkoop of inruil minder op. Dat verschil heet waardevermindering, en het is een schadepost die in de praktijk stelselmatig over het hoofd wordt gezien. Wanneer is waardevermindering aan de orde? Waardevermindering speelt vooral bij jongere voertuigen, als vuistregel tot circa drie a vier jaar oud, en bij schades van enige omvang. Een koper die kan kiezen tussen twee identieke auto's, een met en een zonder schadeverleden, betaalt voor de eerste simpelweg minder. Bij oudere auto's met gebruikssporen en een lagere waarde wordt dat effect kleiner en is de post minder snel toewijsbaar. De omvang hangt af van de leeftijd en waarde van het voertuig, de kilometerstand en de zwaarte en aard van de schade: een vervangen bumper is iets anders dan richtwerk aan de carrosserie. Er bestaan richtlijnen in de branche om de post te berekenen; S-TAX hanteert een eigen, controleerbare methodiek waarin leeftijd, kilometrage en schadezwaarte transparant worden gewogen en onderbouwd. Alleen claimbaar bij de tegenpartij Het belangrijkste om te weten: waardevermindering claimt u bij de aansprakelijke tegenpartij, op grond van artikel 6:96 BW. Het is vermogensschade die u door het ongeval lijdt en die de veroorzaker moet vergoeden. Op uw eigen cascopolis ligt dat anders. De cascoverzekering vergoedt de herstelkosten of keert uit bij total loss, conform de polisvoorwaarden; waardevermindering valt daar in de regel buiten. Bent u zelf schuldig aan de schade of is er geen aansprakelijke tegenpartij, dan is er voor deze post dus meestal geen route. Waarom de post zo vaak ontbreekt De expert wordt aangestuurd door de verzekeraar die moet betalen. Waardevermindering verhoogt de schadelast, vergt een aparte beoordeling en wordt zonder eigen deskundige zelden spontaan toegekend. In de schaderapporten die wij beoordelen, ontbreekt het onderwerp geregeld volledig: geen berekening, geen motivering waarom het niet aan de orde zou zijn. Dat is een gemiste schadepost die kan oplopen tot honderden en soms duizenden euro's. Wat kunt u doen? Is uw auto beschadigd door een ander en is hij jonger dan circa vier jaar? Controleer dan of het schaderapport een beoordeling van de waardevermindering bevat. Ontbreekt die, dan loont het om de post alsnog te laten berekenen en te claimen; de kosten van die deskundige beoordeling zijn eveneens verhaalbaar op de tegenpartij. Schade buiten uw schuld en geen waardevermindering in het rapport? Start de gratis waardevermindering-check en upload uw schaderapport. Nog dezelfde dag weet u of uw zaak kansrijk is; u zit nergens aan vast. Start de gratis waardevermindering-check Meer in de kennisbank - WA-schade door een ander? Uw eigen expert op kosten van de tegenpartij - Gratis waardevermindering-check bij schade buiten uw schuld - Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? - 7 rode vlaggen in een expertiserapport =========================================================== ## Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering URL: https://s-tax.nl/kennisbank/dekkingsgeschil-contra-expertise/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Het recht op een vergoede contra-expertise is sterk, maar niet grenzeloos. Er is een belangrijke uitzondering die weinig mensen kennen en die achteraf voor een onaangename verrassing kan zorgen: het dekkingsgeschil. Omvang versus dekking Artikel 7:959 BW gaat over de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade. Daarmee wordt bedoeld: de omvang van de schade. Hoeveel kost het herstel, wat is de dagwaarde, wat is de restwaarde. Bij zo'n geschil betaalt de verzekeraar uw contra-expert. Iets anders is de vraag of de schade wel onder de dekking van uw polis valt. Een voorbeeld uit de Kifid-praktijk: de polis dekt hagelschade, maar de expert van de verzekeraar concludeert dat de schade niet door hagel maar door vallende takken is ontstaan. Wie dan een contra-expert inschakelt om de oorzaak aan te tonen, discussieert niet over de omvang van de schade maar over de dekking. Voor dat onderzoek geldt de vergoedingsplicht van artikel 7:959 BW in beginsel niet. Voor autoschade betekent dit Vergelijkbare situaties bij voertuigschade zijn discussies over de toedracht (past het schadebeeld bij het gemelde voorval), vermeende eerdere schade als grond voor afwijzing van de hele claim, of een beroep op uitsluitingen in de polis. In die gevallen is een deskundigenonderzoek soms wel degelijk zinvol, maar de kosten zijn dan niet automatisch verhaalbaar via artikel 7:959 BW. Er zijn dan andere routes, zoals de interne klachtprocedure, Kifid of een juridische procedure waarin deskundigenkosten als proceskosten kunnen worden gevorderd. Vaak is het allebei In de praktijk lopen dekking en omvang soms door elkaar. De verzekeraar wijst bijvoorbeeld een deel van de schade af als "niet ongevalgerelateerd" en stelt de rest te laag vast. Voor het deel dat over de omvang gaat, geldt de vergoedingsplicht gewoon. Het is dus belangrijk om het geschil precies te ontleden voordat u stappen zet. Dat is precies wat wij bij de beoordeling van uw dossier doen. Weet u niet zeker wat voor geschil u heeft? Upload uw expertiserapport en de correspondentie van uw verzekeraar via de Gratis Expertise Check. Wij ontleden uw dossier en u hoort nog dezelfde dag waar u staat, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/verzekeraar-weigert-contra-expertise-te-vergoeden/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Het recht op vergoeding van uw contra-expert staat in de wet. Toch komt het voor dat een verzekeraar de rekening afwijst of maar gedeeltelijk betaalt. Laat het daar niet bij zitten: er is een vaste route, en die werkt. Stap 1: eis een schriftelijke motivering Een kale afwijzing ("wij vergoeden dit niet") is onvoldoende. Vraag de verzekeraar schriftelijk om een gemotiveerde weigering: op welke grond wordt niet vergoed, en hoe verhoudt zich dat tot artikel 7:959 lid 1 BW? Alleen al deze vraag brengt veel verzekeraars tot een ander standpunt, zeker wanneer het geschil duidelijk over de omvang van de schade gaat en de kosten redelijk zijn. Controleer intussen zelf de twee punten waarop een weigering kan steunen: gaat het geschil echt over de schadeomvang en niet over de dekking, en doorstaan de kosten de dubbele redelijkheidstoets? Onze artikelen daarover helpen u de weigering op waarde te schatten. Stap 2: de interne klachtprocedure Blijft de verzekeraar weigeren, dien dan een klacht in via de interne klachtenprocedure. Elke verzekeraar is verplicht die te hebben. Verwijs naar de wettelijke grondslag, voeg de urenspecificatie en het rapport van uw expert bij en vraag om een definitief standpunt. Bewaar alles schriftelijk: deze fase is ook de verplichte voorportaal voor Kifid. Stap 3: Kifid Als consument kunt u na de interne klachtprocedure gratis terecht bij Kifid, het klachteninstituut voor financiele dienstverlening. Kifid heeft een ruim kennisdossier over contra-expertisekosten en heeft verzekeraars herhaaldelijk veroordeeld tot vergoeding, juist ook wanneer polisvoorwaarden de vergoeding probeerden te beperken. Een uitspraak van de Geschillencommissie van Kifid is in de meeste gevallen bindend als u daarvoor kiest. Lees ons artikel over de Kifid-route voor het volledige stappenplan. Stap 4: de rechter De gang naar de rechter blijft mogelijk, maar is in deze geschillen zelden nodig: de combinatie van een gemotiveerde sommatie, de interne klacht en Kifid lost het overgrote deel op. Bij grote belangen of principiele kwesties kan een procedure alsnog de juiste weg zijn; laat u dan juridisch adviseren. Voorkomen is makkelijker dan genezen Kondig de contra-expertise vooraf schriftelijk aan, werk met een expert die een transparant tarief en een urenregistratie hanteert, en houd het dossier compleet. Zo geeft u een weigering geen kans. Wilt u vooraf zekerheid over uw positie? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; de uitslag ontvangt u nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld URL: https://s-tax.nl/kennisbank/gratis-expertise-check-uitleg/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Niet tevreden met de uitkomst van een expertise? De Gratis Expertise Check geeft u snel en zonder verplichtingen duidelijkheid over de vraag of een contra-expertise in uw geval zinvol is. Stap 1: upload uw rapport U uploadt het expertiserapport van uw verzekeraar, eventueel aangevuld met foto's en correspondentie. U vult uw kenteken in (de voertuiggegevens halen wij automatisch op), geeft aan wat er volgens u niet klopt en of de schade door uzelf of door een ander is veroorzaakt. Het invullen kost enkele minuten. Stap 2: beoordeling door een Register Taxateur Uw beoordelaar is ROTA-gecertificeerd en heeft ervaring in voertuigexpertise sinds 2009. Wij kijken onder meer naar de onderbouwing van de dagwaarde, de referentievoertuigen, de restwaarde, eventuele aftrekposten en of de juiste schadeposten zijn meegenomen. Ook toetsen wij uw dossier aan officiele voertuigdata van de RDW. Stap 3: uitslag nog dezelfde dag U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is. Uploadt u na 22:00 uur, dan ontvangt u de uitslag de volgende ochtend. Dit is een streeftermijn: lukt dat een enkele keer niet, dan hoort u dat direct en ontvangt u de uitslag uiterlijk de volgende dag. De uitslag is een van drie: - Kansrijk: wij zien concrete aanknopingspunten. U ontvangt een voorstel voor een contra-expertise. De kosten declareren wij via akte van cessie rechtstreeks bij uw verzekeraar (artikel 7:959 BW), dus u betaalt niets. Kan dat in uw zaak niet, dan hoort u dat vooraf: u krijgt dan eerst een prijsopgave of wij nemen de opdracht niet aan. - Twijfelgeval: er zijn aanknopingspunten, maar het dossier vergt nadere bestudering voordat wij een uitspraak kunnen doen. U ontvangt daarvoor een voorstel. - Niet kansrijk: wij zien onvoldoende aanknopingspunten en zeggen u dat eerlijk, met een korte motivering. Zo maakt u geen kosten voor een traject zonder perspectief. Vrijblijvend voor beide partijen De check is een orienterende dossierbeoordeling, geen expertise of advies. U bent tot niets verplicht. Omgekeerd is S-TAX niet verplicht een opdracht te aanvaarden, ook niet wanneer de check kansrijk uitvalt. Zo houden beide partijen de handen vrij en krijgt u een eerlijk oordeel in plaats van een verkooppraatje. Uw gegevens Uw stukken worden vertrouwelijk behandeld en uitsluitend gebruikt voor de beoordeling van uw dossier. Leidt de check niet tot een opdracht, dan worden uw stukken na drie maanden automatisch verwijderd. Klaar om het te laten checken? Upload uw expertiserapport hierboven. Binnen enkele minuten geregeld, uitslag nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - 7 rode vlaggen in een expertiserapport =========================================================== ## Bindend advies: hoe bindend is het en wanneer is het aantastbaar? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/bindend-advies-aantasten/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een bindend advies is in beginsel definitief (vaststellingsovereenkomst, artikel 7:900 BW), maar vernietigbaar wanneer gebondenheid eraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 7:904 lid 1 BW). De lat ligt hoog: alleen ernstige gebreken in de inhoud of de totstandkoming volstaan. Bij schadegeschillen wordt regelmatig gekozen voor bindend advies: partijen leggen hun geschil voor aan een derde en spreken vooraf af zich aan diens oordeel te houden. Ook de derde expert in het klassieke contra-expertisetraject werkt in de kern zo. Maar wat als het bindend advies zelf niet deugt? De juridische basis: de vaststellingsovereenkomst Een bindend advies rust op een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW. Daarmee binden partijen zich aan een vaststelling van wat tussen hen rechtens geldt, juist ook wanneer die vaststelling afwijkt van wat zonder de overeenkomst zou gelden. Dat is de kracht van het instrument: het geschil is definitief beslecht en partijen kunnen niet blijven procederen over hetzelfde bedrag. De ontsnappingsclausule: artikel 7:904 BW Die gebondenheid is niet absoluut. Artikel 7:904 lid 1 BW bepaalt dat de beslissing vernietigbaar is wanneer gebondenheid eraan, in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. In de rechtspraak van de Hoge Raad, waaronder het arrest van 12 september 1997 (NJ 1998/382) en recenter het arrest van 2 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:822), is die maatstaf verder ingekleurd. De lat ligt bewust hoog: niet elke fout maakt het advies aantastbaar, alleen ernstige gebreken. Bij de wijze van totstandkoming gaat het vooral om fundamentele beginselen: is de bindend adviseur benoemd zoals afgesproken, was hij voldoende onpartijdig en onafhankelijk, en is hoor en wederhoor toegepast? Een adviseur die maar met een partij overlegde, stukken buiten de ander om ontving of buiten zijn opdracht trad, zet de deur naar vernietiging open. Bij de inhoud gaat het om beslissingen die geen redelijk oordelend adviseur zo had kunnen nemen, bijvoorbeeld door evidente rekenfouten of het negeren van essentiele stukken. Wat betekent dit voor uw schadedossier? Voordat u zich aan bindend advies verbindt: controleer hoe de adviseur wordt benoemd en of beide partijen gelijkelijk worden gehoord; dat voorkomt de problemen die achteraf zo moeilijk te repareren zijn. Ligt er al een bindend advies waar u ernstige twijfels bij heeft, verzamel dan het volledige procesdossier en laat toetsen of een beroep op artikel 7:904 BW haalbaar is. Dat is een juridische afweging waarvoor wij zo nodig samenwerken met een jurist; de taxatietechnische onderbouwing, zoals aantonen dat essentiele schadeposten zijn genegeerd, leveren wij. Twijfelt u aan een schadevaststelling of een lopend adviestraject? Upload uw dossier via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen uw dossier kosteloos; nog dezelfde dag weet u waar u staat. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - De akte van benoeming: wat u tekent en wat het betekent - Akte van disakkoord en de derde expert: zo werkt arbitrage bij schade - Naar de rechter met een schadegeschil: wanneer wel en wanneer niet - Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces =========================================================== ## Dagwaarde van uw auto: hoe hoort die te worden vastgesteld? URL: https://s-tax.nl/kennisbank/dagwaarde-auto-vaststellen/ Gepubliceerd: 2026-07-11 De dagwaarde van uw auto hoort te worden onderbouwd met concrete, controleerbare referentievoertuigen: zelfde merk, model en uitvoering, vergelijkbaar bouwjaar en kilometerstand. Een koerslijst geeft slechts een bandbreedte voor een gemiddeld exemplaar en is geen eindantwoord. Bij total loss en bij veel schadediscussies draait alles om een bedrag: de dagwaarde. Dat is de waarde van uw auto direct voor de schadegebeurtenis. Een paar honderd euro verschil in dagwaarde werkt een op een door in uw uitkering. Reden genoeg om te weten hoe zo'n waarde hoort te worden onderbouwd. Referentievoertuigen: de kern van elke waardering De koninklijke weg is vergelijken met werkelijk aangeboden of verkochte voertuigen: zelfde merk en model, zelfde uitvoering en motorisering, vergelijkbaar bouwjaar en kilometerstand, en vergelijkbare opties en staat. Hoe dichter de referenties bij uw auto liggen, hoe sterker de waardering. Een goede waardering noemt de referenties concreet en controleerbaar, zodat u ze kunt nakijken. Advertentieprijzen versus werkelijke transactieprijzen Vraagprijzen in advertenties liggen doorgaans boven wat er werkelijk wordt betaald; er wordt onderhandeld. Een zorgvuldige expert benoemt dat en maakt inzichtelijk hoe hij van vraagprijzen naar een reele marktwaarde komt. Andersom geldt ook: een waardering die uitsluitend op de laagste advertenties leunt en de betere vergelijkingen negeert, drukt de dagwaarde kunstmatig. Koerslijsten: bandbreedte, geen eindantwoord Koerslijsten zijn nuttig als vertrekpunt en als toets, maar zij geven een bandbreedte voor een gemiddeld exemplaar. Uw auto is geen gemiddelde: uitvoering, opties, kilometrage, onderhoudshistorie en staat maken het verschil. Een waardering die alleen "volgens de koerslijst" zegt, zonder correcties en zonder referenties, is te mager voor een geschil van enige omvang. Correcties horen gemotiveerd te zijn Aftrek voor kilometrage, staat of eerdere schade en bijtelling voor opties of recent onderhoud zijn normaal, maar horen cijfermatig en gemotiveerd in het rapport te staan. Een kale post "correctie staat: -750" zonder uitleg is geen vaststelling maar een greep. Waar het in de praktijk misgaat De meest voorkomende gebreken die wij in rapporten tegenkomen: te weinig referenties, referenties die niet vergelijkbaar zijn (andere uitvoering, afwijkend bouwjaar of dubbel zoveel kilometers), geen bronvermelding bij de gehanteerde waarde en ongemotiveerde correcties. Elk van deze gebreken maakt de dagwaarde aanvechtbaar; ons artikel over de 7 rode vlaggen zet ze in breder verband. Twijfelt u of de dagwaarde in uw rapport klopt? Upload het via de Gratis Expertise Check. Wij toetsen de onderbouwing gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Total loss: economisch of technisch, en wanneer is het onterecht? - Restwaarde en de biedingssite-praktijk: waarom dat bedrag uw uitkering drukt - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Klacht over de eerste expert: intern, tuchtrecht en register URL: https://s-tax.nl/kennisbank/klacht-over-expert/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Over een expert die onzorgvuldig of niet onafhankelijk werkte, kunt u langs drie routes klagen: bij het expertisebureau zelf, via de interne klachtprocedure van de verzekeraar (voor consumenten daarna Kifid), en bij een registerexpert via het tuchtrecht van dat register. Een verschil van inzicht over een bedrag lost u op met een contra-expertise. Maar soms gaat het om meer dan een bedrag: een expert die aantoonbaar onzorgvuldig werkte, bevindingen noteerde die niet kloppen, of zich niet als onafhankelijk deskundige gedroeg. Voor dat soort gedragingen bestaan klachtroutes. Route 1: klacht bij het expertisebureau Elk serieus expertisebureau heeft een klachtenregeling. Dien de klacht schriftelijk in, beschrijf feitelijk wat er is gebeurd en wat er volgens u niet deugt, en voeg de stukken bij. Vraag om een schriftelijke reactie binnen een concrete termijn. Houd de toon zakelijk: een feitelijk onderbouwde klacht dwingt een serieuze behandeling af. Route 2: klacht via de verzekeraar De verzekeraar heeft de expert ingeschakeld en blijft aanspreekbaar op diens werk. Een klacht over de expertise kan dus ook, en vaak het beste tegelijk, bij de verzekeraar worden ingediend via de interne klachtprocedure. Volgens de gedragscode voor expertiseorganisaties hoort de verzekerde bovendien correct te worden geinformeerd en behandeld; een schending daarvan neemt u in de klacht mee. Na de interne procedure staat voor consumenten de weg naar Kifid open. Route 3: het tuchtrecht van het register Is de expert ingeschreven in een register met tuchtrechtspraak, dan kunt u daar een tuchtklacht indienen. Voor NIVRE-geregistreerde experts is er het NIVRE-tuchtcollege, dat toetst aan de gedragsregels van dat register; vergelijkbare regelingen bestaan bij andere registers. Het tuchtrecht gaat over de vraag of de expert zich als goed beroepsbeoefenaar heeft gedragen: zorgvuldigheid, onafhankelijkheid, deskundigheid en transparantie. Een gegrond verklaarde tuchtklacht leidt tot een maatregel tegen de expert en is bovendien een krachtig stuk in uw schadedossier. Let op: registerinschrijving van de eerste expert is voor het tuchtrecht een voorwaarde, maar zegt niets over de vraag wie u als contra-expert mag kiezen; dat bepaalt u zelf. Wat een klacht wel en niet oplost Een klacht corrigeert gedrag en legt vast wat er misging, maar verandert de schadevaststelling niet automatisch. Wilt u een ander bedrag, dan blijft de route: contra-expertise, zo nodig gevolgd door de derde expert. In de praktijk versterken de sporen elkaar: een dossier waarin het handelen van de eerste expert aantoonbaar tekortschoot, staat er in de inhoudelijke discussie ook sterker voor. Heeft u een klacht over een expert, dan kunt u die ervaring bovendien delen via contraexpertiseklachten.nl. Twijfelt u aan het werk van de eerste expert? Upload het rapport via de Gratis Expertise Check. Wij beoordelen de kwaliteit en u hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - Tegenwerking bij contra-expertise herkennen en aanpakken - De informatieplicht van de verzekeraar: u hoort over uw recht op contra-expertise - Moet mijn contra-expert NIVRE-geregistreerd zijn? Nee, zegt de Hoge Raad - Kifid: wanneer, hoe en wat het u oplevert =========================================================== ## Onjuiste tellerstand: uw rechten bij een teruggedraaide kilometerteller URL: https://s-tax.nl/kennisbank/tellerstanden-kennisbank/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een teruggedraaide kilometerteller maakt de auto non-conform (artikel 7:17 BW). Kocht u bij een professionele verkoper, dan kunt u herstel of vervanging vorderen, en anders prijsvermindering of ontbinding van de koop, plus schadevergoeding. Het wettelijke tellerstandenregister van de RDW en een onafhankelijk deskundigenonderzoek maken de werkelijke kilometerstand aantoonbaar. Weinig gebreken raken de waarde van een auto zo direct als een kilometerstand die niet klopt. Wie een auto koopt met 90.000 op de teller en later ontdekt dat het er 190.000 waren, heeft niet een beetje pech maar een wezenlijk ander product gekocht. Tellerfraude is non-conformiteit De kilometerstand is een kerneigenschap van een gebruikte auto: hij bepaalt de prijs, de verwachte levensduur en de onderhoudsstaat. Blijkt de werkelijke stand substantieel hoger dan bij de koop voorgespiegeld, dan beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst (artikel 7:17 BW). Richting een professionele verkoper staan dan de gebruikelijke remedies open: herstel of vervanging waar dat kan, en anders prijsvermindering of ontbinding van de koop, plus schadevergoeding. Ons artikel over non-conformiteit beschrijft dat kader. Zo komt de waarheid boven tafel Nederland kent een wettelijk tellerstandenregister, beheerd door de RDW: bij elke APK, tenaamstelling en veel onderhoudsmomenten wordt de stand geregistreerd. Een tellerrapport uit die historie laat zien of de stand logisch oploopt of ergens terugvalt of onverklaarbaar vlak blijft. Dat register is het startpunt, maar niet altijd het eindpunt: bij importvoertuigen ontbreekt de Nederlandse historie grotendeels en is buitenlandse registratie of onderzoek nodig. Daar komt het deskundigenonderzoek in beeld: de werkelijke gebruikssporen van een auto vertellen hun eigen verhaal. Slijtage aan stuur, pedalen en stoelen, de staat van remmen en ophanging, uitleesbare data uit regeleenheden en de onderhoudshistorie horen te passen bij de geclaimde kilometrage. Een rapport dat registerdata en fysieke bevindingen combineert, is voor een verkoper of rechter moeilijk te negeren. S-TAX voert dergelijke onderzoeken uit, met fysieke inspectie in ons VTEC in Zevenaar; op de pagina over tellerstanden en non-conformiteit leest u de details. Wat te doen bij een vermoeden Leg de koopadvertentie en alle mededelingen over de kilometerstand vast voordat ze verdwijnen. Vraag de tellerhistorie op. Meld het vermoeden schriftelijk bij de verkoper, maar laat de auto eerst deskundig onderzoeken voordat u standpunten inneemt over bedragen: de omvang van het verschil bepaalt de remedie. En doe bij aangetoonde tellerfraude aangifte; het terugdraaien van tellers is strafbaar. Twijfelt u aan de kilometerstand van uw gekochte auto? Neem contact met ons op voor een tellerstand- en non-conformiteitsonderzoek; wij adviseren u vrijblijvend. Neem contact op Meer in de kennisbank - Wat is non-conformiteit? Uw rechten als autokoper - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Tele-expertise: uw rechten als de expert nooit is komen kijken URL: https://s-tax.nl/kennisbank/tele-expertise-uw-rechten/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een schadevaststelling die uitsluitend op foto's rust, hoeft u niet als eindoordeel te accepteren: u kunt de verzekeraar altijd verzoeken het voertuig fysiek te laten inspecteren voordat de schade definitief wordt vastgesteld. Zeker bij een total loss-verklaring of een fors schadebedrag is dat verstandig. Vroeger kwam er bij schade een expert langs. Tegenwoordig gebeurt een groot deel van de expertises vanachter een bureau: op basis van foto's van het herstelbedrijf, een schadecalculatie en gegevens uit systemen. Dat heet tele-expertise of bureau-expertise. Het is snel en goedkoop voor de verzekeraar, maar het heeft consequenties voor de kwaliteit van de schadevaststelling en voor uw positie. Tele-expertise is de norm geworden Verzekeraars en grote expertisebureaus werken op grote schaal met beoordeling op afstand. Bij kleine, overzichtelijke schades is daar weinig mis mee: een kras op de bumper laat zich prima op foto's beoordelen. Het wringt wanneer dezelfde werkwijze wordt toegepast op zaken waar meer op het spel staat: een total loss-verklaring, een fors schadebedrag, twijfel over eerdere schade of de kwaliteit van herstel. De grenzen van beoordelen op afstand Op foto's is niet vast te stellen wat er onder de beschadigde delen zit. Verborgen schade aan dragende delen, de werkelijke staat van het voertuig, de kwaliteit van eerder herstel en de vraag of het schadebeeld past bij de gestelde toedracht: daarvoor moet iemand het voertuig zien, en soms moet er gedemonteerd worden. Een total loss-oordeel of een forse aftrekpost die uitsluitend op foto's rust, verdient dan ook een kritische blik. Wanneer kunt u fysieke inspectie vragen? U kunt de verzekeraar altijd verzoeken het voertuig fysiek te laten inspecteren voordat de schade definitief wordt vastgesteld, zeker bij een groot belang of twijfel over verborgen schade. Onderbouw dat verzoek concreet: welk oordeel in het rapport kan zonder inspectie niet worden gedragen? Weigert de verzekeraar, dan staat het u vrij een eigen expert in te schakelen die het voertuig wel ziet; bij een geschil over de schadeomvang zijn die kosten verhaalbaar. Het spiegelargument: wat voor hen geldt, geldt ook voor u De opkomst van tele-expertise heeft ook een voordeel voor u. Beoordeelt de verzekeraar uw schade zonder het voertuig te zien, dan kan hij een deskundige tegenbeoordeling op afstand bezwaarlijk afdoen als onvoldoende. Wat proportioneel is voor de eerste expertise, is dat ook voor de contra-beoordeling. Bij dossiers waarin de eerste expertise een tele-expertise was, kan een deskundige desk-beoordeling van uw dossier dus volwaardig tegenwicht bieden, met als voordeel dat de kosten laag blijven en de redelijkheidstoets ruim wordt gehaald. Is er aanleiding voor fysieke inspectie, dan hoort die mogelijkheid er alsnog te zijn. Is uw schade beoordeeld zonder dat iemand de auto heeft gezien? Upload het rapport via de Gratis Expertise Check. De beoordeling is gratis en vrijblijvend; de uitslag volgt nog dezelfde dag. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - De expert kwam niet kijken: zo herkent u een bureau-expertise - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Verborgen schade en demontage: wat een foto-expertise niet ziet - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## WA-schade door een ander? Uw eigen expert op kosten van de tegenpartij URL: https://s-tax.nl/kennisbank/wa-schade-eigen-expert-tegenpartij/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Is uw schade veroorzaakt door een ander, dan zijn de redelijke kosten van een eigen expert verhaalbaar op de aansprakelijke partij (artikel 6:96 lid 2 BW), mits de aansprakelijkheid vaststaat. U hoeft de schadevaststelling door de expert van de verzekeraar van de tegenpartij dus niet als eindoordeel te accepteren. Bij schade door eigen toedoen regelt uw cascoverzekeraar de afwikkeling en heeft u het wettelijke recht op een vergoede contra-expert. Maar wat als een ander de schade veroorzaakte en u zelf alleen WA-verzekerd bent? Dan gelden andere regels, met een verrassend sterke positie voor u. De veroorzaker bepaalt de vergoeding: een scheve situatie Bij een WA-schade claimt u niet bij uw eigen verzekeraar maar bij de verzekeraar van de tegenpartij. Uw eigen verzekeraar heeft geen rol: u heeft immers geen cascodekking. In de praktijk betekent dit dat de verzekeraar van de veroorzaker een expert aanwijst die de schade aan uw auto vaststelt. De partij die moet betalen, bepaalt dus wie de rekening opmaakt. Dat hoeft niet verkeerd te gaan, maar de prikkel is duidelijk: elke euro lager vastgesteld is een euro minder uitkering. Uw recht: een eigen deskundige, kosten verhaalbaar Artikel 6:96 lid 2 BW rekent de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid tot de schade die de aansprakelijke partij moet vergoeden. Vertaald: schakelt u een eigen expert in om de schade aan uw auto vast te stellen, dan zijn die kosten verhaalbaar op de tegenpartij, naast de schade zelf. U houdt uw volledige schadevergoeding; de expertkosten komen daar bovenop. De maatstaf is ook hier redelijkheid: het inschakelen van een deskundige moet redelijk zijn (bij een serieus schadebedrag of een discussie over dagwaarde is dat het geval) en de kosten zelf moeten redelijk zijn. Denk ook aan de waardevermindering Juist bij schade buiten uw schuld wordt een belangrijke post vaak vergeten: waardevermindering na herstel. Een jongere auto met schadeverleden is bij verkoop minder waard, ook na vakkundig herstel. Die waardevermindering is claimbaar bij de aansprakelijke tegenpartij, maar staat zelden spontaan in het schaderapport van diens verzekeraar. Lees er meer over in ons artikel over waardevermindering na herstel. Voorwaarde: de aansprakelijkheid moet vaststaan Deze route werkt wanneer de schuldvraag duidelijk is of de aansprakelijkheid (bij voorkeur schriftelijk) is erkend. Is de schuldvraag nog omstreden, dan is het verstandig eerst die discussie te beslechten, zo nodig met rechtsbijstand, voordat u kosten maakt die u wilt verhalen. Is uw auto beschadigd door een ander en twijfelt u aan de schadevaststelling of mist u de waardevermindering? Start de gratis waardevermindering-check: upload het schaderapport en u hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend. Start de gratis waardevermindering-check Meer in de kennisbank - Waardevermindering na herstel: de vergeten schadepost - Gratis waardevermindering-check bij schade buiten uw schuld - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - Contra-expertise stap voor stap: zo verloopt het proces =========================================================== ## Wat is non-conformiteit? Uw rechten als autokoper URL: https://s-tax.nl/kennisbank/non-conformiteit-kennisbank/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Een auto is non-conform (artikel 7:17 BW) wanneer hij niet de eigenschappen heeft die u op grond van de koop mocht verwachten, zoals een verzwegen schadeverleden, een teruggedraaide teller of een gebrek dat kort na aankoop opduikt. Kocht u als consument van een professionele handelaar, dan worden gebreken die zich binnen een jaar openbaren vermoed al bij aflevering aanwezig te zijn geweest; een onafhankelijk expertiserapport is in die discussie het kernbewijs. Deze kennisbank gaat vooral over geschillen met verzekeraars na schade. Maar er is een tweede categorie autogeschillen waarin een onafhankelijke expertise het verschil maakt: de gekochte auto die niet blijkt te zijn wat u mocht verwachten. Dat heet non-conformiteit. Wat is non-conformiteit? Artikel 7:17 BW bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Een auto is non-conform wanneer hij niet de eigenschappen heeft die u op grond van de koop mocht verwachten: een motor die kort na aankoop defect raakt, verzwegen schadeverleden, een teruggedraaide teller of een gebrek dat de verkoper kende maar niet meldde. Wat u mocht verwachten hangt af van de prijs, de leeftijd en kilometerstand, de mededelingen van de verkoper en of u van een handelaar of particulier kocht. Kocht u als consument van een professionele autohandelaar, dan staat u extra sterk: gebreken die zich binnen een jaar na aflevering openbaren, worden vermoed al bij de aflevering aanwezig te zijn geweest. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen. Waarom een deskundigenrapport de kern is De discussie met de verkoper draait vrijwel altijd om twee vragen: is er werkelijk een gebrek, en was dat er al bij aflevering? Precies die twee vragen beantwoordt een onafhankelijk expertiserapport: wat is er technisch aan de hand, wat is de oorzaak, en past die oorzaak bij slijtage van na de koop of bij een reeds aanwezig gebrek? Met zo'n rapport verandert uw positie van "klant die klaagt" naar "koper met bewijs". S-TAX voert non-conformiteitsonderzoeken uit, inclusief fysieke inspectie in ons VTEC in Zevenaar. Op de pagina over non-conformiteit leest u hoe zo'n onderzoek verloopt en wat het kost. Uw eerste stappen bij een vermoed gebrek Meld het gebrek direct schriftelijk bij de verkoper en stel hem in de gelegenheid het te herstellen; dat is een wettelijke voorwaarde voor de meeste vervolgstappen. Blijf van reparaties door derden af totdat het gebrek is vastgelegd, anders bewijst u het later niet meer. En laat bij een serieus belang het gebrek deskundig vastleggen voordat de discussie escaleert. Vermoedt u dat uw gekochte auto non-conform is? Neem contact met ons op voor een non-conformiteitsonderzoek; wij adviseren u vrijblijvend over de aanpak. Neem contact op Meer in de kennisbank - Onjuiste tellerstand: uw rechten bij een teruggedraaide kilometerteller - 7 rode vlaggen in een expertiserapport - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd URL: https://s-tax.nl/kennisbank/wie-betaalt-de-contra-expert/ Gepubliceerd: 2026-07-11 Bent u het niet eens met de schadevaststelling van uw verzekeraar? Dan mag u een eigen, onafhankelijke expert inschakelen: een contra-expert. Veel mensen denken dat ze die zelf moeten betalen. Dat is bij een geschil over de hoogte van de schade vrijwel nooit het geval. Is een contra-expertise gratis? Een contra-expertise is niet letterlijk gratis: de contra-expert brengt gewoon kosten in rekening. Maar bij een geschil over de hoogte van een verzekerde schade moet uw verzekeraar die redelijke kosten op grond van artikel 7:959 lid 1 BW vergoeden. In de praktijk betaalt u de contra-expert daardoor meestal niet zelf. Wat de wet zegt Artikel 7:959 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade ten laste van de verzekeraar komen. Dat geldt ook wanneer die kosten, samen met de schadevergoeding, boven de verzekerde som uitkomen. Onder deze kosten vallen ook de kosten van de expert die u zelf inschakelt. Dwingend recht voor consumenten Bent u een particulier die de verzekering niet beroepsmatig heeft afgesloten? Dan is deze regel dwingend recht (artikel 7:963 lid 6 BW). Dat betekent dat uw verzekeraar er in de polisvoorwaarden niet ten nadele van u van mag afwijken. Staat er in uw polis dat een eigen expert voor uw rekening komt, of dat de vergoeding is gemaximeerd tot een vast bedrag of tot de kosten van de expert van de verzekeraar zelf? Dan heeft die bepaling tegenover u als consument geen werking. De rechtbank Gelderland oordeelde al in 2014 dat een algemene beperking van de vergoeding tot het bedrag van de eigen expert van de verzekeraar niet is toegestaan (ECLI:NL:RBGEL:2014:5921). Wat betekent "redelijke kosten"? De verzekeraar hoeft alleen redelijke kosten te vergoeden. Wat redelijk is, hangt af van de omvang en complexiteit van de schade en van een marktconform tarief. Hierover leest u meer in ons artikel over de dubbele redelijkheidstoets. In de praktijk betekent het: bij een serieus geschil over dagwaarde, total loss of gemiste schadeposten zijn de kosten van een professionele contra-expertise vrijwel altijd verhaalbaar. Let op: het moet gaan over de hoogte van de schade De vergoedingsplicht geldt bij een geschil over de omvang van de schade. Gaat de discussie over de vraag of de schade wel onder de dekking van uw polis valt, dan ligt het anders. Lees daarover ons artikel over de dekkingsgeschil-uitzondering. Zo werkt het bij S-TAX S-TAX brengt de kosten van een contra-expertise bij kansrijke dossiers rechtstreeks in rekening bij uw verzekeraar. U betaalt dan niets en loopt geen financieel risico, behalve wanneer u onjuiste informatie heeft verstrekt of de opdracht zelf tussentijds intrekt. Twijfelt u of uw schadevaststelling klopt? Upload uw expertiserapport via de Gratis Expertise Check. U hoort nog dezelfde dag of uw zaak kansrijk is, geheel vrijblijvend voor beide partijen. Start de Gratis Expertise Check Meer in de kennisbank - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Moet mijn contra-expert NIVRE-geregistreerd zijn? Nee, zegt de Hoge Raad - Wanneer betaalt de verzekeraar de contra-expert NIET? De dekkingsgeschil-uitzondering - Contra-expertise zakelijk versus particulier: waar zit het verschil? - Zo werkt de Gratis Expertise Check: uw rapport nog dezelfde dag beoordeeld =========================================================== ## "Mag de verzekeraar de kosten van uw contra-expert aftoppen tot die van zijn eigen expert?" URL: https://s-tax.nl/kennisbank/aftopping-contra-expertisekosten/ Gepubliceerd: 2026-07-14 U bent het niet eens met het schadebedrag, u schakelt een eigen expert in, en dan komt de brief: "wij vergoeden de kosten van uw expert tot maximaal de kosten van onze expert". Veel mensen leggen zich daar bij neer. Dat hoeft in de meeste gevallen niet. Wat er in de polisvoorwaarden staat Deze formuleringen komt u het vaakst tegen: De cap met een ventiel. "De kosten van de expert van verzekerde tot en met de kosten van onze expert. Rekent die expert meer? Dan bepalen wij of de extra kosten redelijk zijn." Dit is de meest gebruikte variant. Er staat een grens, maar er zit een opening in: het meerdere wordt vergoed voor zover het redelijk is. De harde cap. "Wij vergoeden de kosten van de deskundige die u heeft gekozen tot maximaal de hoogte van de kosten van de deskundige die wij hebben ingeschakeld." Zonder enige opening voor het meerdere. De resultaatsvoorwaarde. Vooral in oudere voorwaarden: "u kunt, op eigen kosten, zelf een expert inschakelen. Krijgt u achteraf volledig gelijk? Dan betalen wij ook uw expertisekosten." Met andere woorden: u betaalt zelf, tenzij u wint. De kwaliteitseis. "Alle experts zijn ingeschreven in het register van het NIVRE. Voldoet een expert niet aan deze eisen? Dan zijn de kosten van die expert niet verzekerd." Wat de Hoge Raad daarvan vindt Op 28 januari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:81) heeft de Hoge Raad drie dingen beslist die deze bedingen grotendeels onderuit halen, in elk geval tegenover consumenten. Een beperking mag niet verder gaan dan de redelijkheidstoets. De Hoge Raad overwoog letterlijk dat een beperking van de mogelijkheid van de verzekerde om voor rekening van de verzekeraar een eigen expert in te schakelen "in strijd is met artikel 7:959 lid 1 BW indien die beperking verder gaat dan uit de dubbele redelijkheidstoets volgt". Een harde bovengrens op het niveau van de eigen expert van de verzekeraar doet precies dat. Vergoeding hangt niet af van de vraag of u gelijk krijgt. De Hoge Raad verwierp uitdrukkelijk de opvatting dat de kosten van contra-expertise alleen vergoed hoeven te worden als achteraf blijkt dat de verzekeraar de schade te laag heeft vastgesteld. Krijgt u dat te horen, dan is dat onjuist. Kwaliteitseisen zoals een NIVRE-inschrijving mogen niet doorslaggevend zijn. Ook niet als de verzekeraar zegt dat zo'n eis in uw belang is. U kiest zelf uw expert, mits die naar objectieve maatstaven in staat is een deskundig advies uit te brengen. Wat er wel geldt is de dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn geweest om een expert in te schakelen (bij een geschil over de schadeomvang is dat in het algemeen zo, juist vanwege de belangentegenstelling met de verzekeraar), en de omvang van de kosten moet redelijk zijn. Een goede expert specificeert daarom precies welke werkzaamheden hij heeft verricht en waarom die nodig waren om de schade vast te stellen. Wat de grote verzekeraars er zelf van maken Wij hebben in juli 2026 de actuele autopolisvoorwaarden van achttien verzekeraars doorgelezen. Dit is wat er letterlijk staat over de kosten van uw eigen expert. Let op: polisvoorwaarden wijzigen, en er is bijna altijd een particuliere en een zakelijke variant. Bepalend is de versie die gold op uw schadedatum, dus lees altijd uw eigen polisblad na. Een cap met een redelijkheidsopening (de meest voorkomende variant) staat bij Centraal Beheer, Interpolis, FBTO, Avero Achmea, OHRA, Univé, Klaverblad en InShared. Bijvoorbeeld Univé: "De kosten van uw expert betalen wij ook, tot maximaal de kosten van onze eigen expert. Zijn de kosten van uw expert hoger? Dan betalen wij deze hogere kosten alleen als ze redelijk zijn." Geen cap, alleen een redelijkheidstoets hanteren Nationale-Nederlanden, a.s.r., Allianz Direct, Unigarant en ANWB. Nationale-Nederlanden verwijst in de particuliere voorwaarden zelfs uitdrukkelijk naar de wet: "Wij vergoeden deze kosten vervolgens aan je voor zover deze redelijk zijn. Dit staat in artikel 7:959 van het Burgerlijk Wetboek." Een harde cap zonder opening staat bij Ditzo (a.s.r. "Ik kies zelf"): "Het salaris en de kosten van de deskundige die jij hebt gekozen, vergoeden wij tot maximaal de hoogte van de kosten van de deskundige die wij ingeschakeld hebben." Tegenover een consument gaat dat verder dan de dubbele redelijkheidstoets toelaat. Vergoeding alleen als u gelijk krijgt staat in de oudere Aegon-voorwaarden (nr. 1413): "Bent u het niet eens met de schadevaststelling? Dan kunt u, op eigen kosten, ook zelf een expert inschakelen. (...) Krijgt u achteraf volledig gelijk van de derde expert? Dan betalen wij ook de door u gemaakte expertisekosten." Dat is precies de opvatting die de Hoge Raad heeft verworpen. Voorbeeldig geregeld is het bij volmachtbedrijf Turien & Co, dat de rechtspraak netjes heeft verwerkt: "De kosten van de contra-expert worden door ons vergoed als is voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets (...) De kosten van de contra-expert worden altijd vergoed als is voldaan aan de kwaliteitseisen die het NIVRE stelt (...) maar in alle andere gevallen wordt de dubbele redelijkheidstoets toegepast." Zakelijk is het beeld strenger. De zakelijke autoverzekering van Centraal Beheer en de BedrijfActiefPolis van Avero Achmea kennen een harde kap zonder redelijkheidsventiel ("Rekent de expert van verzekerde meer? Dan blijven die extra kosten voor rekening van verzekerde"), en Avero stelt daarbovenop een NIVRE-eis met de sanctie dat de kosten van een expert die daar niet aan voldoet "niet verzekerd" zijn. De belangrijke uitzondering: staat de auto op de zaak? Deze bescherming geldt alleen voor consumenten. Artikel 7:963 lid 6 BW maakt artikel 7:959 lid 1 BW namelijk alleen dwingend als de verzekeringnemer "een natuurlijk persoon is die de verzekering anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gesloten". Staat de auto op een bedrijf, een eenmanszaak of een wagenpark, dan is de wettelijke regeling regelend recht en zijn de polisvoorwaarden leidend. Een aftoppingsbeding is dan in beginsel gewoon geldig, en een NIVRE-eis ook. Zakelijke polissen zijn op dit punt vaak strenger dan particuliere: waar de particuliere polis nog een redelijkheidsventiel houdt, kent de zakelijke variant regelmatig een harde kap. Kansloos is een zakelijk dossier daarmee niet. Zwijgt de polis over expertisekosten, dan geldt de wettelijke regeling gewoon. En een beroep op een beperkend beding kan onder omstandigheden onaanvaardbaar zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). Maar het is maatwerk, en u wilt het weten voordat u kosten maakt, niet erna. Wat u concreet doet Vraag de verzekeraar schriftelijk om de wettelijke grondslag van zijn standpunt. Verwijs daarbij naar artikel 7:959 lid 1 BW en naar het arrest van 28 januari 2022. Laat uw expert zijn declaratie per post specificeren, zodat de dubbele redelijkheidstoets aantoonbaar is doorstaan. En stuur bij twijfel uw polisvoorwaarden mee als u uw dossier bij ons uploadt: wij lezen ze na en zeggen u eerlijk of het beding u in de weg zit of niet. Meer in de kennisbank - Wie betaalt de contra-expert? Artikel 7:959 BW uitgelegd - De dubbele redelijkheidstoets: wanneer moet de verzekeraar betalen? - Moet mijn contra-expert NIVRE-geregistreerd zijn? Nee, zegt de Hoge Raad - Contra-expertise zakelijk versus particulier: waar zit het verschil? - Wat als de verzekeraar weigert de contra-expert te vergoeden?